De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

JONKER VAN STERRENBURG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JONKER VAN STERRENBURG

Een verhaal uit het Friesche volksleven

5 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok te Kampen
De Jonker glimlacht. Hij verheugt zich over de trouw van zijn knecht, die het zoo opheeft met de aan zijn zorg toevertrouwde beesten, en hij merkt opnieuw hoe deze keuze goed is geweest.
„Zijn er in het dorp nog ongelukken gebeurd ? "
„Naar ik hoor heeft Brandsma een koe dood en is bij Lettinga een wiek van den watermolen afgeslagen, mijnheer, maar in Sonnega brandt het".
„Vreeselijk voor de menschen wie het treft; hoe vindt gij zulks, Mollema ? "
„'t Is ook vreeselijk, mijnheer, vooral "
Hier zwijgt Douwe en brengt als naar gewoonte, ten teeken van verlegenheid, de hand achter het oor.
„Nu, wat wou je zeggen."
„Vooral wanneer men bedenkt wat het wezen zal, zoo opeens de eeuwigheid in te gaan."
Ja, dat zelfde heeft de Jonker straks ook gevoeld.
„Zou jij daar dan ook bang voor zijn ? Ik dacht dat menschen, die geloofden, niet bang waren voor den dood ? "
„Sterven is geen kleinigheid, mijnheer, en het geloof is bij elk mensch niet altijd even sterk. En dan, er is vaak zooveel, dat nog aan het leven bindt."
„Maar zegt de Bijbel niet, dat geloovige menschen het hiernamaals beter krijgen? "
„Zeker, mijnheer, die in den Zoon gelooft, heeft 't eeuwige leven, maar wij zijn uit ons zelf vaak zoo zwak, dat God zelf ons altijd al weer die vaste geloofsverzekerdheid geven moet. Ik heb wel eens tijden in mijn leven, dat ik zoo onstuimig verlangen kan naar 't hemelsch Vaderhuis, maar als ik dan weer zie op mijn vrouw en kinderen, en op mijn werk, en op zooveel wat ik hier liefheb, dan wil ik ook nog wel graag wat blijven als het kan."
„Maar als God je dat geloof moet geven, Mollema, dan kan je er zelf toch niets aan doen, en moet je toch wachten tot Hij het je geeft ? "
„Ja, mijnheer, maar van Gods kant zijn alle dingen gereed. Het is precies als met een maaltijd, mijnheer."
„Wat bedoel je ? "
„Och, mijnheer, toen ik gistermiddag b.v. thuis kwam, had mijn vrouw van zelf het eten klaar, maar ik moest wel drie keer de kinderen roepen om aan tafel te komen. Zij hadden het zoo druk met hun vlieger, dat zij bijna niet van het spel waren weg te slaan, en eerst toen ik zei dat, wanneer zij nu niet dadelijk binnen kwamen, de tafel voor hen straks leeg was, gingen zij met tegenzin naar binnen. Wij zijn vaak zulke onhandelbare kinderen, mijnheer, want onze lieve Heer heeft de tafel klaar en Hij noodigt ons om te komen en te eten en te drinken naar hartelust, hoe meer hoe liever, maar wij hebben het zoo druk met ons spel of met ons werk, en wij laten Hem maar roepen. Totdat Hij misschien op harde wijze ons dwingt te komen, vóór het te laat is."
Met aandacht heeft de Jonker naar het eenvoudige woord van zijn knecht geluisterd. Hij sprak het zoo ongekunsteld, zoo vol overtuiging, zonder zich zelf buiten te sluiten. En hij had er geen erg in, dat dit woord was als een pijl, die inging tusschen de gespen en het pantser. Was het niet volkomen waar wat hij zei ? Had ook hij tot hiertoe niet al de uitnoodigingen Gods in den wind geslagen, alsof zij van geen beteekenis waren ? Had hij er geen spelletje van gemaakt, door geen acht te geven op de leidingen in zijn leven, door zich te begraven onder aardsche aangelegenheden, door heil te zoeken in vergankelijke dingen en door ongebruikt te laten wat toch vlak onder zijn bereik was en zijn hart mis­ schien vrede geven kon ? En nu is hij zoo juist aan een groot gevaar ontkomen. Was het misschien de stem des Heeren, die hem in dat vreeselijke noodweer zocht wakker te schrikken, opdat hij zou leeren acht te geven op de roepstemmen Gods, vóór het ook voor hem te laat was, en de tafel, waar van die eenvoudige man sprak, werd weggenomen ? Hoe, wanneer hij eens te laat kwam ? Wanneer anderen aten tot verzadiging, en hij voor altijd met die ellendige ledigheid achterbleef ?
„Heeft de Jonker nog iets te zeggen ? " vraagt Douwe, als hij ziet, dat zijn heer besluiteloos staan blijft.
Deze wil voor zijn mindere niet weten, wat er in hem omgaat.
„Neen", zegt hij, „alleen, je moet er op rekenen, dat je morgen met mij naar Leeuwarden rijd. En zeg dan maar tegen je vrouw, dat zij niet op je behoeft te wachten met eten".
„Best, mijnheer", zegt Douwe, blij, dat hij morgen rijden mag en er zooveel kleur in zijn leven komt.
Met een tik tegen de uniformpet, die hij tot niet geringe blijdschap zijner kinderen vóór eenige dagen ontvangen had en die de kleuren van het Huis droeg, verwijdert hij zich.
Plotseling heft de Jonker het hoofd omhoog. Wat is die wereld rondom hem toch schoon, nu alles herademt na de ontvan­gen verkwikking. Hoor dien merel eens zingen. Hoe vroolijk wipt dat kwikstaartje van tak op tak. Wat zoemen die nijvere bijtjes in het late avonduur nog rond, om honig te garen uit de bloemkelkjes, waar die nog geopend zijn. Daar ginds over de velden trekt de dauw omhoog, als wilde zij den dank der moederaarde, omdat deze gedrenkt werd met zulk een overvloedigen regen, in een reusachtige offerwalm brengen aan Hem, Die boven lucht en wolken troont, En hij loopt hier willoos, doelloos rond, alsof zijn leven alle beteekenis verloren heeft, alsof hij geen roeping heeft voor deze wereld ! Waar is de dank zijns harten, b.v. voor de wonderlijke bewaring van straks, toen hij niet door het hemelvuur getroffen werd ?
„O God, indien Gij er zijt, openbaar U dan aan mij !" zoo klinkt het als een noodkreet uit zijn ziel.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

JONKER VAN STERRENBURG

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's