De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

10 minuten leestijd

Dr. J. C. S. Locher, Ned. Herv. pred. te Leiden, schreef in „Kerkblaadje" van 28 Augustus j.l. het volgende artikel, dat we hier overnemen :
DE SYNODE.

De Synode van 1932 is uiteengegaan. Ze behoort alweer tot het verleden. Van groot belang was de vraag, wat er zou gebeuren met de voorstellen tot „vreedzaam samenwonen der richtingen". In de Classicale Vergaderingen was er felle oppositie. Weinig Classen hadden „vóór" geadviseerd. Zoo kon dan de commissie voor de behandeling der aanhangige wetsvoorstellen niet anders doen dan eenparig adviseeren tot niet-vaststellen. En zoo zijn dan deze voorstellen naast de reorganisatie-voorstellen in den synodalen grafkelder bijgezet. De begrafenis was nog iets minder eervol. Slechts drie stemmen waren er nog vóór.
Maar we moeten niet vergeten, dat de reorganisatie-voorstellen het niet eens tot eene voorloopige aanneming hebben gebracht. We moeten evenmin vergeten, dat de tegenstand tegen de voorstellen niet algemeen gold het beginsel, maar bij verschillenden slechts den vorm en de omstandigheden. Evenmin als de reorganisatie-voorstellen dood zijn omdat ze in de Synode zijn gesneuveld, evenmin kan men dat zeggen van de „bevredigingsvoorstellen" De gedachte blijft levend. Het is de onmacht der Kerk, dat ze blijft dobberen tusschen eene beslist belijdende Kerk en eene Kerk van „Elk wat wils". We moeten maar weer voortschipperen. Gelukkig mogen wij het Woord nog prediken in onze Kerk. En we gelooven in den Heiligen Geest.
Reden tot treuren over het afwijzen der voorstellen hebben we niet. Reden tot juichen ook niet. We zullen wel moeten blijven oppassen.
Nieuwe voorstellen, waarmee het beginsel gemoeid is, zullen er wel niet van de Synodale tafel gekomen zijn. Toch zijn allerlei belangen besproken, o.a. die der binnenschippers, die niet alleen onder stoffelijken, maar ook onder geestelijken nood lijden, en waarvoor Buitenlandsche Kerken eerder oog gehad hebben dan wij.Voor den modernen prof. Knappert is deze vergadering de laatste die hij heeft meegemaakt. De menschen komen en gaan. Ook deze Synode is begraven, tenzij ze nog eens in buitengewone zitting moet bijeenkomen om een hoogleeraar te kiezen. We hebben af te wachten, wat ze heeft nagelaten. Gods Raad gaat door.
Wij kunnen ons met deze beschouwing van dr. Locher wel vereenigen. Oppassen is de boodschap ! Want al staat het voor ons vast, dat de Kerk nu weer bewezen heeft dezen weg van vredig samenwonen der verschillende richtingen niet op te willen, we moeten niet gelooven, dat vooral de Vrijzinnigen, maar ook wel van de Ethicshen, zullen stil zitten. Er zal wel weer wat nieuws komen straks.
In dat verband spijt het ons zoo, dat men in den kring van „Kerkopbouw" (voorzitter prof. Brouwer, van Utrecht) niet flinker voor den dag komt. Eenerzijds kwam men den Vrijzinnigen niet te hulp, wat bij vele Vrijzinnigen, met name ook bij dr. Niemeyer, van Bolsward, verbittering gewerkt heeft. Maar anderzijds blijft men op 't punt van het belijdend karakter der Kerk zoo vaag en onzeker en zoo onduidelijk, dat er voor velen onder de rechtzinnigen geen touw aan vast te maken is. Er zit geen lijn in en er is dan ook geen vertrouwen bij velen op het stuk van de positieve belijdenis der Kerk.
Als voorbeeld halen we hier aan wat ds. J. J. Buskus, pred. bij de Gereformeerde Kerk, H.V., schrijft in „Woord en Geest" van 26 Augustus j.l. Hij heeft het over de brochure, door de Vereeniging „Kerkopbouw" uitgegeven. En schrijft dan letterlijk : „No. 1 van de Kerkopbouw-geschriften, de brochure „Eenheid in Christus", heeft ons teleurgesteld. Wij hadden gehoopt op een principieele behandeling van het vraagstuk in verband met de vraagstelling van onzen tijd. Maar onze hoop is niet vervuld. Prof. Brouwer maakt mooie opmerkingen, maar over de beslissende kwestie glijdt hij al te gemakkelijk heen. Vooral de laatste vijf bladzijden maken op ons den indruk van veel te haastig geschreven te zijn".
Zoo staan we nog voor vele moeilijkheden. En als we dan lezen in een beschouwing over de Synode van 1932 van de hand van dr. P. Smit (lid van de Synode) wat deze schrijft over de Kerk, het samenwonen en samenwerken der verschillende richtingen in de Kerk en in dat verband over de waarde en beteekenis van de dogmatiek, welke waarde in dat verband als niets geacht wordt, ja — dan moeten we eerlijk bekennen dat we er niet veel van begrijpen wat een predikant, doctor in de theologie, in dat verband inzake de dogmatiek, de geloofsleer, de belijdenis bedoelt.
Dr. Smit schrijft n.l. : „Tijdens de zittingen der Synode heb ik menigmaal mijn blik laten gaan over de ronde tafel en dan zag ik daar zitten vertegenwoordigers der confessioneelen, bijbelsch-orthodoxen, ethischen, die rechts en ethischen, die links keken, vrijzinnigen van den ouden stempel en rechts-modernen, en ik verheugde me dan, dat de richtingen „vreedzaam samenwoonden" om te werken aan het bescheiden, maar noodige werk, dat de Synode ook dit jaar te doen had.
Zal een vreedzaam samenwonen der richtingen in onze Kerk nimmer worden bereikt ? Er zijn er, die het beweren. Zelf blijf ik de toekomst hoopvol tegenzien. Die toekomst van den kerkelijken vrede zal verhaast worden, wanneer meer en meer doordringt het besef, waaraan Bavinck op zijn sterfbed uiting gaf : „aan mijn geleerdheid heb ik nu niets meer; ook mijn dogmatiek baat mij niet meer; alleen het geloof maakt mij zalig". (Rullmann, Onze Voortrekkers, bladz. 238).
Is het nu verstandig om dit woord van prof. Bavinck, op zijn sterfbed gesproken, zóó maar over te nemen, als we het hebben over de Kerk, het kerkelijk samenleven, de kerkelijke vergaderingen, enz. ?
Wat men op het sterfbed missen kan, moet men dat voor alle de dagen van ons leven, voor ons dagelijksch bestaan, overbodig achten en verwaarloozen ?
Men moest zulke ondoordachte dingen niet neerschrijven.
De Kerk heeft een belijdenis noodig, en daarin moeten we het zeer zeker wat de hoofdzaken en fundamenteele dingen betreft hartelijk met elkander eens zijn.
Dan is het een samenwonen niet van tegenstrijdige richtingen, maar van geloofsgenooten.
In die richting ligt ook de toekomst van de Nederlandsche Hervormde Kerk naar het woord van den Heiland en al de Apostelen !

KERKELIJKE OVERDENKINGEN.
In verband met bovenstaand artikel, waarin over de Synode werd gehandeld, willen we hier ook doen volgen wat ds. Groenenberg, van Vlaardingen, in „Nieuw Kerkelijk Leven", orgaan van het Ned. Hervormd Verbond tot Kerkherstel (Aug. 1932) schreef :
„Als we het kerkelijk terrein overzien, dan denken we natuurlijk in de eerste plaats aan de Synode. En het is voor ons in het bizonder een vreugde, dat de Voorstellen III en IV tot het vredig-samenwonen der richtingen zijn verworpen, nadat de Classicale Vergaderingen er zoo ongunstig over hadden geadviseerd. Na dit ongunstig advies was er niet anders te verwachten. Laten we bij enkele verschijnselen, die zich daarbij hebben voorgedaan, even stilstaan. Voor mij persoonlijk is de houding van Kerkopbouw in deze een groote teleurstelling geweest. Kerkopbouw verklaart altijd met nadruk, dat het een belijdende Kerk wenscht. Op dit punt bestaat er zelfs een groote gevoeligheid. Als er maar de schijn bestaat, dat iemand daaraan twijfelt, wordt men boos. En inderdaad heeft men ook geen recht daaraan te twijfelen, als het met zoo'n nadruk wordt gezegd. Maar men werkt den twijfel toch eigenlijk sterk in de hand. Als prof. Brouwer de Voorstellen der synode in het Algem. Weekblad toelicht en verdedigt, dan wordt het belijdend karakter der Kerk niet genoemd. En het was met verbazing, dat ik bemerkte, dat niemand uit den kring van Kerkopbouw tegen deze voorstellen opkwam. Totdat Noordmans zijn ingezonden stuk schreef en deze voorstellen benaderde vanuit het belijdend karakter der Kerk en ze op grond daarvan moest bestrijden. Maar het bleef onzeker wat de „Kerkopbouwers" zouden doen. De meesten zijn echter Noordmans gevolgd. Dat is voor ons een hoopgevend verschijnsel. Ook hierin zien we duidelijk twee lijnen loopen binnen Kerk opbouwen. We zien met belangstelling uit, welke het zal winnen. Voor ons is er een tweeheid. Er zijn menschen, die den nadruk leggen op het eerste deel van het programma (het belijdend karakter der Kerk) en er zijn menschen, die in Kerkopbouw zien een vereeniging tot practisch werk, die alle richtingen erkent en voor evenredige vertegenwoordiging is. Op de Classicale Vergadering van Alkmaar, waar ik deze voorstellen bestreed, en ook zei, dat ze in strijd waren met de gedachte van een belijdende Kerk, zooals Kerkopbouw en Kerkherstel wilden — kwam een vrijzinnig lid van Kerkopbouw hiertegen op. Hij zag de beteekenis van Kerkopbouw op heel ander terrein liggen. En ook dr. Niemeyer heeft in de Synode zijn teleurstelling over de „Kerkopbouwers" uitgesproken".
Verder zegt ds Groenenberg dan nog : „Ik mag nog wél even aan onze verhouding tot Kerkopbouw de aandacht schenken. Kerkopbouw noemt onze beweging gevaarlijk, omdat de Kerk er door uiteengescheurd wordt. De een na den ander zal uit de Kerk worden verwijderd. De helft + 1 zal uitmaken wat waarheid is, enz. Op een van onze samenkomsten dezen winter heb ik gezegd, dat Kerkopbouw dan minstens even gevaarlijk is. Men wil toch, dat de Kerk zich zal uitspreken over allerlei vragen, maatschappelijke inrichting, oorlog en vrede, enz. Als men dit werkelijk gaat doorzetten, zal er een felle strijd ontbranden. Een symptoom daarvan vond ik in het ingezonden stuk van den heer Van Peski, uit Rotterdam, in 't Algemeen Weekblad. Hij achtte de liefde voor de Kerk onder de jongeren daarom zoo gering, omdat de Kerk niet genoeg voelt voor de nationale gedachte. De ideeën van de vredesbeweging beheerschen de Kerk te veel. De Kerk moet onder dit alles wel tureluursch worden, want van den kant der vredesbeweging wordt haar juist verweten, dat ze veel te nationalistisch en militairistisch is. Gaat de Kerk verklaringen geven, dan kan een deel van haar leden deze verklaringen niet voor haar rekening nemen. De helft + 1 beslist wat er verklaard zal worden. Als we even ons bewust zijn van de felheid der gedachtentegenstelling in onze dagen, dan zal men begrijpen dat deze verklaringen tot uitbarstingen zullen leiden. Daarom zeggen wij : als ergens de tegenstellingen tot conflict leiden, laat het dan zijn op de centrale vraag: Wat dunkt u van den Christus ?
Daar gaan onze wegen uiteen en daar vereenigen zich ook onze wegen".

NAAR UTRECHT.
Donderdag 8 September a.s. wordt te Utrecht in Hotel des Pays Bais (Janskerkhof) de jaarlijksche vergadering van Hervormd Gereformeerde Predikanten gehouden, waar ds. J. C. van Apeldoorn, pred. te Leiden, dr. P. J. Kromsigt, van Amsterdam en dr. J. J. Woldendorp van Stedum, zullen spreken.
Predikanten, candidaten in de Theologie inbegrepen, die instemmen met de belijdenisschriften der Hervormde Kerk, worden daar verwacht, en wij hopen zéér, dat velen dit jaar gelegenheid zullen vinden om Donderdag 8 September naar Utrecht te gaan. Zooals men weet, is dit een vergadering, die jaren geleden in het leven is geroepen, omdat we voelden dat het zoo goed is dat de predikanten, die wel niet van dezelfde Vereeniging of Bond lid zijn, maar toch overigens geestverwanten, elkander althans ééns in 't jaar ontmoeten.
Men moet erkennen, dat het Bestuur elk jaar met aantrekkelijke onderwerpen ter bespreking kwam en die nu het programma ziet, zal zeggen, dat het werkelijk wel de moeite waard is om, als dominees onder elkaar, over zulke dingen te hooren en daar over met elkaar eens te spreken.
Wij verheugen er ons over, dat ds. Van Apeldoorn het openingswoord zal spreken, , maar niet minder, dat dr. Kromsigt wil refereeren over het wezen der Kerk en dat wel in verband met het kerkelijk vraagstuk. Laten wij als predikanten onderling over deze zaak eens met elkaar spreken nu ! De tijdsomstandigheden zijn zoo ernstig en 't kerkelijk vraagstuk treedt hoe langer hoe meer op den voorgrond. En als we dan eens gemoedelijk met elkaar kunnen spreken, zal dat zeker z'n nut hebben.
Ook het onderwerp, door dr. Woldendorp te behandelen : „preekmethoden", trekt. Zij er veel belangstelling, ook uit den kring van de predikanten van den Gereformeerden Bond ! Dat de ouderen niet achterblijven ! Dat de jongeren met ons zich mogen opmaken, om ook hier te zoeken het goede voor land en volk, voor Kerk en Vaderland !
Geve de Heere ons een goede, recht gezegende vergadering !
Zooals men weet, vangt de vergadering 10.15 's morgens aan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's