JONKER VAN STERRENBURG
Een verhaal uit het Friesche volksleven
Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok te Kampen
Bij het opgroeien was hij met het toen nog levende broertje en zusje uren lang op de kinderkamer onder haar hoede geweest, en ook in de jongens jaren, als hij zich in dat groote huis zoo eenzaam en verlaten kon gevoelen, werd gewoonlijk de toevlucht tot Marijke genomen. Want niemand wist hem bezig te houden, zooals zij. Wat kon zij mooie vogeltjes en bloemen teekenen. Wat verstond zij de kunst om allerhande figuren uit te knippen in papier, zooals b.v. Adam en Eva in het paradijs onder een boom. Moest er een vlieger gemaakt worden, was de bromtol defect, had een der dieren uit de arke Noachs een poot of een ander lichaamsdeel verloren, waren de rinkelbellen los uit de paardenleidsels, Marijke wist altijd raad. En vertellen als zij kon !
Als dan het schemeruurtje kwam, en de eerste sterren door de boomen keken, was vooral bij winteravond al spoedig de plaats aan haar zijde en moest zij altijd al weer die geschiedenis verhalen van Roodkapje, en Klein Duimpje, en van Jozef, en van 't kindje in het biezen kistje, dat door zijn moeder in het water gelegd werd omdat booze menschen het wilden dooden, en bovenal van het Christuskind in de kribbe. Nog altijd herinnerde de Jonker zich dat versje, eens bij een kerstboom gezongen, nadat Marijke het hem misschien wel honderdmalen had vóórgezongen
:
Een kindje werd geboren Veel honderd jaar geleên. Men had zoolang te voren Reeds om dat kind gebeên.
Het had geen wieg tot slapen. Geen huisje tot Zijn dak, Het woonde bij de schapen. Sliep in een voederbak.
Maar toen het was geboren Zong zelfs der Engelen stem, Toen juichten al de vromen. En knielden neer voor Hem.
Dat kind wordt nooit vergeten. Bij Godes kinderschaar. Zoudt gij nu ook wel weten Wie of dat kindje waar ?
Daar is echter nóg een reden, waarom de Jonker ook op rijperen leeftijd, en niet 't minst in de laatste tijden, zich zoo tot deze nu oude vrouw voelt aangetrokken. Er was namelijk altijd een zekere intimiteit geweest tusschen zijn moeder en Marijke. Toen hij nog een kind was, vond hij dit heel natuurlijk, omdat Marijke immers bij de familie behoorde, maar toen hij ouder begon te worden, was het hem opgevallen dat zijn voormalige kindermeid anders behandeld werd dan het overige personeel. Dit had hem tot nadenken gebracht, tot hij merkte dat, bij alle verschil van stand en aanleg, van ontwikkeling en Kennis tusschen zijn moeder en Marijke, dit het punt van overeenstemming was, dat zij eens geestes waren.
Moeder kon soms met haar spreken over dingen, die zij op „Grovestins" aan niemand anders kwijt kon worden. Als moeder ziek was, of soms op andere wijze leed, waarvan hij in de kinderjaren nog geen besef had, was Marijke de verpleegster, die altijd middelen wist tot verzachting of woorden had tot vertroosting.
Zelfs zijn vader, die van den godsdienst niets hebben moest, omdat hij immers volslagen atheïst was, behandelde haar met onderscheiding, daar hij wist nooit trouwer te kunnen worden gediend dan door haar en ook omdat hij merkte, dat zijn echtgenoote zoo aan haar hing. Toen de dood achtereenvolgens zijn offers op het Slot eischte, was het Marijke, die meegeledenen meegeweend had, alsof het haar eigen vleesch en bloed was, 't welk werd weggenomen. En toen zijn moeder op haar sterfbed lag, en hij zoo onverwacht uit de academiestad naar huis geroepen werd, om haar nog juist te zien sterven, was het al weer Marijke geweest die de laatste lichamelijke en geestelijke hulp bood, alsof het een harer eigen bloedverwanten betrof.
Doch toen daarna met de begrafenis alles was afgeloopen en een vreemde dame aan het hoofd der huishouding kwam te staan, die heel andere gewoonten had dan mevrouw en ook heel anders tegen haar optrad, gevoelde Marijke, dat voor haar de tijd van heengaan daar was.
Op een goeden dag had zij „mijnheer" over dit gewichtig punt gesproken, met gevolg, dat het straks genoemde huisje haar ter woning werd aangeboden, welk aanbod zij met beide handen had aangenomen. Het was voor haar een heel ding geweest, den laatsten dag van haar verblijf op „Grovestins", haar eigendommen bijeen te zamelen en daarna afscheid te nemen van het personeel en van hem, dien zij zoo lange jaren had gediend. Daar was zooveel lief en leed doorgemaakt. Elke kamer had haar herinneringen ; vanaf den zolder tot den kelder had zij zich hier thuis gevoeld ; en toen eindelijk de koetsier was voorgereden, om haar naar de nieuwe woning te brengen, had het vertrek haar tranen gekost. Maar toen zij kort daarop alles in orde had, toen voor het eerst de eigen schoorsteen rookte, een voorrecht, nog nimmer haar te beurt gevallen, begreep zij God en menschen nooit genoeg te kunnen danken voor dezen rijken zegen, welke haar nü nog ten deel viel.
Bovendien bleef de betrekking tusschen de Slotbewoners en haar voortbestaan. Toen ook de baron Van Sterrenburgh geroepen werd het tijdelijke met het eeuwige te verwisselen, had zij andermaal gedeeld in het leed en den „jongenheer", door haar belangstelling in 't smartelijk verlies 't welk hem trof, de bewijzen gegeven, dat zij zich nog altijd aan hem verbonden gevoelde.
Zoo kwam het dat de Jonker zooveel van Marijke hield en van tijd tot tijd, als hij wist dat hij haar ergens mee van dienst kon zijn, bij haar aanliep, om een oogenblik met haar te spreken, waarbij dan gewoonlijk de gebeurtenissen uit het verleden de voornaamste onderwerpen waren.
Voor vandaag heeft Marijke evenwel ander gezelschap te wachten. Reeds vroeg in den morgen is zij opgestaan, om bij tijds de kamer in orde te brengen, omdat Anneke komt naaien. Dit heeft voor beiden veel van een feestdag. Voor Marijke, daar zij nu een heelen dag lang nog ander gezelschap krijgt dan haar kanarievogeltje, dat rusteloos en onder voortdurend getjilp van het eene stokje op het andere springt, en voor Anneke, omdat zij hier zoo bijzonder op haar gemak is ; want bij Marijke kan zij spreken over dingen waar velen geen begrip van hebben.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's