FINANCIËN
Ongetwijfeld heeft de weersgesteldheid een niet geringen invloed op het humeur van den mensch. Laat de zon haar lichtend schijnsel maar eens zenden door een kiertje van het gordijn van uw slaapkamer, het is onmogelijk, dat ge niet dadelijk een gevoel krijgt, dat men noemt: zonnige gewaarwording. Onder een helderen hemel jubelt in den morgenstond heel de schepping. Het vogelenkoor zingt zijn meest blije liederen. In alle toonaarden wordt het den mensch voorgehouden, welke plaats hij inneemt in de schepping.
Doch ook omgekeerd, wanneer de grauwe wolken zich ontlasten in een druiligen regen, of het dreigt den heelen dag, zoo laat zich een triestige stemming vaak aflezen van hetzelfde gelaat, dat een enkelen dag van te voren nog zoo vroolijk stond. Dat wij met dit zeggen een bekend terrein betreden, kan moeilijk worden ontkend. Wij, menschen van de Westerstranden, spreken haast over geen enkel ding meer dan over het weer. Het eerste wat ge hoort van den man aan de deur is gewoonlijk een omschrijving van de weersgesteldheid. Ge kunt in letterlijken zin uw hoofd niet buiten de deur steken, geen van uwe kennissen ontmoeten of het Is : nu, wat zegt ge er van, is het geen pracht-weer ? Of : is 't niet iets heerlijks, zulks een temperatuur ?
Wel een bewijs hoe gevoelig de mensch is voor wat het koepeldak boven hem aangeeft.
Nu is het bij ons in deze landen wel iets van geen geringe beteekenis. In het Oosten is het bijvoorbeeld haast iets ondenkbaars. Daar heeft men zijn vaste tijden, regentijd en droogtetijd. Dus hier zou men zichzelven aan bespotting overgeven, wanneer men het gesprek aanving op de onder ons gebruikelijke wijze. Dat is hier uitgesloten.
Weken achter elkander heerscht dezelfde temperatuur. Haast met wiskundige zekerheid laat zich bepalen, wat het op den dag van morgen geven zal, wat het weer aangaat, 'k Geloof niet, dat ik ver mis zal grijpen dat ge het roerend met me eens zult zijn : nu, dan prefereer ik maar ons lieve landje met al zijn ongestadigheid. Ik beluister wat graag de profetieën van den bakker en den melkboer, ook al hebben ze het o zoo vaak mis. Denk het u eens in, stel het u eens voor, dat we dezelfde hitte, en dan in opgaande linie, weken en weken achter elkander hadden, die we nu een enkele week gehad hebben. Waarlijk, dan weten we dat een afwisselende temperatuur toch wel iets kostelijks mag worden genoemd. Voor gezonde menschen geldt dit reeds, hoeveel te meer voor zieken en zwakken. Waarlijk, als dan op alle mogelijke wijze verkoeling moet worden aangebracht en men haast niet meer weet hoe verluchtiging kan worden toegevoerd, is het zoo heerlijk van den man aan de deur te hooren : „daar is eenige verandering op til; 't is nog maar een klein wolkje als eens mans hand, doch als ik me niet bedrieg, krijgen we een buitje". En wanneer het dan eens werkelijkheid blijkt te zijn; langzamerhand worden de wolken dichter, het gordijn wordt toegeschoven, de eerste druppeltjes blijken een voorbode te zijn van een milden regen — hoe ademt dan heel de natuur in, mensch en dier leeft op. En als dan straks de zon weer doorbreekt, wat is het dan een heerlijkheid daarin zich te mogen verlustigen.
Zoo dacht ik ook in deze dagen aan onzen arbeid van den Gereformeerden Bond. Wy hebben nu onzen droogte-tijd. In figuurlijken zin is het nu een schrale tijd. Het komt nu vaker dan eens voor, dat de post öf niets öf een enkel klein postje voor mij heeft. Een van de vrienden maakte de opmerking, toen hij iets had af te dragen: „een enkel droppeltje in den drogen tijd". Juist, dacht ik, zoo is het. 't Is wel recht droog. Daar valt in deze dagen haast niets te melden. De zon heeft nu weken achter elkander geweldig zich laten voelen, de bodem is zoo droog, zoodat de gewassen het zich laten aanzien, dat het hoog noodig is dat er eens een buitje neerstrijkt, 't Is mijn gewoonte niet om te klagen, 'k Vermeen ook niet dat dit veel goeds afwerpt, afgezien van het feit, dat het ons niet past om op wat klein is neer te zien. Doch aan de andere zijde mag ook de Indruk niet worden gegeven dat het er bij ons niet op aankomt. Zal onze arbeid kunnen doorgaan, zal deze met ongebroken kracht zich ontwikkelen, zoo moeten de vrienden geen moment verslappen. Daar zijn corporaties die aan hun leden haast wekelijks voorleggen een staatje van uitgaven en inkomsten. Ge kunt ze geduriglijk lezen : zooveel kwam er in deze week, en zooveel moest er worden uitgegeven ; ons tekort is dus al weer toegenomen. Dit hebben wij tot nu nagelaten. En met opzet. Alleen deze luttele mededeeling wil ik nu niet achterhouden : wij kunnen buiten een geregelden steun niet. Wij hebben hard een buitje noodig. Laten in de komende weken de handen in elkander worden gelegd om den kring zoo wijd mogelijk te maken, om daarbinnen met alle geoorloofde middelen te werken aan de taak, ons in dezen opgelegd. Bedenk, dat in heete, droge tijden, de gezonde en sterke menschen het wellicht vrij goed kunnen dragen, wat den zwakke en kranke doet doorbuigen, doch de laatste ziet uit met groot verlangen naar een weinig verkoeling, naar eenige opluchting. Zoo gaat 't ook ons.
Wij behooren bij en rekenen ons tot de hulpbehoevenden. Houde de Heere, Die in het natuurlijke de wolken gebiedt, zoodat ze plasregenen, ook over ons en onzen arbeid Zijn bemoeienissen niet in. Bewege Hij de harten der vrienden en vriendinnen en sterke Hij onze handen tot den arbeid in Zijn Koninkrijk.
Laat me nu mededeelen wat inkwam.
1. Gecollecteerd werd in de Vredeskerk te Utrecht een gift, waarvan de helft bestemd was v. h. Studiefonds ƒ 5.—
2. Door ds. Van Dorp te 's Hage kwam in van N.N. 1 gld. voor den Gereform. Bond en 1 gld. voor de fondsen ƒ 2.—
3. Door den heer Jac. van Pijlen te Hazerswoude van N.N., uit dankbaarheid voor ontvangen zegeningen, voor den Gereformeerden Bond ƒ 5.—
4. Door ds. de Bruin te Rotterdam van N.N. voor den Bond ƒ 0.50
5. Door ds. Van Lokhorst te Hilversum voor het Studiefonds ƒ 1.50 en ƒ2.50 van N.N. ƒ 4.—
6. Door ds. Van Wijngaarden te Veenendaal een deel van een gift uit den collectezak ƒ 5.—
7. Door bemiddeling van den heer Jb. Bot te Feijenoord ontving ik nog van den heer J. Koudijzer aldaar contributie van 1 gld. en een gift voor het Studiefonds van den zelfde van ƒ0.50. Tezamen ƒ 1.50 Verder door bemiddeling van ds. Kijftenbelt van N.N. voor het Leerstoelfonds ƒ 2.— Van mej. W. voor het Studiefonds ƒ 1.— Nogmaals onzen vriendelijken dank.
8. Door ds. Vroegindeweij te Zegveld uit den collectezak met 't opschrift: „voor het gezin van den Gereform. Bond, waar ds. Goslinga over heeft geschreven in De Waarheidsvriend" ƒ 10.— Mag ik hartelijk dank zeggen en de belangen van het gezin van den Gereformeerden Bond, die niet gering zijn, ten zeerste blijven aanbevelen ?
9. Door ds. Bartlema te Zeist kwam In een post, saamgesteld uit onderscheidene giften :
op 30 April van N.N. ƒ2.50 I Mei van N.N. nagift Paaschcollecte ƒ1.— 4 Mei van N.N. ƒ 5.— II Mei van H. P. ƒ2.50 20 Mei helft gift ƒ 1.20 29 Mei van N.N. ƒ 1.— 14 Juni helft gift a ƒ 100.—, ƒ 50.— 1 Juli van N.N. ƒ 2.50 8 Juli van N.N. ƒ 5.—
Wij zeggen de Zeister vrienden zeer hartelijk dank. Uit alles blijkt dat het hier gedurig druppelt. Daartusschen schuilt zelfs een duidelijk blijk, dat vanuit dit midden 'n buitje te wachten is. Uit onze jeugd-jaren herinneren we ons, dat wanneer na tijden van droogte de lucht donker begon te zien, de vrouwkens onder een of andere afvoergoot emmers plaatsten. Zelfs was er wel eens een enkele, die een vat er onder plaatste.
Laat mijn doen gelijken op de laatst genoemde.
Vanuit Zeist draag ik nog altijd goede herinneringen om.
10. De heer A. Wisgerhof te Amersfoort heeft zich van zijn taak gekweten om de contributies der leden van den Gereform. Bond en de bijdragen voor het Studiefonds in te zamelen. Hij deed dit met bekwamen spoed, waarvoor onzen hartelijken dank. Ook de vrienden aldaar zijn wij dankbaar voor hun steun. Deze bedroeg ƒ62.50
11. Door ds. Wesseldijk te Den Ham werd ons de collecte overgemaakt die gehouden was bij gelegenheid dat aldaar voorging ds. Steenbeek, van Oudewater. Voor de beide fondsen van den Gereformeerden Bond. Met het bijschrift ben ik het volkomen eens. Als wij bedenken dat de tijden moeilijk zijn voor menigeen, is een collecte van ƒ83.81 schitterend.
Wij zijn daarmede ten zeerste verblijd en spreken den wensch uit dat menige gemeente dit heerlijk voorbeeld moge volgen.
Tezamen was de opbrengst deze week
Samen ƒ70.70 Utrecht.
Ds. J. GOSLINGA,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's