De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

8 minuten leestijd

INLICHTINGEN GEVRAAGD EN VERSTREKT.
Er blijven, zooals wij de vorige week aan het einde van ons artikel „Nadere opheldering" opmerkten, nog twee punten te behandelen, die in het schrijven van den Utrechtschen lezer aan onzen hoofdredacteur met een enkel woord werden ter sprake gebracht.
In de eerste plaats het stopzetten der treinen op Zondag, en verder het weren van politieke stukken uit kerkelijke bladen.
Wat het eerste punt betreft, stellen de Staatkundig Gereformeerden, tot welke politieke partij onze lezer schijnt te behooren, den eisch, dat de Overheid het spooren trambedrijf op Zondag zal stil leggen. Deze eisch laat zich intusschen gemakkelijker in redevoeringen uitspreken of op 't papier neerschrijven, dan dat hij practisch in toepassing is te brengen.
Natuurlijk zouden ook wij niets liever zien, dan dat in alle bedrijven, zoowel die in overheids-als in particuliere handen, de Zondagsrust volledig werd gehandhaafd, doch of het ooit daartoe zal komen, of dat de Overheid hier desnoods met dwang kan optreden, betwijfelen wij ten zeerste.
Ook de Staatkundig Gereformeerden zien dit zoo in, vandaar, dat hun eisch niet verder gaat dan alleen het spoor-en trambedrijf.
Zij laten het autobusbedrijf, de particuliere-, benevens de huurauto's en het vervoer te water, om slechts deze drie middelen van vervoer te noemen, ongemoeid en rustig op Zondag hun gang gaan.
Nu doet zich al dadelijk deze vraag voor, waarom het spoor-en trambedrijf op Zondag stilgelegd en zich niet bekommerd over alle andere vervoergelegenheden, die ook op Zondag hun bedrijf uitoefenen ?
Wanneer het antwoord op deze vraag zou luiden, dat de spoor-en tramwegen in tegenstelling met de andere vervoermiddelen, overheidsbedrijven zijn, dan zou dit antwoord onjuist zijn, want de spoorwegen zijn geen staatsbedrijf, evenmin als dit 't geval is — enkele uitzonderingen in een paar groote gemeenten daargelaten — met de tramwegen.
Ook kan niet op het feit gewezen worden, dat de Overheid in deze bedrijven medezeggenschap heeft of wel, dat voor het loopen der treinen of trams concessie noodig is en bij de concessievoorwaarden dus bepaald zou kunnen worden, dat op Zondag niet gereden mag worden.
Ditzelfde geldt toch ook b.v. voor de autobussen, die eveneens van de overheidscolleges vergunning behoeven om het bedrijf uit te oefenen.
Bovendien maken alle middelen van vervoer gebruik van de wegen, die aan de overheidslichamen toebehooren : het Rijk, de Provincie of de Gemeente.
Daarom is het een halfslachtig en hoogst inconsequent standpunt, dat diegenen innemen, die den eisch stellen, dat alleen de spoor-en tramwegen op Zondag zullen stop gezet worden.
Het is ons voorts niet duidelijk, wanneer b.v. De Banier, het Staatkundig Gereformeerd dagblad schrijft „De Staatkundig Gereformeerden dringen bij de Overheid aan tot stopzetting van treinen en trams, omdat zij als Overheid de roeping heeft Gods Wet te handhaven en dus heeft op te komen voor de heiliging van Gods Wet", de Overheid althans naar de meening der Staatkundig Gereformeerden hare roeping zou nakomen en Gods Wet zou handhaven, als zij op Zondag wel de spoor-en tramwegen stillegde, doch op dien dag autobussen, auto's en andere vervoermiddelen geheel vrijliet hun bedrijf uit te oefenen.
Zooals wij hierboven schreven, is het veel gemakkelijker over het stopzetten van het spoor-en tramverkeer op Zondag te praten en te schrijven, dan deze eisch zonder meer in de practijk in toepassing te brengen.
Zij, die zoo handelen, geven zich geen rekenschap van de gevolgen, die de doorvoering van hun eisch met zich zou brengen.
Bij het stilleggen van het spoor-en trambedrijf op Zondag zou toch het autobusverkeer zich op dien dag in zeer sterke mate uitbreiden, en het autovervoer belangrijk toenemen.
Ten gevolge van het snelverkeer zou het met de Zondagsrust in onze steden en dorpen gedaan zijn.
Nu reeds is in de centra der bevolking een rustige Zondagsviering haast niet meer mogelijk. En hoe zou het dan gaan, wanneer honderden en duizenden autobussen en motorrijtuigen bij het stopzetten van treinen en trams de wegen onveilig maakten.
Het werd dan een chaos, waarvan de bevolking de dupe zou worden.
Hoe weinig de Staatkundig Gereformeerden zich den toestand indenken, die van den maatregel om het trein-en tramverkeer op Zondag stop te zetten, het gevolg zou zijn, blijkt uit hetgeen De Banier in zijn nummer van 6 Augustus schrijft: „Tal van ambtenaren en beambten worden — zoo staat daar — door een z.g. normalen treinenloop door de Overheid genoodzaakt om des Zondags arbeid te verrichten. Daartegen komen wij met klem en kracht op."
Maar hoe zou het dan gaan, wanneer; eens de eisch der Staatkundig Gereformeerden werd ingewilligd en het trein-en tramverkeer op Zondag stil stond ? Dan toch zou een veel grooter aantal personen te werk worden gesteld, als op het oogenblik het geval is.
De politie b.v. zou den geheelen Zondag in het getouw moeten zijn om het verkeer i te regelen.
Voorwaar, zij, die de stopzetting van treinen en trams zonder meer op Zondag voorstaan, geven zich geen rekenschap van de Zondagsontheiliging, die daarvan het gevolg zou zijn.
Het vraagstuk van de Zondagsrust bij het verkeer op Zondag is dan ook niet zoo eenvoudig op te lossen als de Staatkundig Gereformeerden dit wel denken.
Of dan de toestand zoo moet blijven, als hij op dit oogenblik is ? Wij voor ons hopen van harte, dat er een weg gevonden wordt om de toenemende en schrikkelijke Zondagsontheiliging te keeren.
Intusschen heeft het ons verbaasd, dat waar de Staatkundig Gereformeerden, schier bij iedere gelegenheid die zich voordoet, opkomen voor het stopzetten van den treinenloop op Zondag — onze Utrechtsche lezer schrijft „een ieder, die toch zijn beginsel vasthoudt, zal voor stopzetting der treinen op Zondag zijn en voor geheele Zondagsheiliging." — de Kamerleden, die tot deze partij behooren, en over dit onderwerp veel praten en schrijven nog nimmer een wetsvoorstel bij de Kamer indienden om aan dit kwaad een einde te maken.
De motie, die ds. Zandt destijds indiende, waarbij het oordeel werd uitgesproken, dat de openbare middelen van vervoer des Zondags behooren stil te staan, was niet anders dan een paradepaard, omdat die afgevaardigde heel goed wist, dat er in de verste verte geen kans bestaat, dat de Kamer haar zou overnemen en bij aanneming de regeering niet verplicht zou zijn, haar uit te voeren.
Daarom heeft een motie geen beteekenis.
Meenen de Staatkundig Gereformeerden, dat een poging om de treinen en trams op Zondag stop te zetten, behoort plaats te hebben, dan moeten hun Kamerleden een voorstel aanhangig maken, waarin die stopzetting wettelijk wordt voorgeschreven. Doch in die richting bleven ds. Kersten en de zijnen in gebreke een stap te doen. Zij missen daardoor het recht om de regeering of andere partijen, die evenmin kans zien om het vervoer op Zondag te laten stilstaan, daarvoor verantwoordelijk te stellen.
Bij deze eenigszins breedvoerige beschouwing over het zoo belangrijke vraagstuk der Zondagsrust bij spoor-en tramwegen, willen wij het voorloopig laten, ten aanzien van het tweede punt, het weren van politieke stukken uit kerkelijke bladen, kunnen wij korter zijn.
Onze Utrechtsche lezer stelt de vraag, of het niet beter zou zijn politieke stukken uit kerkelijke bladen te weren.
Op die vraag willen wij dit antwoorden, dat politieke stukken, zooals deze den inzender voor oogen staan, in ons blad niet voorkomen. Laat hij De Waarheidsvriend eens leggen naast De Banier, dan zal hij de juistheid van onze opmerking moeten toegeven.
De politieke stukken, die in laatstgenoemd blad voorkomen, zijn toch van heel anderen aard als die, welke in ons blad in de rubriek „Staat en Maatschappij" voorkomen.
In die rubriek worden onderwerpen besproken als : onderwijs. Zondagsrust, sociale verzorging enz., en van principieel standpunt bezien.
Ons blad handelt niet anders als andere kerkelijke bladen. Als voorbeeld mogen wij b.v. noemen het kerkelijk blad der Gereformeerde Gemeenten „De Saambinder".
Gelukkig is De Waarheidsvriend nog niet zoo verpolitiekt als juist dit orgaan der Gereformeerde Gemeenten, dat zelfs in het stichtelijk stuk de politiek er duimen dik oplegt.
Een enkel voorbeeld moge de juistheid van dit feit staven.
In het nummer van De Saambinder van 11 Augustus wordt in de stichtelijke overdenking over den tekst uit Zach, 9 Vérs 4 : „Zie, de Heere zal haar uit het bezit stoeten en Hij zal hare vesting in de zee verslaan en zij zal met vuur verteerd worden" dit gezegd :
Machtige sommen worden jaarlijks uit de Staatskassen door enkelen getrokken. Zelfs nu nog, nu duizenden in armoede verkeeren. Twee, drie goed gesalarieerde betrekkingen worden gegeven aan één persoon, en dat niet in één geval, doch tienmaal en nog eens tienmaal, waar anderen snakken naar één van die posten, omdat zij werkloos rondgaan
Onze scherpe afkeuring (moet) gaan over het opstapelen van inkomens, de pensioenen er niet buiten gerekend, tot de vele duizenden per jaar aan enkele personen.
Bij het lezen van deze opmerkingen in de stichtelijke overdenking, waarin niets stichtelijks is, legt men 't blad naast zich neer.
Het is in-droevig, dat de politiek overal wordt bijgesleept, zelfs tot in de stichteiijke overdenking van De Saambinder.
Gelukkig maakt De Waarheidsvriend zich aan dit kwaad niet schuldig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's