DE VEREENIGING VOOR CHRISTELIJK NATIONAAL SCHOOLONDERWIJS.
De Vereeniging voor Christelijk Nationaal Schooionderwijs heeft zich altijd zéér geïnteresseerd voor subsidiëering van Scholen met den Bijbel. En in de laatste jaren zijn uitgebreide maatregelen getroffen om Schoolvereenigingen te helpen aan gelden voor Waarborgsommen, ook wel voor andere uitgaven van den penningmeester.
Het uitstaand bedrag der leeningen was op 1 Jan. 1931 niet minder dan ƒ124.612. Voor alle gelden, die uit het Waarborgsommenfonds werden verstrekt, is sinds 1 Juli 1931 de rente teruggebracht tot hoogstens 5%.
Een voorname zaak, welke steeds de volle aandacht van de Vereeniging voor Chr. Nationaal Schooionderwijs gehad heeft, is een eigen Schoolinspectie.
In alle eenvoudigheid is daarmee begonnen. Eerst waren er subcommissiën en agenten. Op den duur bevredigde dit evenwel niet. De benoeming van een Inspecteur, waartoe in 1867 de Hoofdcommissie gemachtigd werd, stuitte af op practische bezwaren.
Sedert 1881 werden de scholen jaarlijks bezocht door Districtsraden. De drang tot het aanstellen van een inspecteur of inspecteurs bleef echter aanhouden. En toen de practische bezwaren grootendeels opgeheven waren, kon men overgaan tot het maken van een nieuwe regeling voor het toezicht op de aangesloten scholen. Het geheele land werd voor dit toezicht verdeeld in 4 inspecties en 20 districten.
In de vergadering van de Hoofdcommissie op 26 September 1907 werden de 4 inspecteurs, de heeren H. Bijleveld, R. Huizenga, D. de Rijcke en H. A. Weststrate, geïnstalleerd, nadat ze schriftelijk instemming hadden betuigd met grondslag en doel der Vereeniging.
Dit toezicht, dat meer leidend en raadgevend dan controleerend was, heeft vele jaren met goed gevolg gewerkt. Bij de uitbreiding der scholen echter werd het aantal inspecteurs te klein. Op den duur zou men er toe moeten overgaan om öf een paar inspecteurs aan te stellen, die geheel voor en van de inspectie zouden kunnen leven, óf het aantal inspecteurs (zoolang 't een bij-betrekking bleef) aanzienlijk uit te breiden. En de Wet van 1920 eischte meer dan vroeger een geheel deskundig toezicht. Vandaar, dat in 1921 weder een nieuwe regeling van het schooltoezicht gemaakt is, waarbij de Districtsraden werden opgeheven en het aantal inspecteurs op 11 werd gebracht, wat in 1932 12 is geworden.
In Inspectie I, Groningen en Drenthe, (ongeveer 53 scholen), is als inspecteur werkzaam de heer G. Meima, directeur van de Chr. Kweekschool te Groningen, H. W. Mesdagstraat 12.
In Inspectie II, Noord-en Oost-Friesland (ongeveer 53 scholen) is als inspecteur werkzaam de heer J. Strikwerda, directeur van de Chr. Kweekschool te Dokkum.
In Inspectie III, West-en Zuid-Friesland (ongeveer 48 scholen) is als inspecteur werkzaam de heer A. L. J. Wytzes, directeur van de Chr. Kweekschool te Sneek.
In Inspectie IV, Overijsel en Noord-Veluwe (ongeveer 68 scholen) is als inspecteur werkzaam de heer G. Kamerling, rustend leeraar Kweekschool, Ratzeburglaan 4, Apeldoorn.
In Inspectie V, Gelderland (ongeveer 61 scholen) is als inspecteur werkzaam de heer O. F. W. Rietveld, directeur van de Chr. Kweekschool te Doetinchem.
In Inspectie VI, Utrecht en het Gooi (ongeveer 59 scholen) is als inspecteur werkzaam de heer J. van der Spek, directeur van de Chr. Kweekschool te Utrecht, Biltstraat 146.
In Inspectie VII, Noord-Holland (ongeveer 60 scholen) is als inspecteur werkzaam de hr. N. Heukels Jr., leeraar Kweekschool, Joh. Verhulststraat 186, Amsterdam-Zuid.
In Inspectie VIII, Zuid-Holland Noord en Noord-Holland Zuid (ongeveer 43 scholen) is als inspecteur werkzaam drs. H. Schilp, directeur van de Chr. Kweekschool, Leiden, Morschweg 138.
In Inspectie IX, Zuid-Holland Zuid (ongeveer 56 scholen) is als inspecteur werkzaam de heer W. J. Visser, directeur van de Chr. Kweekschool te 's-Gravenhage, Laan van Eik en Duinen 47.
In Inspectie X, Zuid-Holland Z.O., N. Brabant en Limburg (ongeveer 52 scholen) is als inspecteur werkzaam de heer J. Gras, rustend directeur Kweekschool, 's-Gravenhage, Ericalaan 30.
In Inspectie XI, Zeeland (ongeveer 25 scholen) is als inspecteur werkzaam dr. K. Huizenga, directeur Chr. Kweekschool te Middelburg.
In Inspectie XI A, Zuid-Hollandsche eilanden ca. (ongeveer 23 scholen) is als inspecteur werkzaam de heer P. van Duijvendijk, leeraar Chr. Kweekschool te Dordrecht, Gevaertswee 16.
Het totaal aantal scholen, dat bij Christelijk Nationaal aangesloten is, bedraagt ongeveer 600.
De contributie voor de Schoolbesturen bedraagt sinds 1932 voor elke door hem beheerde school ƒ 5.—, vermeerderd met zooveel maal ƒ 2.— als er op 1 Januari van het boekjaar onderwijzers aan de school verbonden zijn.
Kweekscholen betalen ƒ 25.— per jaar. Contributiën en giften over 1931 bedroegen ƒ 8895.—.
De Penningmeester, mr. D. W. O. A. Schut, Vondelstraat 31, Amsterdam (bureau voor den Penningmeester : Bloemgracht 164, Amsterdam) geeft in het laatste Jaarverslag (1932) ten opzichte van de financiën en de contributiën der Schoolvereenigingen de volgende mededeeling :
„In de laatste jaren moest er herhaaldelijk op gewezen worden, dat de financiën onzer Vereeniging er lang niet rooskleurig uitzien. Gedurig sloten de jaren met aanzienlijke tekorten varieerende van ± ƒ4400.— en ± ƒ2100.— per jaar. De gezamenlijke tekorten der jaren 1925 tot en met 1930 bedroegen het geweldige cijfer van ƒ 17.578.—.
Zooals ook reeds eerder is vermeld, vroeg de Inspectie groote offers. Het jaarlijksch bedrag is in de laatste jaren steeds ruim ƒ 10.000.—, die slechts voor ongeveer de helft konden bestreden worden uit de bijdragen der aangesloten Schoolvereenigingen.
Dit bracht de Hoofdcommissie op de gedachte op de Algeméehe Vergadering, gehouden op 28 Mei 1931, het voorstel ter tafel te brengen'om de contributie te stellen op ƒ 5.— per school + ƒ 2.— per onderwijzer (vroeger ƒ1.-—.).
Het is bekend, dat dit voorstel zonder discussie is aangenomen en met blijdschap mag worden geconstateerd dat bij het innen der contributie geen bezwaren tegen deze verhooging v/erden geopperd, wel een bewijs, dat onze Inspectie wordt gewaardeerd.
Hoewel nu door de contributie der Scholen, de kosten der Inspectie nog lang niet gedekt zijn, mag met dank aan God worden geconstateerd, dat na vele jaren thans de rekening over het afgeloopen boekjaar niet met een tekort sluit, doch dat er een batig saldo overblijft van ƒ 1089.—, waardoor het kapitaal werd gebracht op ƒ153.635.36".
(Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's