UIT DE PERS
„Daartegen gaat ons bezwaar niet.
In „Kerkopbouw", orgaan van de Vereeniging „Kerkopbouw" (redacteur dr. J. F. Beerens, van Utrecht) schrijft prof. dr. A. M. Brouwer, van Utrecht, de voorzitter van „Kerkopbouw" het volgende stukje :
„Het heeft bij sommigen, die van het Reorganisatie-voorstel 1929 niet nauwkeurig kennis hadden genomen, ontstemming gewekt dat daartegen onzerzijds oppositie is gevoerd. Daar die oppositie één der aanleidingen werd tot de oprichting van „Kerk opbouw", moeten wij nu daarover handelen. Dan zal het duidelijk worden, waarom wij ons niet konden aansluiten bij het Ned. Hervormd Verbond tot Kerkherstel, dat zich tot doel heeft gesteld dat Reorganisatie-voorstel in hoofdzaak aangenomen te krijgen, blijkens Artikel 2 van zijn reglement : „Het Verbond stelt zich ten doel voor „te staan en zoo mogelijk te bevorderen een reorganisatie der Ned.„Hervormde Kerk in den geest en „volgens de grondlijnen van het Re-organisatie-rapport 1929".
Wat zijn dan de bezwaren daartegen ?
Als wij de Inleiding op het „Ontwerp van een Nieuw Algemeen Reglement voor de Ned. Hervormde Kerk" lezen, dan wordt als doel op den voorgrond gesteld „een weg aan te wijzen, waarlangs allerlei wantrouwen, hetwelk een van de voornaamste "wortels is van het voortkankerend partijwezen, kan worden weggenomen en allerlei onverkwikkelijke oneenigheden, waarbij zoo licht de meerderheid in plaats van de waarheid triumfeert", kunnen worden voorkomen of verzacht". Deze weg wordt gezocht in een nieuwe organisatie, waar 't mogelijk zal zijn in breedere kerkelijke vergaderingen den partijstrijd te bespreken.
Dit is inderdaad een sympathiek streven. Als het hierbij bleef, dan zou er geen leden zijn tot opponeeren. Men heeft hier te doen met een poging, het presbyteriaalsynodale systeem naar den eisch van den historisch geworden toestand zoo consequent mogelijk uit te werken. Daartegen gaat ons bezwaar dan ook niet".
Prof. Brouwer zegt dan verder, dat zijn bezwaar gaat tegen een „procesmatige leertucht".
Voor of tegen de belijdende Kerk.
Ds. A. B. te Winkel, Herv. predikant te s-Gravenhage, vraagt in zijn Kroniek in „Onder Eigen Vaandel", zulks naar aanleiding van de discussies over de onlangs verworpen Synodale Voorstellen der Ned. Hervormde Kerk, die de minderheden een wettige plaats zouden willen verschaffen, of „het waarachtig is, om in een Kerk, die toch een Christelijke Kerk wenscht te zijn, en dit is, te bepalen, dat men ook plaats moet geven aan een prediking, die lijnrecht in strijd is met al hetgeen door de eeuwen heen door de Una Sancta beleden is". Men wil „sanctioneeren, wettig erkennen, wat door overmacht en bestuursorganisatie in de Kerk van Christus Jezus niet thuishoort". Ds. Te Winkel oordeelt, dat dit, ware het aangenomen of werd het in de toekomst aangenomen, het sanctioneeren van de onwaarachtigheid in het leven der Ned. Hervormde Kerk zou zijn.
In „Kerkopbouw" lezen we : Een verkeerde zet.
De kwestie in den Wieringermeerpolder is ons allen bekend. Daar is tot hulpprediker voor den tijd van één jaar door het Classicaal Bestuur van Hoorn benoemd een vrijzinnig predikant, met voorbijgaan van den heer Finkensieper, die daar ruim anderhalf jaar met groote toewijding en zegen onder de Zuiderzee-arbeiders heeft gewerkt, daartoe in staat gesteld door de Vereeniging „Land in Zicht".
Een drietal lijsten, respectievelijk onderteekend door 55 vaste bewoners, doopleden en lidmaten der Hervormde Kerk, 44 bewoners van verschillende religieuse en maatschappelijke beginselen en 129 tijdelijke arbeiders, inhoudende 't verzoek den heer Finkensieper te beroepen, werden terzijde gelegd. Het Classicaal Bestuur van Hoorn maakte gebruik van zijn macht, en ging lijnrecht tegen den uitgesproken wensch der overgroote meerderheid in, daar slechts 30 vaste bewoners een vrijzinnig predikant begeerden.
Deze onvrijzinnige, kortzichtige handelwijze heeft vele rechtzinnigen met diepe verontwaardiging vervuld. En de vraag werd geuit: „Hoe kunt gij toch met zulke menschen samenwerken ? " Vooral de leden van „Kerkopbouw" zijn over dit optreden zeer bedroefd, al moeten zij eerlijkheidshalve erkennen, dat ook aan rechtzinnige zijde wel eens zulk machtsmisbruik plaats vindt. Dat is toch niet de manier om tot vreedzame samenwerking te kernen. Wij weten van sommige vrijzinnigen, dat zij deze daad van het Hoornsche Kerkbestuur ten zeerste veroordeelen.
Waarom is dit niet door meerdere toonaangevende leiders openlijk uitgesproken ?
Wat is de oorzaak van dit zwijgen ?
Het gevolg van dit besluit ? Nieuwe verdeeldheid, nieuwe splitsing, nieuwe strijd ! Reeds is een orthodoxe Evangelisatie opgericht, die door verschillende bestuursleden onzer Vereeniging wordt aanbevolen. Wij hopen, dat deze poging rijkelijk zal worden gezegend. Maar bovenal, dat het Classicaal Bestuur van Hoorn zal gaan inzien, dat het een verkeerden zet heeft gedaan en dat het niet zal nalaten het volgend jaar zijn fout te herstellen.
J. F. B.
Bijbellezen aan het begin van den maaltijd
Het behoort vanouds tot de goede zede, dat bij den maaltijd een gedeelte van Gods Woord wordt gelezen. Het is de taak van den huisvader, als priester in het gezin, bij dese voorlezing vóór te gaan. En het is wenschelijk, dat al de leden van het huisgezin elk voor zichzelf de voorlezing volgen, door individueel, dus elk uit eigen Bijbel, na te zien. Het voordeel daarvan is, dat geen woord wordt gemist, geen woord verkeerd verstaan wordt en dat 't oog het oor te hulp komt, zoodat de inhoud beter wordt opgenomen en sneller verwerkt.
Het is niet mijn bedoeling over de Bijbellezing bij de tafel in het algemeen iets te schrijven ; dus de historie daarvan en de verschillende methoden blijven rusten ; wel meen ik goed te doen, met te betoogen, dat men goed zal doen de orde, zooals die bijkans algemeen overal gevolgd wordt, eenigszins te veranderen.
Ik wilde n.l. verdedigen de wenschelijkheid van Bijbellezing aan het begin van den maaltijd inplaats van aan het einde.
Deze practijk wordt in sommige huisgezinnen sedert jaren reeds met zeer goed gevolg toegepast.
Het zij mij vergund de verschillende yoordeelen daarvan kortelijk in het licht te stellen.
In de eerste plaats heeft het lezen vóór den maaltijd dit voordeel, dat heel de tafel nog ordelijk is ; alles is nog op zijn plaats.
Al is dit niet van overwegend belang, toch mag het feit, dat de huiselijke godsdienstoefening gehouden wordt rondom een ordelijken disch, niet worden onderschat.
Van veel meer beteekenis is, dat allen op hun plaats zijn. Hoe vaak gebeurt 't niet, dat één of meer van de huisgenooten haast hebben, ze moeten naar school of kantoor, naar werkplaats of fabriek. Natuurlijk behoort in een ordelijk gezin daarmee in zoo ver rekening te worden gehouden, dat men vroeg genoeg met den maaltijd begint; maar de gevallen, dat één der kinderen voor avondschool of cursus eerder dan de anderen de tafel verlaten moet, zijn desniettemin zeer talrijk. Welnu : leest men Gods Woord vóórdat met het eten begonnen wordt, dan is niemand der huisgenooten daarvan uitgesloten.
Ten derde is een groot voordeel de sfeer van rust, die dan aan de tafel nog heerscht in tegenstelling met de onrust, die 't einde van den maaltijd kenmerkt. Niet allen eten even snel, en veel kinderen eten zelfs zóó langzaam, dat ze zeer ver achteraan komen. Het is daarom niet steeds doenlijk te wachten met het Bijbellezen totdat allen gereed zijn. Dat sommigen voortgaan met den maaltijd en dat b.v. intusschen kleine kinderen bij 't eten geholpen moeten worden, veroorzaakt een zekere onrust, die de gedachten afleidt en den eerbied schaadt.
Van groot belang is voorts, dat door het lezen van Gods Woord aan het begin van den maaltijd aan Gods Woord de plaats der eere verzekerd wordt, die aan 't Woord toekomt. Hoe vaak gebeurt het niet, dat men tengevolge van haastigen spoed maar eens een paar verzen leest, of het lezen maar eens overslaat ! Elk, die een gezin heeft, zal de waarde en de strekking van bovenstaande argumenten gevoelen. Het is een kwestie van dagelijks weerkeerend belang ; door de invoering van den regel, als hierboven werd uiteengezet, wordt zonder twijfel een groote verbetering bereikt, zoodat de eerbied voor Gods Woord wordt bevorderd en de orde in de huishoudelijke godsdienstoefening aanmerkelijk meer tot haar recht komt.
(Geref. Kerkb. Rott.)
J. A. TAZELAAR.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's