De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

JONKER VAN STERRENBURG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JONKER VAN STERRENBURG

Een verhaal uit het Friesche volksleven

6 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok te Kampen
Marijke is voor haar als een tweede moeder. Als het er op aankomt verstaat dit oudje haar nog beter dan haar eigen moeder, die ook wel goed voor haar is, maar die niet komen kan in dat diep geestelijke, waarin zij haar blijdschap en rust vindt. Vandaar ook dat deze niet begrijpen kan waarom haar dochter Jouke geweigerd had. Hij was zulk een goede partij. Er ouden vele meisjes zijn, die wenschten zulk een aanzoek te krijgen. Een oppassend jonkman, een goede zaak, in de toekomst kans op meer — wat kon zij beter begeeren ? Dat zou velen niet te beurt vallen, 't Ging bij een huwelijk altijd zóó, dat men wel eens 't een of ander over het hoofd moest zien. Nooit vonden er twee elkaar, die nu in alles precies gelijk waren of hetzelfde dachten. Zoo was 't haar ook gegaan, toen zij jong was, en zoo ging het elk. Maar wanneer daar een goed stuk brood verdiend werd en bovendien op het leven niets viel aan te merken, zou al het andere zich wel regelen. Op Anneke zelf was ook nog wel wat aan te merken ; zij moest niet meenen dat anderen geen gebreken in haar zagen. 't Zou zeker nog zoover komen, dat zij later berouw kreeg van haar weigering. Het gansche leven lang ongehuwd te blijven, was ook niet alles. Er waren in Kleiterp vele meisjes, die nooit aanzoek kregen, maar wat voor toekomst hadden deze ? Hun heele leven werken voor een ander, om dan later, als zij oud werden, afhankelijk te zijn van de genade eener Diaconie of Armbestuur. Er was toch geen sprake van, dat een vrouwspersoon zooveel kan overhouden, dat zij een onbezorgden ouden dag verwachten kon. Daar kwam nog bij, dat Anneke niet sterk was, zoodat het de vraag zou zijn, of zij op den duur dien inspannenden arbeid kon volhouden. Wanneer zij met Jouke trouwde, kreeg zij het veel gemakkelijker, had het vleesch voor het eten, iets wat nu, vooral thuis, mondjesmaat was, en zou ineens uit tal van zorgen zijn. Daarom moest zij zich wel dubbel bedenken vóór zij Jouke liet schieten.
In dezen geest had vrouw Van Wieren tot haar dochter gesproken, die dit alles stilzwijgend had aangehoord. Er was in haar moeders woorden veel waars, maar wat het zwaarste was, moest ook 't zwaarste wegen. Daarom heeft Anneke haar ge­zegd, waarom zij niet kon toeslaan, 't Was niet, omdat zij géén liefde voor Jouke had, nog veel minder, omdat zij dacht dat zij zélf geen gebreken bezat; ook niet, omdat zijn positie haar niet aanstond — als het moest, zou zij het wel met veel minder willen doen — maar omdat hij niet deelt in wat voor haar het allerhoogste en allerheiligste is, omdat hij geen besef heeft van het innige, teedere zieleleven, dat zijn blijdschap vindt in den omgang met God en dat ineenkrimpt bij de aanraking van iedere ruwe hand, die van dit diep teere, dit innig geestelijke niets begrijpt.
Toen heeft moeder onbegrijpelijk 't hoofd geschud. Zij wist niet wat van haar dochter te moeten denken, 't Waren zeker van die jonge meisjeskuren, ergens uit de boeken gehaald. Jouke is toch orthodox en gaat Zondags geregeld naar de kerk, en is lid van de Jongelingsvereeniging. Nu ja, hij is nog geen lidmaat, maar zulke mannen zijn er zooveel. Anneke's vader was ook al in de veertig, toen hij er toe overging om te gaan leeren voor het afleggen van belijdenis. Zij moest geen dweepster worden, want zulke menschen brachten 't gewoonlijk niet ver in de wereld en waren ongeschikt voor het leven.
Op al die woorden heeft Anneke evenwel het stilzwijgen bewaard. Moeder begreep toch niet hoe zij haar pijn deed, omdat ook zij niet komen kon in dat wonderlijk heerlijke, maar tevens voor deze wereld niet zelden zoo diep lijdende liefdeleven, waarin God alles is, doch waardoor niet zelden zulk een zware strijd moet worden aangebonden tegen eigen vleesch en bloed, die altijd begeeren blijven tegen den geest. Toen kwam evenwel die kermisavond, waarop in „de Vergulde Hoorn" die vechtpartij plaats had, waarvan al heel spoedig heel Kleiterp vol was en ook haar moeder niet onkundig van bleef.
Zij lag reeds te bed, toen de andere jongelui Anneke thuis brachten, zoodat er toen niet meer gesproken werd. Slechts Eén is het bekend hoe er dien nacht door Anneke geworsteld en gebeden is voor dat jonge leven, dat daar ginds zweefde aan den oever des doods. Geen oog werd geloken, zoodat het den volgenden morgen vrouw Van Wieren opviel, hoe bleek en vermoeid haar dochter zag. „Of er iets aan scheelde", had zij gevraagd, „'k Heb zoo'n hoofdpijn", had Anneke geantwoord, zonder echter de oorzaak aan te geven.
„Blijf vandaag dan eens thuis", had moeder geraden, en was daarop zelf het naaihuis gaan afzeggen.
Heimelijk is Anneke blij geweest, dat 't zoo was geloopen. Zoo ontkwam zij althans dien dag aan de nieuwsgierige blikken van anderen en zou wellicht tevens gelegenheid krijgen iets naders omtrent Jouke te hooren. Maar toen moeder zoo erg lang weg bleef en eindelijk geheel ontsteld thuiskwam, had zij aanstonds begrepen wat haar te wachten stond.
„Weet je wel wat er gisteravond in 't dorp gebeurd is ? " is de eerste vraag geweest, waarmede moeder de kamer was komen binnensnellen, haar niet onduidelijk te kennen gevende, hoe het publiek Anneke de schuld van alles gaf, omdat zij hem geweigerd had. Daarop is het eene woord het andere gevolgd. In ronde woorden heeft vrouw Van Wieren de handeling harer dochter onbegrijpelijk dwaas gevonden, omdat zij zóó haar fortuin vergooide en nu allen tegen zich kreeg. Weliswaar leefde Jouke nog en was, zoowel op verzoek zijner ouders als van den herbergier, dien morgen met de grootste voorzichtigheid naar de ouderlijke woning vervoerd, maar 't zou nog de vraag wezen of hij weer beter werd, en zoo ja, of hij dan wel ooit weer in staat zijn zou zijn arbeid te verrichten.
(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

JONKER VAN STERRENBURG

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's