JONKER VAN STERRENBURG
Een verhaal uit het Friesche volksleven
Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok te Kampen
En Anneke heeft maar wezenloos zitten luisteren, terwijl haar tranen getuigden wat er omging in haar hart. Geen wonder daarom dat zij er naar verlangd had ook nog iets anders te hooren. Er zijn toch ook nog wel enkelen, die dieper voelen en althans iets verstaan van die worsteling, welke soms plaats heeft in de verborgen diepten van 't menschelijk hart, als het vleesch begeert tegen den geest en de oude mensch met zijn begeerlijkheden aan het kruis wordt geslagen, maar niet, dan na hevigen strijd, onder bloed en tranen.
Dat b.v. Jap haar genegen is, weet zij. Dat heeft zij gemerkt dienzelfden ongelukkigen avond bij het afscheid nemen. Wie haar onder de vriendinnen den rug ook mocht gaan toekeeren, Jap zeker niet. Trouwens, deze weet zelf al te goed, krachtens de opvoeding en door de omgeving, waarin zij leeft, hoe het de eisch in het koninkrijk Gods is alles te geven voor den Heere en desnoods het liefste voor Hem ten offer te brengen. Anneke weet wel, hoe Jap zelf in deze dagen heen en weer geslingerd wordt, waar zij zelf omgang heeft met een jongen man, dien zij ter wille van haar geloof zal moeten prijs geven, maar van wien zij tot heden geen afstand kan doen, omdat die prijs haar te hoog is. Niettemin maakt zij ernst met de zaak. Zij is in haar geweten overtuigd, dat het de rechte weg ook voor haar is, als zij handelt gelijk Anneke — 't is bij haar alleen nog de vi'aag, wie het winnen zal, de begeerte van eigen hart, of de stem des Heeren. Doch hoe het zij, nooit zal Jap het laten merken, of zij de oorzaak van al de ellende, die thans in het huis van den slager geleden wordt, aan haar vriendin toeschrijft. Inplaats daarvan zal zij het eerder tegen elk voor haar opnemen, en waarschijnlijk in stilte wenschen óók te kunnen doen wat zij deed. Want die zelfde vroolijke Jap, die in een gezelschap gewoonlijk het middelpunt is. die altijd weer de gesprekken weet gaande te houden en den lachlust der aanwezigen opwekt, kan somtijds zoo stil worden en zoo ver met haar gedachten zijn, dat iemand, die haar niet kent, ook niet begrijpt wat dat inhoudt.
Maar Anneke weet dat wel, omdat zij in haar hart heeft geblikt; omdat zij elkander in vertrouwen de geheimen van hun leven hebben verteld, zoodat zij dus ook weet hoe Jap hetzelfde wil als zij, maar zonder de kracht daartoe te hebben. Daarom weet zij ook, dat deze vriendin voor haar dezelfde blijft, wat ook dë menschen mogen zeggen, maar in weerwil daarvan heeft zij toch ook niet aan haar, wat zij zoo gaarne hebben zou.
Dat men ook bij Brandsma en Mollema, bij boer Yntema en natuurlijk in de pastorie van ds. Feurman en ds. Velthuis eveneens haar daad zal goedkeuren, staat tevens bij haar vast; doch wat heeft zij daar aan. Zij moet meer hebben dan dit. Zij moet een hart hebben voor hetwelk zij zich eens geheel kan uitspreken, dat met haar meeleeft en meelijdt, en bovenal meebidden kan ; en dat vindt zij bij oude Marijke van den Zandweg, die haar door en door kent, en die, niettegenstaande haar ouderdom, toch nog zoo goed begrijpt wat in een jong meisjeshart al woelen en werken kan.
Zoo is het dus te verstaan, dat zij met verlangen dezen dag heeft tegemoet gezien waarop zij eens heel rustig en lang met het oudje spreken kan over alles, wat haar zoo bezwaart. Gelukkig is Jouke nog altijd onder de levenden. Wel heeft zij van terzijde gehoord, dat zijn gezondheid zeer geknakt is, zoodat hij wellicht nog lang de gevolgen van die nachtelijke vechtpartij dragen zal, maar het oogenblikkelijk gevaar is geweken. Als de koorts wegblijft, heeft de dokter hoop op herstel gegeven. Daarmede is voor Anneke in elk geval déze verlichting gekomen, dat zij zich nooit behoeft te beschuldigen oorzaak van zijn dood te zijn geweest, gelijk sommige menschen in den beginne reeds gezegd hadden.
Als de klok acht uur geslagen heeft, is zij niet ver meer van Marijke's woning. Gewoonlijk gaat haar werkdag van acht tot acht. Met een hartelijk „goeden morgen" begroeten zij elkander, waarna Anneke het bekende hoekje bij het raam inneemt. Aanstonds voelt zij zich hier op haar gemak. Het is haar alsof zij oogenblikkelijk merkt, dat haar vermoeide ziel hier tot rust zal komen. Er heerscht in deze woning zulk een eigenaardige geest, die weldadig aandoet. Hier is lang niet dat gejaag, dat in zoo menig huis het leven als in een droom doet voorbijgaan en de zenuwen dusdanig overspannen maakt, dat vroeg of laat de reactie komt, waaronder menigeen bezwijkt.
Dat komt niet alleen, omdat Marijke op haar eentje woont of weinig aardsche zorgen kent, dat komt vooral omdat zij geleerd heeft haar levenskracht te putten uit de Bron des levens en iets kent van die zalige blijdschap, waarvan de psalmist zingt in de woorden : „de snoeren zijn mij in lieflijke plaatsen gevallen, ja, eene schoone erfenis is mij geworden".
Als een verstandige vrouw spreekt Marijke in de eerste uren niet over wat er leeft in Anneke's hart en geen oogenblik uit haar gedachten is. Integendeel, zij heeft het over tal van onderwerpen, voor welke zij weet dat haar jonge vriendin zich interesseert, en waardoor iets van de vroegere vroolijkheid bij deze weerkeert.
Eerst in den namiddag, als Marijke haar middagdutje gedaan heeft en de thee is gedronken, als de zon ter kimme neigt en de schaduwen zich verbreeden, zegt zij, dat Anneke nu het naaiwerk aan kant moet doen — later vindt zij dit wel weer — om eens bij haar te komen zitten.
Dat heeft Anneke verwacht; daarnaar heeft zij uitgezien. Want in haar hart leven nog vragen, waarop zij zoo gaarne een antwoord hebben zou, maar waarop tot nu toe tevergeefs werd gewacht.
„En heb je er nu spijt van, dat je Jouke geweigerd hebt ? " vraagt Marijke, als door Anneke uitvoerig is medegedeeld, wat ons reeds bekend is.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's