KERKELIJKE RONDSCHOUW
OVER DE KERK (13).
Van den toestand der Oude Kerk en de wijze van regeering der Kerk, die in gebruik was vóór de tijden van het Pausdom.
Calvijn heeft tot nu toe gehandeld over de orde van Kerkregeering, zooals die ons uit Gods zuiver Woord is overgeleverd en over de diensten, zooals ze door Christus ingesteld zijn. Nu wil hij verder nagaan en beschrijven hoe „de gedaante der oude Kerk" is geweest. En dan zien we, dat de opzieners toentertijd vele regelen hebben gemaakt, waardoor ze meer schenen uit te drukken, dan door de Heilige Schrift gegeven was, maar feit is, dat zij toch hun gansche „bestuurswijze" met zulk een voorzichtigheid ingericht hebben naar dat eenige richtsnoer van Gods Woord, dat men gemakkelijk kan zien, dat ze in dit opzicht nagenoeg niets gehad hebben, dat vreemd was aan Gods Woord. Ook al kan eenig gemis gevoeld worden in hunne instellingen, zoo zal men toch moeten erkennen, dat zij zich oprecht beijverd hebben om Gods instellingen te bewaren.
Drie orden van dienaren had men : Ie. leer-en regeer ouderlingen (herders en leeraars) ; 2e. regeerouderlingen ; 3e diakenen. Ook had men in de oude Kerk nog : lectoren en akoluthen, doch hiermee werd geen bijzonder ambt aangewezen ; 't waren aankomende leerlingen (clerici), die vroegtijdig door onderscheidene oefeningen voorbereid werden om later de Kerk te dienen. Hieronymus spreekt van vijf rangen in de Kerk : bisschoppen of opzieners, ouderlingen en diakenen — geloovigen en catechumenen. Hierbij trekken dus de aandacht : de bisschoppen of opzieners, de ouderlingen en de diakenen, dus weer de drie bovengenoemde ambten.
Allen dus, aan wie het leerambt was opgedragen, noemden zij presbyters (ouderlingen, opzieners, priesters). Deze presbyters kozen in iedere stad uit hun getal één, aan wien ze in het bizonder den titel gaven van bisschop, opdat uit de gelijkheid — zooals dat gewoonlijk geschiedt — geen oneenigheden zouden ontstaan. Toch was de bisschop niet zóó in eer en waardigheid de meerdere, dat hij heerschappij had over zijn ambtgenooten. Hij deed wat een burgemeester in den Raad doet, n.l. de zaken voorstellen, leiden enz. De oude schrijvers zelf erkennen, dat dit naar den nood der tijden door menschelijk goedvinden is ingevoerd. Zoo zegt Hieronymus in zijn uitlegging van den brief aan Titus : „Een presbyter is hetzelfde als bisschop. En voordat er door het inblazen des duivels oneenigheden in de religie ontstonden, en men onder het volk zeide : ik ben van Paulus, ik van Cephas, werden de Kerken door het gemeenschappelijk beleid der presbyters geregeerd. Later is de geheele zorg aan één man opgedragen, opdat de kiemen der oneenigheden zouden worden uitgeroeid." 't Was dus om de wille van twisten en oneenigheden. De presbyters waren onderworpen aan hem, die de leiding had — maar de bisschoppen moeten weten — zegt Hieronymus — dat zij „meer door de gewoonte dan door de waarheid van des Heeren beschikking de meerderen zijn van de presbyters, en dat ze de Kerk moeten regeeren in gemeen overleg." Toch noemt Hieronymus het eene zéér oude gewoonte ; want hij zegt „dat te Alexandrië reeds van Marcus, den evangelist, af, tot Heracles en Dionysius toe de presbyters steeds één der hunnen uitgekozen hebben en in een hoogeren rang gesteld, hebben, dien ze bisschop noemderi'.
ledere stad had dus een college van presbyters (een presbyteriaan) die herders en leeraars waren, die allen het ambt bekleedden van leeren, vermanen en bestraffen. En om opvolgers te hebben deden zij hun best om jongere menschen, die zich aan den heiligen dienst hadden gewijd, te onderwijzen. De omliggende streek werd óók tot de stad gerekend ; daar had men ook wel weer colleges van ouderlingen, doch ook deze stonden ter wille van de bestuursorde en ter bewaring van den vrede, onder één bisschop. Was een Bisdom te uitgestrekt, dan werden hier en daar ouderlingen aangewezen, die in zaken van minder gewicht het ambt van bisschop bedienden, z.g.n. landbisschoppen of choorbisschoppen (chorepiscopi). Zij vertegenwoordigden in de landstreek den bisschop.
Zoowel de bisschop als de presbyters moesten zich wijden aan de bediening des Woords en der Sacramenten. Wel schijnt 't in Alexandrië (waar de presbyter Arlus de Kerk in verwarring gebracht had) verboden te zijn geweest aan de presbyters om tot het volk te prediken, maar Hieronymus geeft duidelijk te kennen, dat deze bepaling hem mishaagde. De strengheid van die tijden eischte, dat alle dienaren er toe gedwongen werden om hun ambt te vervullen, zooals de Heere het van hen eischt. Zelfs ten tijde van Gregorius, toen de Kerk nagenoeg ingestort was — althans ver van wat oude zuiverheid was afgeweken — - zegt hij zelf ergens: wanneer men van hem geen geluid verneemt, want hij verwekt den toorn van den verborgen Rechter tegen zich, als hij daar henen gaat zonder het geluid der prediking".
Langen tijd is in de Kerk dan ook van kracht geweest, dat de eerste taak van den bisschop was het volk met het Woord Gods te voeden, of de Kerk in het openbaar en in het bijzonder op te bouwen door de gezonde leer.
Dat verder iedere provincie onder de bisschoppen één had, die aartsbisschop was (eerste-of hoofdbisschop) en evenzoo dat door de Synode te Nicea patriarchen zijn aangesteld, die in rang en waardigheid hóóger zouden zijn dan de aartsbisschoppen, dat diende tot onderhouding der tucht, hoewel deze graden en rangen hoogst zelden gebruikt werden. Om deze reden vooral zijn dus die graden en rangen ingesteld, opdat, indien in eenige Kerk iets voorviel wat niet goed door weinigen kon worden in orde gemaakt, het kon gebracht worden voor de Provinciale Synode. Had de zaak nóg hoogere behandeling noodig, dan werden de patriarchen met de Synoden gebruikt, van welke slechts beroep zou zijn op het Algemeen Concilie.
„De zoo ingerichte regeeringswijze" — zegt Calvijn IV, IV, 4 — „hebben sommigen een hiërarchie genoemd, een naam die, naar het mij voorkomt, onjuist is, althans in de Schrift niet gebruikt wordt. Want de Heilige Geest heeft willen verhoeden, dat iemand zou droomen van oppergezag of heerschappij, wanneer het gaat over de regeering der Kerk. Maar wanneer we, met ter zijdelating van den naam, de zaak zelf bezien, dan zullen wij vinden, dat de oude bisschoppen geen anderen vorm van Kerkregeering hebben willen verzinnen, dan dien, welke God in Zijn Woord heeft voorgeschreven".
De ouden bedoelden dus geen heerschappijvoering, maar wilden, bij Gods Woord blijven, dat alle hiërarchie verbiedt.
Men weet echter — wat er in de (Roomsche) Kerk van terecht gekomen is !
(Wordt voortgezet).
VERWORPEN !
Men weet, dat verleden week al de Classicale Vergaderingen bijeen zijn geweest.
Het belangrijke punt van de Agenda is dan — behalve de Bestuursverkiezing — 't spreken over de Synodale Voorstellen. Dat zijn voorstellen, die door de Synode voorloopig zijn aangenomen en dan aan het oordeel van de Kerk onderworpen worden, opdat de Synode bij de tweede behandeling (nu dus in Juli— Augustus a.s.) met de adviezen van de Kerk rekening kan houden.
Dit jaar trokken vooral de Voorstellen III en IV de aandacht.
Voorstel III was, om aan minderheidsgroepen jaarlijks eenige godsdienstoefeningen af te staan en wel ten minste twee voor het bedienen van den H. Doop, één voor de viering van het H. Avondmaal en één voor de bevestiging van lidmaten. Door de vrijzinnigen was dat Voorstel in elkaar gezet om zoodoende aan de modernen in de Hervormde Kerk gelegenheid te geven zoo nu en dan in orthodoxe gemeenten in de kerk een officieele beurt te kunnen organiseeren en zoo in de Kerk te kunnen demonstreeren als vrijzinnigen — tegen den wil van den kerkeraad en natuurlijk ook tegen den wil van den predikant ingaande. Zelf mag men een „dogmatisch geweten" hebben, dat eischen stelt — maar de kerkeraad en de plaatselijke predikant mag dan geen dogmatiek en geen geweten hebben ! De kerkeraad moet officieel de verantwoording dragen van godsdienstoefeningen met Sacramentsbediening, enz., die door een minderheidsgroep met uitgesproken bedoeling, tegen den geest van den kerkeraad ingaande, zijn georganiseerd.
Of dat geen consciëntiedwang is, welke aangedaan wordt aan den kerkeraad en aan de gemeente, die zich schaart rondom het Evangelie van Jezus Christus, ons in Gods Woord geopenbaard !
Voorstel IV is uit den zelfden geest geboren, maar gaat nog veel verder. Want dat voorstel wil het in de Reglementen brengen, dat een kerkeraad gedwongen kan worden een predikant te beroepen uit een voordracht, door een minderheidsgroep gesteld, welke minderheids-predikant (in den regel vrijzinnig) in de gemeente, onder verantwoordelijkheid van den kerkeraad, officieel zal optreden.
Als dat geen consciëntiedwang is, een kerkeraad en een gemeente opgelegd, dan weten we het niet!
Allerlei technische, practische en financieele bezwaren ten opzichte van kerkeraad, kerkvoogdij, Synode enz. drukken dit voorstel. Want het zit technisch slecht in elkaar. Maar hoofdzaak is, dat de Kerk gemaakt wordt tot een verzameling van allerlei officieel erkende groepen, die geen ander gezag erkennen dan eigen geweten, om zelf uit te maken wat er gepredikt moet worden enz. Een hopelooze verwarring zou geschapen worden, waarbij allen die den naam van Christus belijden en het Evangelie der Schriften liefhebben, om des gewetens wil zouden moeten zeggen : „Wij kunnen niet".
Op de Classicale Vergaderingen, 44 in getal, zijn deze Voorstellen besproken verlegen, dat ze algemeen verworpen zijn. Natuurlijk zijn er „vrijzinnige" Classes, waar een andere toon is beluisterd, maar door de Kerk, als geheel genomen, zijn deze Voorstellen afgewezen. Noch de Ethischen, noch de Confessioneelen, noch de Gereformeerde Bonders moesten er iets van hebben !
Verworpen zijn ze, afgekeurd, veroordeeld overal — in de Classis Rotterdam b.v. met algemeene stemmen, zonder één uitzondering, terwijl besloten is, dat aan de Synode zal worden kenbaar gemaakt, dat men voortaan van deze en dergelijke Voorstellen verschoond hoopt te blijven, opdat de Kerk niet vaneengescheurd wordt.
We willen de verschillende Classes — voor zoover onze aanteekeningen gaan — hier alphabetisch laten volgen, met aanwijzing van vóór en tegen.
Alkmaar (26 pr. en 27 ouderl.) vóór, met 41 vrijz. stemmen en 11 st. van de orthodoxen tegen.
Amersfoort (22 pr. en 30 ouderl.) tegen met algemeene stemmen.
Amsterdam (34 pred. en 42 ouderl.) tegen met algemeene stemmen, 5 st. van vier vrijzinnigen en 1 ethische waren er vóór.
Arnhem (21 pr. en 32 ouderl.) tegen met algemeene stemmen op 3 na.
Assen (18 pr. en 22 ouderl.) vóór met 28 stemmen, 12 tegen.
Bommel (12 pr. en 30 ouderl.) tegen met algemeene stemmen.
Breda (22 pr. en 30 ouderl.) tegen met 34 stemmen, 16 vóór.
Brielle (17 pr. en 27 ouderl.) tegen met 31 stemmen, 11 vóór.
Deventer (34 pr. en 39 ouderl.) tegen met 45 stemmen, 28 vóór.
Dokkum (34 pr. en 41 ouderl.) tegen met 55 stemmen, 20 vóór.
Dordrecht (29 pr. en 47 ouderl.) met algemeene stemmen, 3 vóór. tegen
Emmen (16 pr. en 20 ouderl.) tegen met 29 stemmen, 5 st. vóór.
Franeker (40 pr. en 50 ouderl.) tegen met 44 stemmen, 43 vóór. (Hier werden bij de bestuursverkiezingen 47 vrijzinnige st. en 43 rechtzinnige st. uitgebracht, zoodat de vrijzinnige candidaten gekozen zijn).
Goes (21 pr. en 33 ouderl.) tegen met 43 stemmen tegen Voorstel III en 46 tegen Voorstel IV; 5 st. waren vóór.
Groningen (28 pred. en 47 ouderl.) tegen met 32 stemmen, 28 vóór.
Gouda (29 pred. en 38 ouderl.) tegen met 53 stemmen.
's-Gravenhage (33 pred. en 40 ouderl.) tegen, met 5 st. vóór.
's-Hertogenbosch (16 pr. en 13 ouderl.) vóór met 27 en 24 stemmen.
Heusden (19 pr. en 21 ouderl.) tegen met 39 steramen.
Heereveen (34 pr. en 47 ouderl.) vóór met 41 stemmen, 34 tegen (Al de vrijzinnige
candidaten zijn hier gekozen). Hoorn (17 pr. en 31 ouderl.) vóór, met 4 stemmen tegen. (Ds. Lingbeek van Urk bestreed in deze vrijzinnige Classis de Voorstellen).
Kampen (15 pr. en 26 ouderl.) tegen met op één en twee na algemeene stemmen.
Leiden (33 pr. en 39 ouderl.) tegen met algemeene stemmen. Leeuwarden vóór met 56 stemmen voor.
Voorstel III en 42 st. voor Voorstel IV. Maastricht (16 pr. en 15 ouderl.) tegen met 28 stemmen. Slechts één predikant en twee ouderlingen waren vóór. Meppel (15 pr. en 18 ouderl.) tegen met 19 St., 13 St. vóór (10 vóór Voorstel IV). Middelburg (19 pr. en 25 ouderl.) tegen met algemeene stemmen.
Nijmegen (34 pr. en 27 ouderl.) tegen III met 38 st. en 22 vóór; tegen IV met 46 st.
en 10 st. vóór. Rotterdam (39 pr. en 54 ouderl.) tegen met algemeene stemmen.
Sneek tegen. Tiel (17 pr. en 19 ouderl.) tegen III met 16 St., 15 St. vóór ; tegen IV met 23 st., 4 st. vóór. 20 st. zijn principieel eigenlijk vóór; de Voorstellen wat de strekking betreft; !
11 zijn principieel tegen. I Utrecht (20 pr. en 35 ouderl.) tegen met; 55 stemmen. 15 st. verklaren zich sympathiek tegenover de poging van de Synode als zoodanig, om een oplossing te zoeken, niet voor de Voorstellen. Winsum (Gr.) (26 pr. en 30 ouderl.) vóót met 28 st., terwijl 26 st. tegen zijn bij Voorstel III. Bij Voorstel IV zijn 29 vóór en 23, tegen en 4 blanco. Wijk (14 pr. en 20 ouderl.) tegen met algemeene stemmen (1 blanco).
In deze Classis is dr. H. E. G. van de Meene, pred. te Over-Langbroek, die ook lid van de Synode is, niet hei\ozen voot het Provinciaal Kerkbestuur, maar zijn secundus, ds. P. de Bruijn, van Driebergen, is primus-lid geworden. Als secundus treed: op ds. H. F. Pasma, van Bunnik.
IJzendijk tegen.
Zierikzee tegen. Zutphen (47 pr. en 51 ouderl.) tegen III, met 54 st., 35 st. vóór ; tegen IV met 57 st, 32 st. vóór.
Zwolle (29 pr. en 28 ouderl.) tegen metl 47 st. en 9 st. vóór.
TWEE LANDDAGEN !
Gaarne maken we hier melding van twee Landdagen, uitgaande van de Ned. Hen. Jongel. Vereen, op Gereform. grondslag, te houden zaterdag 9 Juli te Schiedam.
De Landdag te Schiedam wordt gehouden in het Sterrebosch en vangt aan des middags half vier. De leiding berust bij den heer Z. H. de Groot, van Rotterdam, voorzitter van de Centrale.
Sprekers zijn: ds. W. J. van Lokhorst van Hilversum ; onderwerp : „Die Meester Droomer".
Ds. W. Rijnsburger, van Oud Beijerland; onderwerp : „Vroege Godsvrucht".
Ds. J. H. F. Remme, van Amsterdam ; onderwerp : „Optimisme".
Ds. G. J. Koolhaas, van Charlois ; onderwerp : „Van Strijd en Overwinning",
Medewerking wordt verleend door de Chr. Muziekvereeniging „Harpe Davids" en de Zangvereeniging H.G.J.C.
Bij ongunstig weer wordt de samenkomst gehouden in de Ned. Hervormde Westerkerk (Aleidastraat), Schiedam.
De Landdag te Bergschenhoek, te houden op Woensdag 20 Juli, staat onder leiding van ds. J. Bus te Bergschenhoek. Aanvang half 3, op het weiland van den heer M. van den Berg Jr.
Sprekers zijn : ds. J. Goslinga, van Utr, ; ds. J. C. W. Kruishoop van Bodegraven; ds. G. J. Koolhaas van Charlois en ds. W. Rjjnsburger van Oud Beijerland.
Bij ongunstig weer zal men ontvangen worden in de Ned. Hervormde Kerk te Bergschenhoek.
Wij hopen, dat beide Landdagen in alle f opzichten mogen slagen, tot zegen voor de jongeren, ook tot zegen voor de ouderen.
EEN SLECHT BEGIN.
Wij wezen er de vorige week reeds op, in ons stukje „Moderne stoutigheden", dat 't met den geestelijken en kerkelijken arbeid in het Zuiderzeegebied, in den Wieringermeerpolder, al dadelijk misgeloopen is. Iets, wat we hebben verwacht; waarvoor we ook tijdig hebben gewaarschuwd. Men meende, dat zulks niet gebeuren zou. Wat wel — dat de vrijzinnigen de rechtzinnigen rustig zouden laten werken, om een kerk ca. in Slootdorp te krijgen ; waarna zij dan wel zouden zorgen dat er in die kerk een moderne dominee zou komen!
Dat zou niet gebeuren. Dat zou immers al te dwaas, al te onrechtvaardig, al te brutaal zijn.
En wat is er nu gebeurd ?
Er is net precies gebeurd, wat wij gezegd hebben. En waaraan we geen oogenblik hebben getwijfeld, omdat de vrijzinnige nu eenmaal zijn zooals ze zijn : principieel, onverdraagzaam-brutaal.
Principieel. Ze komen óp voor hun beginsel; voor het vrijzinnig, modernistisch beginsel. Daarbij zijn ze onverdraagzaam tegenover de rechtzinnigen. En ten derde zijn ze zeldzaam brutaal en durven, als het op aan komt, alles.
Daarom is er kerkelijk ook onmogelijk samenwerking te verkrijgen met de modernen, 't Loopt altijd mis. 't Moet misloopen. Waarbij de Vrijzinnig Hervormden altijd de neuzen tellen, om, als 't maar even kan, hun slag te slaan. Het Classicaal Bestuur van Hoorn heeft in Slootdorp gedaan „wat des kerkeraads is" en heeft voor het nieuwe Zuiderzeegebied, voor de nieuwe Gemeente Slootjdorp een vrijzinnig predikant uit Groningen beroepen, die er nu als hulp-prediker heengaat, om alles klaar te maken voor een vrijzinnig predikant c.s.
Zoo is dit werk kapot geslagen in een oogenblik. Ook al mee, omdat de Classis Hoorn elke rechtzinnige stem op de Classicale Vergadering ducht en elke vrijzinnige stem telt voor twee.
Het werk is nu gebroken. Rechtzinnigen kunnen en mogen zoo niet voortgaan in samenwerking. De onverdraagzame modernen hebben met daden laten zien wat principieele menschen moeten doen : die moeten uitkomen voor hun beginsel! Wat de rechtzinnigen in hun zak kunnen steken ! Zullen zij er door leeren ? Zullen zij nu beter leeren verstaan welke strijd er te strijden is in de Hervormde Kerk, om haar te helpen en niet om haar kapot te maken ?
Het is te hopen, dat dit kwade en slechte begin ten goede mag komen aan de rechtzinnigen en het werk, dat er om de wille van Kerk en Volk te doen is. Met de vrijzinnige beginselen gaat Kerk en Volk ten gronde ! Het verblijdde ons zéér, dat ook in het Algemeen Weekblad voor Christendom en Cultuur (ethisch) verleden week een stukje stond, betrekking hebbend op die treurige geschiedenis in den Wieringermeerpolder, dat we hier gaarne in z'n geheel overnemen.
Er staat boven :
Onverdraagzame Vrijzinnigen.
En het luidt aldus :
„Dat vele Vrijzinnigen precies even onverdraagzaam zijn als vele Rechtzinnigen, is voor wie wat meer in ons kerkelijk landje heeft rondgekeken, reeds lang geen geheim meer. Een treffend staaltje heeft men daarvan ook in den laatsten tijd weer kunnen zien, in verband met de wijze waarop het Classicaal Bestuur van Hoorn zich van zijn taak heeft gekweten.
Sedert geruimen tijd werkte een hulpprediker van meer rechtzinnige beginselen in den Wieringermeerpolder. Het is de heer Finkensieper, Candidaat tot den Heiligen Dienst, en dus terstond beroepbaar in de Hervormde Kerk. Zijn arbeid werd in den polder zeer gewaardeerd. Zóó zelfs, dat hij ook buiten den kring zijner eigenlijke geestverwanten waardeering en vriendschap had weten te wekken. De tijd naderde, waarop het Classicaal Bestuur van Hoorn moest overgaan tot het beroepen van een predikant voor de intusschen ontstane gemeente te Slootdorp. Op het oogenblik dat 't beroep moest worden uitgebracht, was er volgens één dergenen, die de zaak van Vrijzinnige zijde hebben toegelicht, geen enkele aanwijzing in welke richting de nieuwe gemeente zich zou ontwikkelen.
Nu zou, gezien het feit, dat er hier iemand werkt die algemeen gewaardeerd , gezien ook het feit, dat volgens een der Vrijzinnigen zelf niet kan worden gezegd in welke richting de gemeente zich zal gaan ontwikkelen, niets meer voor de hand hebben gelegen, dan dat het Classicaal Bestuur den heer Finkensieper, die beroepbaar is, ook tot predikant van de Hervormde Gemeente Slootdorp zou hebben aangewezen. Maar wie zóó denkt, kent de loyaliteit van Vrijzinnigen van begrensd kaliber niet. Er wordt een Vrijzinnig predikant beroepen, met wien de heele zaak bekokstoofd is, en de heer Finkensieper kan zijn biezen pakken. Wat niet gebeuren zal, want er komt nu natuurlijk terstond een Evangelisatie.
Vrijzinnige verdraagzaamheid.
En : een fraai begin.
Tot zoover het artikeltje in het Algem. Weekblad voor Christendom en Cultuur — dat zich nogal beijvert voor de Vereeniging tot Kerkopbouw, in samenwerking met de Vrijzinnigen.
Een fraai begin — voorwaar.
Dat het voor den voortgang nog heilzame vruchten mag afwerpen.
Dan kan er uit het kwade nog iets goeds voortkomen !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's