STAAT EN MAATSCHAPPIJ
ZORGELIJKE TIJDEN VOOR INDIE.
De economische en financieele toestand van Nederlandsch Indië is op dit oogenblik hoogst zorgelijk.
Men zou zelfs kunnen zeggen — en dan overdrijft men niet — dat de crisis met hare gevolgen daar te lande een nog ernstiger karakter draagt dan bij ons.
Uit de rede, waarmede de Gouverneur-Generaal de zitting van den Volksraad op 15 Juni j.l. opende, blijkt duidelijk het kritieke van den toestand.
De Landvoogd constateerde, naar luid van het desbetreffend Aneta-telegram : „Nergens is rust; terugkeer van vertrouwen of zelfs maar begin van stabiliteit valt te bespeuren".
De begrooting voor het dienstjaar 1933 kon, wat betreft de ontvangsten, niet hooger worden geraamd dan 331 millioen, terwijl de uitgaven in totaal 507 millioen bedragen. Wel zijn reeds pogingen gedaan om de kloof tusschen de uitgaven en de ontvangsten te overbruggen door een „werkbasis" aan te nemen van 400 millioen, doch in de begrooting is het tot op dit oogenblik niet gelukt de uitgaven op die 400 millioen terug te brengen.
Is dit het somber beeld der financiën, niet minder droevig staat het er voor met wat de Indische cultures en bedrijven, benevens den economischen toestand der bevolking betreft.
De Rijkseenheid, het Staatkundig Economisch Weekblad ter versterking van de banden tusschen Nederland en de Indien, schrijft in het nummer van 29 Juni over den toestand het volgende :
Millioenen staan op het spel. In 1920 waren in Sumatra's Oostkust ongeveer 300 millioen belegd in tabak en rubber, kleinere bedragen in thee en palmolie. Na eenige jaren van stilstaan waren na 1924 de beleggingen weor sterk toegenomen en zelfs aangegroeid tot meer dan het dubbele, of ruim 600 millioen. Het aantal arbeiders in de cultuurlanden van dit gewest bedroeg, bij het begin van de depressie, ongeveer 350.000 man, en één jaar later, door de afvloeiingen, 100.000 man minder, terwijl het aantal Europeesche cultuurbedienden, beheerders en assistenten, door gedeeltelijk stopzetten van het bedrijf of door bedrijfsconcentratie tot minder dan de helft is teruggebracht. Door deze omstandigheden en bovendien door de verminderde koopkracht van het overgebleven deel der cultuurbezitting en van de bevolking in hst algemeen, is de invoer in het gewest met meer dan 50 % gedaald. Sedert Januari zijn in Sumatra's Oostkust tot heden reeds 40 rubber-en 2 tabaksondernemingen bij twee-of drietallen samengevoegd, terwijl 5 rubber-en 7 tabaksondernemingen werden gesloten. Men doet op het oogenblik alle mogelijke moeite om de kostprijzen in de cultures omlaag te drukken tot het peil van voor den oorlog, want alléén zoo, meent men, is het mogelijk de balans in evenwicht te brengen. Waar men ook komt, overal is het bezuinigen en nog eens bezuinigen wat de klok slaat. Dat is het wachtwoord voor vrijwel alle bedrijven, ook de niet-produceerende, zooals scheepvaart-en spoorwegmaatschappijen en de vele kleine zaken.
Toch, ten spijt van dit bezuinigen, moesten velen hun bedrijfskracht verminderen of geheel liquideeren. 't Laatste nieuws in dit verband is, dat bij de groote scheepvaart-maatschappijen, die den dienst Indië—Nederland onderhouden, plannen in overweging zijn om den zevendaagschen maildienst te vervangen door een veertiendaagschen. Om de week zou dan een passagiersschip of een vrachtboot in de vaart worden gezet, zoodat de gelegenheid voor postvervoer onveranderd zal blijven.
Tot zoover De Rijkseenheid.
Het zal uit wat medegedeeld wordt, duidelijk zijn geworden met welke groote moeilijkheden het Indische bedrijfsleven, dat voor de bevolking van zoo groote beteekenis is, te kampen heeft.
En dan heeft De Rijkseenheid het alleen nog maar over de toestanden op Sumatra's Oostkust.
In de andere gebiedsdeelen van Indië moet het, naar de berichten luiden, nog veel moeilijker zijn, vooral wat betreft de schaarschte aan levensmiddelen, waarvan de Minister van Koloniën nog onlangs zeide, dat zij van ernstigen aard is.
Dat al deze moeilijkheden, benevens de ongunstige financieele toestand van Indië, waarvan wij hierboven gewaagden, ook invloed uitoefenen op de werkzaamheden van de Zending, zal geen nader betoog behoeven.
Vooral in den laatsten tijd heeft de Zending in Nederlandsch-Indië een hoogere vlucht genomen.
In de eerste plaats de omvang, die de Evangelieprediking inneemt. Er stonden op 1 Januari 1930 in dienst van de Protest. Zending 146 Europeesche en 5 Amerikaansche Zendelingen, benevens nog 576 Inlandsche kerkelijke voorgangers, waarnaast dan nog rekening moet worden gehouden met het zeer groot aantal voorgangers, die tegelijkertijd onderwijzers zijn, aan wie de leiding van de meeste Inlandsche Christengemeenten is toevertrouwd.
En verder het gebied, dat het onderwijs en de medische hulp inneemt. Op denzelfden datum van 1 Januari 1930 waren er 77 scholen voor Hollandsch-Inlandsch en Hollandsch-Chineesch onderwijs, 1410 Inlandsche volksscholen, 150 Inlandsche standaardscholen, 3 Inlandsche ambachtsscholen en 17 inrichtingen tot opleiding van Inlandsche onderwijzers. Aan deze inrichtingen waren werkzaam 341 Europeesche, 2837 Inlandsche en 19 Chineesche leerkrachten.
Het spreekt vanzelf, dat de economische en financieele moeilijkheden, die Nederl.-Indië in zoo hevige mate teisteren, aan het groote lichaam der Zending niet zonder meer voorbijgaan.
Een klein lichtstraaltje in den hoogst zorgelijken toestand, waarin Indië verkeert, is te vinden in de reeds hierboven genoemde rede van den Gouverneur-Generaal tot den Volksraad, waarin de Landvoogd dit geluid laat hooren :
„de ontzettende schok waaraan dit land, meer nog dan andere landen, in het afgeloopen jaar heeft blootgestaan, door de plotselinge daling der inkomsten, waarvan de weerga niet bestaat, is opgevangen. Slachtoffers zijn gevallen, verliezen zijn geleden, maar de bevolking in al haar groepen heelt zich bewonderenswaardig gevoegd en aangepast. Men heeft zich niet uit het veld laten slaan, maar veerkracht on energie getoond, het onvermijdelijke onderkend, aanvaard en in overeenstemming daarmede gehandeld.
In dit opzicht kan Nederlandsch-Indië een vergelijking met ieder ander land glansrijk doorstaan. De waarde hiervan is zoo groot, dat de Regeering meent de verwachting te mogen uitspreken, dat zij den toestand zal kunnen blijven bcheerschen".
Moge de verwachting van den Gouverneur-Generaal niet worden beschaamd.
Ook Indië maakt zorgelijke tijden door.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juli 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's