De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

8 minuten leestijd

't Is als een stille afspraak, dat de eerste Donderdag in de maand Augustus onze Gereformeerde menschen zich opmaken naar hun Zendingsdag. Met opzet wordt dit woord gekozen, want Zendingsfeest zal hier niet licht burgerrecht krijgen. Immers wie feest denkt te houden op het Zendingsterrein, zal zeker wel eenigszins ontnuchterd worden. Niet, dat hier geen vroolijke gezichten worden gezien, en dat hier geen blije tonen worden beluisterd. Ongetwijfeld. Wanneer ergens ter wereld vroolijkheid mag worden verwacht, is het wel in deze omgeving. Alles jubelt, alles spreekt van Gods heerlijke schepping. Zou den mensch dan daarin alleen een zwijgende rol zijn toebedeeld ? Immers neen ! Te meer, waar hier het Woord des Konings wordt vernomen en de gangen van Zijn wonderschoon Evangelie onder de volkeren wordt nagespeurd. 't Is als een kerkgang op een stillen Zondagmorgen en noode kan de gedachte naar achteren worden gedrongen dat hier het lied geheel op zijn plaats zou zijn :
Hoe vroolijk gaan de stammen op Naar Slons Godgewijden top.
Het mag weliswaar geen tempelgang worden genoemd in den strikten zin van het woord, in werkelijkheid is het daarvan nauwelijks te onderscheiden. Tenminste zoo behoort het te zijn. Wie onze eerste Zendingsdagen heeft mogen meemaken zal het zich nog wel kunnen herinneren dat aan alle kanten de indruk levendig was : hier legde het Woord beslag.
Dat in den loop der jaren hierin eenige verandering kwam, is niet te verwonderen. Het steeds grooter wordend aantal bezoekers brengt vanzelf eenige roerigheid mee. Daarbij draagt ook de deelname van veel jongeren het zijne bij. Jonge menschen voelen de dingen heel anders aan dan zij, die op meer gevorderden leeftijd zijn gekomen. Toch mag niet worden ontkend, dat onze Zendingsdagen hun stichtelijk karakter vrij goed hebben weten te bewaren.
'k Had 't er ook op gezet om te gaan. Vroeg gaan is mijn gewoonte niet. Zoo kwam ik dan op het moment, dat er net een flinke bui was geweest, 'k Was geloopen van Zeist tot dicht bij het terrein v/aar de Zendingsdag werd gehouden. Een heerlijker wandeling laat zich nauwelijks denken. Alles nog even frisch en vroolijk. Daarom viel het me op, dat er enkele menschen me tegenkwamen met een uitdrukking op het gezicht, waaruit bezorgdheid mocht worden afgeleid.
Zou onze Zendingsdag mislukken ? Het heeft hier gegoten — zoo klonk het eenigszins bang. Weet ge wat opgemerkt werd : „wat harder het regent, wat eerder het over is. Ge zult eens zien, we krijgen vandaag het mooiste weer dat zich denken laat".
Nu, is het ook uitgekomen of niet ? 't Was er zoo mooi en 't was er zoo vol. Want dit laatste legt ook geen klein gewicht in de schaal. Waar menschen zijn, willen menschen wezen. Een dichte massa animeert, 't Is zoo'n aangename gewaarwording, wanneer men van alle kanten zoo bekende gezichten ziet en vanuit de verte en nabij de groeten worden gewisseld.
Op zoo'n Zendingsdag gevoelt men zich als tusschen één grooten familiekring. Men is onmiddellijk thuis.
Nu is mijn komen hier altijd nog iets anders dan van de gewone bezoekers. Ik ben naast lid van den Gereformeerden Zendingsbond ook nog Penningmeester van den Gereformeerden Bond. En in die laatste kwaliteit zien er velen naar me om. De Zendingsdirector, ds. Bieshaar, zei laatst eens tegen me : „de Gereformeerde Bond is de jongere broer".
Zoo voel ik het precies aan. Wij zijn uit éénen bloede. Wij beoogen één doel. Wij bestrijken één terrein. Wij hebben ook dezelfde menschen. Ik voor mij zie 't zoo : als de Gereformeerde Bond hier in krachten mag toenemen, nog meer dan tot nu predikers, die de Gereformeerde prediking zullen uitdragen, worden gevormd, zal de Gereformeerde Zendingsbond het kunnen weten. Elke prediker, door ons gesteund en geholpen, is een werker voor de Gereformeerde Zending. En in dit gevoelen sta ik niet alleen.
'k Was dan ook nauwelijks opgewandeld met een paar collega's, of van meerdere kanten werd ik, in letterlijken zin, aan de jas getrokken.
Ds., ik heb wat voor u. 'k Heb al naar u uitgezien, 't Was dan ook een moment, dat het me haast te druk werd. 'k Werd er bijna verlegen onder. Toch was het niet onaangenaam. Integendeel. Ik vind het zoo heerlijk dat warme meeleven van onze menschen. Er schuilt nog zooveel verborgen kracht in de Gereformeerde gelederen. Als het maar geleid wordt in de rechte banen, zal nog menig veld kunnen worden ontgonnen. Geld is voor mijn werk niet de eerste zaak ; liefde voor de zaak zegt alles. Is deze gewonnen, zoo volgt het andere vanzelf. Dan worden ook de beurzen ontsloten. Ge kunt dit zoo duidelijk merken bij het werk van de Gereformeerde Zending en bij dat van ons. Terwijl alles zucht en steunt, vloeien bij ons de gaven nog wonderlijk. In plaats van klagen, moet het hoofd gebogen en de bekentenis geuit : „Heere, wat handelt Ge met ons toch beschamend". Onzen menschen gaat waarlijk de malaise niet voorbij ; zij vormen een deel van het geheel. Zeer velen hebben het waarlijk moeilijk, en toch wordt er door hen nog voor de komst gevraagd, d. w. z. gebeden en gegeven.
Zoo merken wij in heel den gang van 't werk Gods hand. En waar het zoo wordt aangevoeld, wordt hetgeen moeilijk is licht en wat als een donkere wolk boven ons hangt met een gulden rand omtogen. Godes zorg voor ons en het onze heeft nog niet opgehouden. Laten we, dit opmerkende, met onzen arbeid voortgaan, in vertrouwen dat wat Hij onder ons is begonnen, ook zal weten in het leven te behouden en zegenen om Zijns Zelfs wil. Thans wil ik u mededeelen wat in deze laatste dagen inkwam.
1. Het eerste gewerd me vanuit 's Gravenmoer. 'k Heb daar 'n vriend wonen, die telkens aan me denkt, ƒ 1..,
2. Van de fam. Buising te Ridderkerk kreeg ik vanwege de 40jarige huwelijksherdenking ƒ 5, . Hij schreef, dat deze niet mocht geschieden onder gunstige huiselijke omstandigheden, 'k Hoop, dat zich deze thans in eenigszins gunstigen zin mogen gewijzigd hebben en dat de Heere hen tezamen naar lichaam en ziel rijkelijk in Zijn gunst laat deelen.
3. Mejuffr. N.N. te Utrecht bracht me haar maandelijkschen rijksdaalder. ƒ 2.50
4. De collecte, gehouden te Waddingsveen, bracht op de kolossale som van ƒ140.80
Deze werd me nagezonden, want ik had het genoegen hier zelf te mogen voorgaan. Het bijschrift luidde: „Deze valt zeker niet tegen". Neen, dat doet ze zeker niet. Ik ben er zoo recht verheugd mee, want ik zie er Gods hand in.
Worde Hij er in verheerlijkt, zoo blijft de zegen voor de gevende gemeente niet uit. Onder alles onzen oprechten dank.
5. Door ds. Vreugdenhil te Gorinchem voor het Studiefonds 5 gld., gevonden in zijn brievenbus. 'k Mag lijden, dat hij nog menig keer iets uit zijn bus voor onze fondsen opdiept, ƒ 5.-
6. Door ds. Westra Hoekzema te Mijnsheerenland een deel van een gift van 75 gld. Voor 't Studiefonds ƒ 25.-
7. Door den heer A. van der Vlist de contributies van de afdeeling te Schoonhoven / 20._
8. Door den heer G. Verhagen te Alphen a. d. Rijn de contributies van de afd. aldaar, vermeerderd met een gift van 5 gld. en den inhoud van het busje voor het Studiefonds. Samen ƒ 54, 25
9. Door den penningmeester van de afdeeling Alkmaar werden ons de contributies afgedragen, zijnde ƒ13.50
10. Ds. Van der Snoek zond me van N.N. voor het Studiefonds ƒ 5._ 11. Door ds. Steenbeek te Oudewater werd me toegezonden een gift van iemand die niet naar den Zendingsdag kon gaan, van ƒ 5.--  Ik dank hem en niet minder den gever voor zijn blijken van meeleven. Uit deze gift spreekt zoo duidelijk, hoe onze menschen het aanvoelen. Ook het jongere broertje deelt op onze gedenkdagen mee. Als de oudste jarig is, krijgt hij ook 'n cadeautje, 't Zou al te sneu zijn. Nu, hartelijk dank, hoor.
12. Op den Zendingsdag kreeg ik van den heer D. Uithol te Kamerik ƒ 4.van N.N. uit Leiden ƒ10.— Van twee vriendinnen in een pakje 10 guldens plus een bankbiljet van 10 gld. Samen ƒ20 — Een gift van N.N. f 10_ Een gift van N.N. uit S. ƒ 10 - Een gift van N.N. uit V. ƒ 5-Een gift van J. N. uit T. ƒ 250 Een gift van N.N. ƒ 2 50 Van J. N. B. te T. ƒ 2 — Door ds. Van der Snoek, als oud-Penningmeester, omdat zij den huldigen Penningmeester niet konden vinden, van E. B. 1 gld. voor gratis lezen van de Waarheidsvriend, plus 1 gld. plus 1 gld van N.N. Samen ƒ3- Verder van J. G. te Alphen f2 50 plus f 0.25. Samen ƒ 2 75 Verder van N.N. 1 gld. plus 1 gld plus 1 gld. plus 1 gld. Samen ƒ 4._ Is het niet prachtig ? Ik merkte bij deze gelegenheid op, dat er nog oude guldens rondzwerven ƒ1 — Stuur ze mij maar, hoor. De heer J. van Pijlen droeg uit naam van den penningmeester te Hazerswoude de contributie af plus 1 ouden gulden. Samen ƒ42.50
13. De heer Th. A. Paber te Nijkerk (Friesland) zond me de contributie van de afdeeling aldaar ƒ30 —
14. Door ds. Heijer te Vlaardingen werd me een gift, in den collectezak aldaar gevonden, met bijschrift „voor 't Studiefonds, uit dankbaarheid voor verjaardag", toegezonden ƒ 15. Van N.N. uit Oldebroek, met begeleidend schrijven ƒ 2.50 'k Hoop er goede nota van te nemen. 16. Het bekende busje van C. Bardelmeijer te Zegveld bracht op ƒ 2.82 17. Voor verkochte exemplaren van het Gedenkboek over de laatste twee maanden ƒ 3 18. Tenslotte uit den collectezak van de Oranjekerk alhier ƒ o.25 Opgeteld maakt dit tezamen
f 450.---
Wij zijn uitermate verblijd.
Utrecht.
Ds. J. GOSLINGA.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's