RONDOM DE LEESTAFEL
DE KERK EN DE INTELLECTUEELEN, door mr. R. Houwink ; Kerkopbouw-geschriften, Reeks F no. 3. Van Gorcum en Comp., Uitgevers, Assen.
Bij Van Gorcum en Co., het centraalpunt van de Vrijzinnige Hervormde Pers, geeft de Vereeniging „Kerkopbouw" een reeks van kleine geschriften uit. Het zijn korte brochures van ten hoogste 1 vel (16 pagina's) druks, geschreven door verschillende leden van „Kerkopbouw". Reeds zijn verschenen „Eenheid in Christus" door prof. dr. A. M. Brouwer (Reeks C : het Kerkbegrip) en „Bestuur en Beheer" door prof. dr. C. G. Wagenaar (Reeks E : practische Kerkorganisatie) ; en nu verschijnt (in Reeks F : Kerk en Maatschappij) bovengenoemde brochure. De schrijver begint aldus : „Er is waarschijnlijk wel geen groep in ons volksleven aan te wijzen, die uit zulk een bonte verscheidenheid van elementen bestaat als die der intellectueelen. Doch in één ding komen zij allen overeen : hun intellectueele functies nemen een bijzondere plaats in in het geheel van hun leven. Zij zijn „hoofd-arbeiders". ,, Hun materieel bestaan berust op hun intellect". Er is bij zulke menschen een „intellectueele toespitsing"; vooral bij „de grootestadsmensch". „Wij hebben ons af te vragen wat dit „intellectueel-zijn" te beduiden heeft in verband met de vraag naar de be teekenis der Kerk, zooals deze zich in onze dagen weder met hernieuwde kracht aan zeer velen voordoet, zoowel van hen die binnen als buiten haar muren staan".
Zoo krijgen we bij de intellectueelen het intellect en bij de Kerk : het geloof. En de brochure behandelt dan het probleem „de verhouding van geloof en intellect". Het gaat over het geloof en „de rationeele sfeer van ons denken". We moeten het geloof laten wat het is, dan wordt duidelijk wat plaats aan het intellect toekomt bij den christen. En dan is in deze brochure geloof = „ergernis". „Het geloof is geenszins, waarvoor het zoo vaak gehouden wordt, een zoete oogentroost of een welzalige sluimerrol, maar : ergernis, principieel en radicaal". „Waarom ? Omdat geloof ons een zekerheid schenkt, die al onze zekerheden breekt; omdat z i j n klaarheid ons licht verduistert, zijn rust onze rust verstoort. Gelooven beteekent tegelijkertijd uitroepen : „Heer, kom mijn ongeloof te hulp!"
Maar — „ons mensch-zijn verdraagt een dusdanigen inbreuk op zijn autonomie niet. Het wil eigen zekerheden, eigen licht en een rust, die het uit zichzelf vermag voort te brengen. Zoo begeert het ook over het „geloof" te beschikken. Het buigt het bovennatuurlijke tot iets dat in de natuur van den mensch gelegen is (religieus bewustzijn !) om en maakt van genade recht.
Zoo gebeurt het, dat de mensch zijn intellect stelt tegenover het geloof. Als ze in de gevaarlijke zone komen van het geloof, grijpen in die situatie de intellectueelen naar hun intellect. Maar dan „vergrijpen" zij zich ! Want het intellect heeft een eigen bestemming en is den mensch niet ingeschapen, opdat het hem een wijkplaats bieden zou om zich te verbergen voor het licht der Goddelijke waarheid. Dit intellectueel „vergrijp" heeft de ernstigste gevolgen, want het ontneemt allengs aan het intellect het vermogen tot klaar onderscheidend oordeelen, omdat de grenzen overschreden zijn, waarbinnen de intellectueele werkzaamheid zinvol functioneert. Het intellect wordt dan misbruikt om de autonomie van den menschelijken geest te handhaven tegenover den Goddelijken en dan verliest tegelijk de menschelijke kennis de klaarheid en zekerheid, waartoe zij bij recht gebruik harer middelen in staat is. En juist het meest wreekt zich deze verabsoluteering van het intellect op het terrein van het godsdienstig leven. Zorgvuldig worden dan van „het geloof" de scherpe kanten afgevijld. Geloof is dan geworden tot redelijke religieusiteit, waarover het vrijstaat eindeloos te speculeeren. Het intellect weet wel een oplossing dan van alle geloofsmoeilijkheden, waarbij het geen inmenging van boven duldt, maar autonoom wil optreden.
Het is duidelijk, dat degenen die door aanleg en werk op de uitoefening hunner intellectueele functies zijn geconcentreerd, het meest zijn blootgesteld aan de „verintellectualiseering" van hun geloofsleven ; zij zullen het spoedigst in de verleiding komen de ergernissen van het geloof op verstandelijke wijze te neutraliseeren. Het intellect is niet zelden een groot gevaar en een groote belemmering voor 't geloof. De intellectueel verschanst zich zoo gaarne stevig achter de vestingwallen der cultuur — en die in zijn intellect zulk een machtig wapen bezit tot zelfbedrog, meent niet zelden dat wij het Christendom achter den rug hebben".
Na deze inleiding over „geloof en intellect" behandelt de schrijver dan z'n onderwerp : „de Kerk en de intellectueelen". Hij handelt dan eerst over : „geloof en intellect met betrekking tot de Kerk", dan over „de intellectueelen buiten de Kerk" ; vervolgens over : „de intellectueelen in de Kerk" ; en eindelijk wordt de vraag : „wat kan de Kerk doen ? " onder de oogen gezien.
Wij raden aan deze brochure te lezen. Er worden mooie gedachten in uitgesproken ; ook ten opzichte van de roeping der Kerk, de theologische wetenschap, de opleiding, den geest van kunsten en wetenschappen, van de algemeene politiek, enz. „Heeft men zich wel eens ernstig rekenschap gegeven van de massale ontkerstening onzer Westersche beschaving en van de, hiermede gepaard gaande, toenemende secularisatie van het godsdienstig besef ? Wat is realiter aan christelijke waarden (niet: aan traditie!) aanwezig in onze hedendaagsche samenleving ? Immers zoo goed als niets. Wat leeft er aan godsdienstig besef in de geestelijke leidslieden van Europa ? Het eerste het beste hoofdartikel uit de internationale pers kan u het antwoord geven. Ik verzeker u, dat het afdoende zal zijn" (blz. 9). „Binnen de muren der Kerk hebben de intellectueelen een zeer belangrijke taak. In de eerste plaats de theologen. Zoodra men de theologie niet meer voor een stiefzuster van de wijsbegeerte van den godsdienst houdt, doch haar weder een zelfstandige positie toekent in het geheel der wetenschappen; zoodra men haar weer onmiddellijk betrekken durft op den Bijbel en op de verkondiging van het Evangelie en zich niet tevreden stelt met 't bedrijven van — hoe nuttig op zichzelf ook ! religionspsychologie en godsdienstgeschiedenis, wordt de geweldige beteekenis zichtbaar, die de veel gehoonde heeft voor onzen tijd enz."
Men leze deze brochure zelf.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's