UIT DE PERS
In „De Bazuin" troffen we dit artikel van de hand van den heer G. Meima, directeur van de Kweekschool te Groningen, dab we hier gaarne overnemen :
DE FANTASIE.
Kinderen denken na. Wij meenen wel eens van niet en achten het dan voor een niet te weerspreken waarheid, dat kinderen maar licht over de dingen heenloopen; maar 't is zoo niet. Zij moeten 't fijne van de zaak weten en dringen ons niet zelden met hun vragen geducht in het nauw. Let ook maar eens op de ernstige gezichten, die ze bij verschillende kwesties zetten; heusch ze meenen het heelemaal en 't is niet verstandig zich er maar met een praatje, met een uitvlucht af te maken. Dan komen ze wel met hun vragen terug en o, wee, als ze ons dan op een onwaarheid betrappen. Niets is erger dan dat ze hun vertrouwen in ons verloren hebben.
Zij gaan evenwel niet alleen over de dingen nadenken, maar met de verkregen voorstellingen gaan ze aan 't fantaseeren. Ze vormen nieuwe beelden. En nu is juist de kinderlijke geest rijk aan fantasie. Daar om zijn ze heel jong reeds verzot op een mooi verhaal. Dat kunnen ze goed nakomen. Hun eigen verbeeldingskracht raakt daarbij in actie en vol leven weten ze ons het verhaal terug te geven, niet zelden nog verrijkt met gegevens, door de fantasie van het kind er aan toegevoegd. Van veel belang is hierbij ook plaat en teekening. Deze komen het kinderlijk voorstellingsvermogen te hulp. Nu kunnen ze zich den gang van zaken nog helderder voorstellen en met gemak onthouden ze aan de hand van platen en teekeningen een opgedischt verhaal. Vele ouders hebben daarvan al versteld gestaan ; dat zoo'n kleine jongen een heele geschiedenis wist te onthouden en in zijn eigen leuk taaltje wist weer te geven. Zoodra het kind evenwel maar over een beetje fantasie beschikt, lukt dit gemakkelijk. Natuurlijk moet het kind ook geheugen hebben, om een en ander te onthouden, maar over het geheel kunnen we toch wel zeggen, dat het nog niet altijd bewijs is van een buitengewonen aanleg, wanneer het kind aan de hand van platen een verhaal weet weer te geven en zelfs al spoedig weet te bedenken.
't Is onmiddellijk duidelijk, van hoe groot belang het is, dat wij invloed houden op de fantasie van onze kinderen. Zoo gemakkelijk wordt hun verbeelding bezoedeld. Heel wat menschen worstelen levenslang met de beelden, waarmee hun geest in hun jeugd werd gestoffeerd en waar deze nu mee bezig blijft. Zij hebben naar veel vieze gesprekken moeten luisteren, veel onkuische afbeeldingen gezien, en nu blijven ze daarmee ook later zoo gemakkelijk aan 't werk. Altijd duiken die voorstellingen weer op en altijd fantaseert de geest daarmee voort. Het is er mee als met het zaad in den akker : wat er gezaaid is, dat groeit er op en moet er ook worden gemaaid.
In niet geringe mate wordt de fantasie van het kind gevoed en geleid door 't spel. Wij geven ze poppen: zij tooveren er levende wezens van, die eten en drinken en slapen en ziek zijn en stout. Een hoekje van een kamer wordt een heele boerderij, een stal met koeien en paarden. Broertjes en zusjes worden : opa, opoe, oom, tante. En heel dit spel gaat vergezeld van een levendigheid en een ernst, dat ge er versteld van staat. Trouwens het is hun ook ernst. Dat ziet ge wel, als ge het spel komt verstoren. Daar worden heete tranen bij geschreid. We kunnen beter eens op hun spel ingaan : koop maar eens wat bij den kleinen koopman. Want, we moeten ook ons kind in dezen kennen. We moeten weten, of het uitmunt door nuchterheid en zakelijkheid, of dat het een levendige fantasie heeft. Dat kan te pas komen, wanneer het kind straks zijn beroep moet kiezen.
Heel spoedig zullen we dan ook ontdekken dat onze kinderen ook in dit opzicht al zeer verschillend zijn. Sommigen zijn altijd in actie, sleepen heel de boel bij elkaar en weten heel het gezelschap in het spel te betrekken. Anderen kunnen maat niet op dreef komen, vragen al heel gauw „Wat moeten we spelen ? " Laatstgenoemd den laten zich wel leiden, willen wel meedoen, maar kunnen zelf niet wat nieuws opzetten. Zouden zulke eigenaardigheden niet van veel belang zijn bij de beroepskeuze straks ?
Evenwel, we moeten met de fantasie van onze kinderen ook weer voorzichtig zijn. Pascal heeft gezegd : „De fantasie is de gek in huis". En daar is ook weer wat van waar. De fantasie kan een mensch tot rare dingen brengen. Daarom mag men ze maar niet onbeteugeld laten gaan. Ze moet van de jeugd af worden geleld. Zoodra ze overspannen raakt, beleven we ongelukken. En hoe gemakkelijk gebeurt dat met de vele boeken, die onze kinderen in een onwerkelijke wereld inleiden; met de bioscoop, die zeer schadelijk is voor het rustig waarnemen, maar van nog veel fataler invloed is op de gezonde fantasie. De verbeelding raakt geheel overspannen en voert de menschen tot vreemde daden. In plaats van in de nuchtere werkelijkheid, gaan de menschen op in allerlei illusies, droombeelden, Ze aanvaarden het leven niet meer, zooals het is, voelen zich in menig opzicht slecht thuis, worden — zoo ze meenen — vaak verkeerd beoordeeld en onrechtvaardig behandeld en rooven zichzelf het geluk, dat God aan de menschenkinderen op deze aarde toch nog wil geven.
Laten we daarom de heerlijke gave van de fantasie bij onze kinderen waardeeren, er voedsel aan geven, maar laten we er ook even zorgvuldig voor waken, dat deze gave Gods niet wordt misbruikt. Ze mag nooit het rustige waarnemen overwoekeren en daardoor oorzaak worden dat onze kinderen het gewone niet meer mooi vinden en in een onwerkelijke wereld gaan leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 september 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's