STAAT EN MAATSCHAPPIJ
HET OPIUMKWAAD.
Het opiumkwaad in Indië vraagt nog steeds de volle aandacht van de regeering en van de vereenigingen, die zich rechtstreeks met de bestrijding van de opiumellende bezighouden.
Nu heeft de invoering der opiumregie er wel toe bijgedragen, dat het opiumgebruik is verminderd, doch van het vergif worden nog steeds groote hoeveelheden door Chineezen en Inlanders gebruikt.
Wat bedoelt de opiumregie ? De opiumregie heeft, naar het Koloniaal Verslag over 1931 mededeelt, in overeenstemming met de internationale verplichtingen op dit punt, als einddoel een algeheel verbod van het gebruik van bereid heel verbod van het gebruik van bereid opium. Zoo lang zulk een verbod practisch nog niet mogelijk is, streeft zij naar eene zoodanige beperking van het wettig gebruik van opium als met eene doelmatige bestrijding van het onwettig gebruik is te vereenigen.
De opiumregie regelt van het opium dus het gebruik.
Hoe schadelijk het opium is voor het menschelijk lichaam, leeren de onderzoekingen, die van medische zijde hebben plaats gehad.
Uit deze onderzoekingen is komen vast te staan, dat het opium de werkzaamheden der witte bloedlichaampjes verdooft en zoo de weerstandskracht van het organisme verwoest. De groote slachtingen door cholera, pest en typhus, worden grootendeels veroorzaakt door dit gebrek aan weerstand tengevolge van het gebruik van opium.
Waarom het opiumgebruik dan niet verboden wordt ?
Het antwoord op deze vraag geeft ook het Regeeringsverslag, het zegt daarvan : „Te ver gedreven beperkende maatregelen of te hooge prijs van regie-opium zouden weliswaar het regie-debiet doen verminderen en naar buiten misschien een goeden indruk maken, doch in wezen zouden zij verkeerd werken, aangezien de smokkelaars klaar staan om de plaats van de regie in te nemen.
Ten aanzien van het gebruik van opium wordt medegedeeld, dat in Nederlandsch-Indie over het jaar 1930 1.276.646 thail (1 tha; i= 38.6 gram) regie-opium werd verkocht tegen 1.523.463 thail in 1929; een vermindering van het gebruik alzoo in een jaar met 16.20%.
De bruto opbrengst bedroeg in 1930 ƒ 34.548.627 tegen ƒ 40.938.286 in 1929.
Uit deze cijfers blijkt, dat, ondanks de regels, er in Indië nog heel wat met opium wordt geschoven.
Dat de hoeveelheid opium, die in 't jaar 1930 werd gebruikt, belangrijk minder was dan die van het jaar te voren, wordt voor een niet onbelangrijk deel toegeschreven aan de algemeene economische crisis.H
oe groot de vermindering zou zijn geweest als de factor der crisis zich niet had voorgedaan, valt niet uit te maken.
Het blijft zeker van belang, dat de regeering alle middelen aangrijpe, die het opiumkwaad kunnen breidelen.
Daarmede zal aan Indië een groote dienst worden bewezen.
NIET VERSTANDIG
Het was een wijs woord, dat mr. Fock, de voorzitter van de Liberale Staatspartij, „De Vrijheidsbond", op de jaarvergadering van die partij te Leeuwarden sprak, toen hij zeide : „De tijdsomstandigheden dwingen ons om de op economisch terrein heerschende verwarring niet grooter te maken".
Maar het was niet verstandig, toen de oud-Gouverneur-Generaal op deze waarschuwing iets verder deed volgen :„Intusschen is de financieele toestand van tal van kleine zelfstandige ondernemers en tal van kleine boeren zoo kritiek geworden, dat spreker van deze plaats nog eens met den meesten aandrang; zijne aanbeveling van het vorig jaar herhaalt, dat men ten spoedigste zal overgaan tot het premievrije Staatspensioen voor allen, onverschillig of zij al of niet, in loondienst zijn geweest. De groote verschuivingen, die in de laatste jaren in de inkomens van tal van kleine zelfstandigen hebben plaats gehad, rnaken het dringend noodig, dat de voorziening voor den ouden dag niet alleen beperkt blijft tot hen, die in loondienst zijn geweest, maar zoo spoedig mogelijk tot ieder burger boven een bepaalden leeftijdsgrens, wiens inkomen blijft beneden een bij de wet vast te stellen bedrag worde uitgebreid".
Dit was, zooals wij zeiden, geen verstandige taal. De aanbeveling van mr. Fock tot zijne partijgenooten komt zelfs in strijd met zijn eerste opmerking, dat „de tijdsomstandigheden dwingen om de op economisch terrein heerschende verwarring niet nog grooter te maken".
Immers invoering van premievrij Staatspensioen zou de verwarring juist doen toenemen.
Dit zou ook mr. Fock duidelijk zijn geworden, als hij zich eens ernstig had neergezet om te berekenen hoeveel millioenen met het premievrij Staatspensioen gemoeid zijn en zich had afgevraagd, waar die millioenen vandaan moeten komen.
Het kost thans reeds heel wat hoofdbrekens om de Rijksbegrooting sluitend te krijgen. Op menige, zelfs noodzakelijke uitgave, moet bezuinigd worden.
Daarom zal premievrij Staatspensioen als gevolg hebben vermeerdering van de verwarring op financieel en economisch gebied, wat mr. Fock juist niet wil.
Wij mogen niet zeggen en willen ook niet denken, dat het gesprokene te Leeuwarden in verband werd gebracht met de verkiezingen van het volgend jaar.
Daarvan mogen wij een man als mr. Fock niet verdenken.
Echter was, wat gezegd werd, niet verstandig.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's