ZIELEWEELDE
Getrouwe God. Hoe groot is 't goed. Dat G' in beginsel hebt gegeven. 'k Was dood in geestelijken zin. Doch Uw genade schonk mij leven. Hoe groot is 't goed ! Schoon 'k niets bezit Van deze aard, om op te steunen. Zoo mag ik toch, bij allen strijd Op Uwe trouw en almacht leunen.
Voor tonnen gouds (gesteld het ging) Zou 'k dezen schat niet willen afstaan. Want 't goud valt weg. 't Valt alles weg, Bij het einde onzer levensbaan. Maar wat ook valle, eeuwig blijft Dat, wat G' Uw volk hebt willen schenken: „Het kindschap Gods". Gij immers zult Gestaag aan Uw verbond gedenken.
De vastheid ligt bij U alleen. Ik kan dien schat niet rein bewaren. Doch draag hem in een aarden vat, Omringd door talloos veel gevaren. Ach, als ik op mijzelve zie, Gena, o God ! 'k Ben het niet waardig. Zelfs na ontvangst van Uw gena. Bleef 't harte al te zeer boosaardig.
Doch vaster dan de sterkste rots, Staat Uw verbond met Uwe kind'ren ! Zij zijn ontrouw. Gij blijft getrouw. Nooit zal Uw liefde toch vermind'ren. Daar zij uit d' eeuwigheid ontsproot. En op des Midd'laars bloed gegrond is. Berg en heuvel moge wank'len. Nochtans is de staat Uws volks gewis.
Dies zingt mijn ziel vol dankensstof, Dies richt zij 't oog naar het hemelhof. Waar boven al het aardsch gedruisch Eens v/acht de rust van het Vaderhuis. Den Haag, Juli 1932.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's