MEDITATIE
Wederom is het koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman, die schoone parelen zoekt; Dewelke, hebbende eene parel van groote waarde gevonden, ging heen en verkocht al wat hij had, en kocht die. Mattheüs 13 vers 45 en 46.
ALLES VERKOOPEN!
Er is onder degenen, die van God en van Christus vervreemd zijn, toch nog wel een groot onderscheid, al onderschrijven wij 't woord des apostels, dat zij allen zijn afgeweken en te zamen onnut geworden. In ieder geval is de koopman in schoone parelen niet het beeld van hen, die door lage zinnelijke lusten gedreven worden, van hoereerders, dieven en moordenaren. Wij denken bij de bovenstaande gelijkenis aan hen, die naar edele dingen streven en toch geheel vervreemd zijn van God en van Zijn dienst.
Wie zou geen eerbied hebben voor het werk van barmhartigheid, waaraan menigeen zich geheel geeft, uit medelijden met zoo heel veel ellende, die men bespeurt. In Christus gelooft men niet. Zijn liefde drijft hem niet. Maar toch is er een ernstig zoeken om in het donkere leven van menigeen een lichtstraaltje te brengen. Zulke menschen zijn edele geesten te noemen. Zij zijn als de koopman in schoone parelen.
Wij kunnen niet anders dan het prijzen als men er naar staat om zooveel als mogelijk is de ellende van den oorlog af te wenden. Aan de bekende ontwapeningsconferentie nemen misschien wel deel mannen, die er nimmer om bidden dat de Heere de roede van den oorlog terughoudt. Zij kennen Hem niet en erkennen Hem niet in al hun wegen. En toch, zij begeeren oprecht dat er vrede onder de volken wone. Ook van hen is de koopman in schoone paralen het beeld Niet slechts medelijden, maar ook gevoel voor recht en billijkheid kan de drijfveer zijn. Het permanente Hof van internationale justitie houdt thans weer zitting in het Vredespaleis. Dat paleis is op zichzelf reeds een schoone parel. De kwestie-Groenland moet tusschen Noorwegen en Denemarken in 't reine gebracht, door rechtspraak, zoodat een oorlog wordt voorkomen, 't Behoort tot het zoeken van schoone parelen.
Moeten wij niet bewonderen de denkkracht, die God gaf en geeft aan de wijsgeeren van oude en nieuwe tijden ? Te betreuren is als zij niet besteed wordt in den dienst van den Gever. Wij denken aan zoovele kunstenaars in woord en beeld en aan hen, die in hun opklimmende gedachtenwereld, in hun voortbrengselen behagen vinden, 't Is toch te prijzen als b.v. jonge menschen zich daarin verdiepen, als zij gaarne door lectuur hun geest verrijken. Dit is toch heel wat mooier dan wanneer zij door lagere zinnen zich laten drijven of op straat allerlei kwaad uitvoeren. Dit alles is het zoeken van schoone parelen. Ja, ik vermoed dat allen die deze overdenking lezen, wel behooren tot de zoekers van schoone parelen in een of ander opzicht. Al zou het slechts hierin bestaan dat er een ernstig streven is naar een ingetogen wandel, zoodat een rein, deugdvol leven ons toch hooger staat dan een slordigen, in groven zonde-dienst verzonken levenswandel.
Zeker ! Bij al dit verheffende, dat wij bij velen kunnen opmerken, ontbreekt helaas het „ééne noodige". Vaak koestert men daarbij een geweldige vijandschap tegen de religie, en keert men er zich wrevelig van af, als het gaat over de eeuwige bron van liefde, recht en wijsheid. Daarin wordt de verlorenheid van den gevallen mensch openbaar. Maar toch hebben wij in hen het beeld goed voor ons. De koopman in schoone parelen is moeizaam bezig. Hij reist van plaats tot plaats om prachtige versierselen te zoeken.
De Heere wil ons door deze gelijkenis zeggen dat wij de parel van groote waarde hebben te zoeken en dat wij, om die te verkrijgen, al het andere moeten verkoopen. Dit is de hoofdzaak van onze gelijkenis. Alles verkoopen! Om die ééne parel te koopen !
Er gebeurde in het koopmansleven van dezen man iets dat hij wel nooit meer zal vergeten hebben. Op zekeren dag heeft hij een parel ontdekt van ongekende grootte en glans. Nooit had hij zulks gezien. Hij had verstand van parelen. Hij wist dat hij er nu eene had die alle anderen overtrof. Diè moest hij hebben. Hij wist, hij zou er wél bij varen. En zoo gaat hij heen, verkoopt al wat hij had en koopt die eene. Een koopmansdaad van geweldige beteekenis !
Die koopmansdaad moet er ook in ons leven plaats vinden, in geestelijken zin. Ook wij moeten al het onze, al wat wij hebben, gaarne willen prijs geven, om ééne parel van groote waarde te bezitten.
Die ééne parel is Jezus Christus, de Zaligmaker van verlorenen. Wie Hem als zijn Borg en Heiland hebben mag, heeft alles, omdat in Hem alle schatten der wijsheid en der kennis verborgen zijn.
Zullen wij eens een schoone parel naast die allerschoonste leggen ? Willen wij eens gaan vergelijken ? Ja, maar dan moet gij, die dit leest, ook kiezen ! 't Moet een echte koopmansdaad in uw ziel zijn ! Het werk van barmhartigheid en menschenliefde is een schoone parel. Maar leg daar eens naast de parel van groote waarde, n.l. de barmhartigheid, de liefde Gods, zooals die in Christus is geopenbaard. Barmhartigheid voor den diepst gezonkene Liefde van menschen kan veel hulp en troost geven, maar de genade Gods in Christus redt van allen nood en dood Liefde van menschen geeft tijdelijk geluk, doch de liefde Gods in Christus verduurt de eeuwigheid Daardoor gedreven, heeft Christus Zich in den dood overgegeven, om de schuld Zijner gemeente te betalen, om voor hare zonden te boeten, om in haar plaats aan Gods gerechtigheid te voldoen. Hierbij verdwijnt alle liefde van menschen in het niet.
Als die liefde ons drijft, zijn ook wij barmhartig, met den meest edelen drang. Dan is Christus de wijnstok en zijn wij de ranken, en wordt de Vader verheerlijkt doordat wij veel vrucht dragen.
Inderdaad, Christus is de parel van groote waarde. Als onze oogen daarvoor geopend worden, komt het ook in ons leven tot die geweldige gebeurtenis, zoodat wij alles verkoopen om die eene parel te bezitten.
Zullen wij er nog eens een andere parel bijleggen, om hen te vergelijken? Wij wezen hierboven reeds een schoone parel aan, n.l. een rein, oppassend leven. Gij die dit leest hebt die parel misschien wel in uw bezit. Toch is de gerechtigheid en de heiligheid van Christus een parel, die haar ver overtreft. Die gerechtigheid wordt de gemeente van Jezus Christus toegerekend. Och, wat beteekent ons reinheidsstreven, onze deugdzaamheid bij die volmaakte gerechtigheid van Christus ? Hij toch was in heel Zijn leven in overeenstemming met de geestelijke wet. De glans van het paradijs ligt over die schoonste der parelen. Als onze oogen opengaan voor die toegerekende gerechtigheid, dan zeggen wij, biddend, misschien wel met de uitspraak : „ik laat U niet los tenzij dat Gij mij zegent" : Dié parel moet ik hebben.
Dan hebben wij ook de meest edele drijfkracht naar een heilig leven, naar een godzaligen wandel. Een vermaak in de wet Gods.
Waarlijk, Christus is de parel van groote waarde. Met welke parel wij haar ook vergelijken, zij wint het altijd er van. Daar is, om nog een derde schoone parel te noemen, de wijsheid en kennis, die de menschen kunnen verkrijgen. Velerlei lectuur biedt haar ons aan. Zij zijn inderdaad tot veredeling en verheffing des levens. Maar een eenvoudig man, die misschien niet eens goed kan lezen, maar die God mag kermen door het geloof in Jezus Christus, Dien Hij gezonden heeft, diè heeft het eeuwige leven. Diè heeft een kennis, die volkomen vrede geeft, waarmee hij de eeuwigheid kan ingaan. Alle andere kennis heeft nimmer een onsterfelijke ziel rust gegeven. Deze wèl. Zij is het meest verheffend. Zij brengt bij God. De glans van het paradijs ligt over deze parel. Als onze oogen hiervoor geopend worden, is deze wijsheid ons veel meer waard dan alle wijsheid dezer wereld. Niet dat wij deze laatste verachten. Neen, wij zullen haar waardeeren. Met het verlichte oog des geloofs aanschouwen wij de grootheid Gods in al Zijn werken, in de natuur en in de kunst, in de cultuur en in de ontwikkeling. Maar dit is alléén daardoor, dat wij in Christus de parel van groote waarde zagen.
Daarom moet het ook bij ons komen tot de koopmansdaad. De Godsdaad in onze zielen. De vraag der aanbidding zij ook in onze harten : „Heere, tot Wien zullen wij heengaan ? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens".
De vraag is nu, hoe wij die parel van groote waarde vinden. Niemand zal toch eenige heerlijkheid in Christus vinden of hij zal daartoe door eene bijzondere leiding des Geestes gebracht worden. Uit eigen beweging neemt niemand toevlucht tot het Kruis. Aan het Kruis hing de Gevloekte, van Wien gezegd was : Hij had geen gedaante noen heerlijkheid, dat wij Hem zouden begeerd hebben.
Als wij zoeken naar schoone parelen, als wij verheffende dingen nastreven, zullen wij in dat zoeken toch nooit de aanbiddelijkheid van den Heere Jezus Christus ontdekken. Vele paarlen kunnen wij dan wel schoon en glanzend vinden, maar de schoonheid ontgaat ons van de parel van groote waarde. „Weg met Hem !", zoo hebben ze eens van Hem geroepen. Ons natuurlijk hart stemt daarmee in. 't Is dwaas, 't is droevig, 't is ten slotte noodlottig voor den mensch. Maar 't is zoo. De allerschoonste parel wordt door den mensch vertreden, terwijl hij met die parelen zich vermaakt, die het in de allerverste verte in glans niet halen bij deze ééne.
Hoe dwaas ! Hoe goddeloos ! Wij moeten aan onszelf ontdekt worden, opdat wij gaan zien dat er in onszelf alle schoonheid ontbreekt. De harmonie tusschen God en ons is geheel verbroken.
Die innige overeenstemming tusschen den wil van zijn Schepper vormde de ware schoonheid. Nu vertoont ons zieleleven slechts een jammerlijke wangestalte. Een puinhoop, waar eerst het schoonste bouwwerk stond. Welnu, deze bijzondere leiding des Geestes hebben wij noodig, n.l. dat onze oogen die wangestalte met droefheid gadeslaan. Wij moeten leeren weenend neer te zitten bij onzen puinhoop, den bouwval van ons geestelijk leven. Niet de minste schoonheid wordt er dan in ons ontdekt, als de geestelijke wet onze spiegel is. 't Gebeurt immers maar al te vaak dat wij na onze bekeering van onze godsdienstigheid en vroomheid een „heilig huisje" maken, dat wij onze bevindingen altijd maar als schoone parelen door de hand laten glijden, ja, dat wij er voor anderen mee gaan pronken. Dan is de ontdekkende werking van Gods Woord weer bij vernieuwing noodig. Een pijnlijke ontdekking ! Om het Woord in al z'n scherpte te verstaan, dat onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed. Wie zou dan schoonheid in zijn lompen zien ? Dan kan ik mij ook niet verheffen op mijn medelijden met anderen, op mijn schoonheidszin of kunstgevoel, op mijn wijsheid. Alléén Christus is het dan ! Hij alléén kan een zondaar rechtvaardigen. Hij alleen is de Banierdrager. Hij is het. Die door genoegdoening en verzoening de verbroken harmonie herstelt tusschen God en mijn ziel. Het Kruis van den Gevloekte wordt ons dan wonderlijk schoon. Dat is de geweldige gebeurtenis in ons leven, dat wij den dood schrijven op al óns werk, en dat wij het leven, het leven der eeuwige schoonheid ontdekken in Christus den Heere, „gestorven om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking".
Wij achten alles schade en drek om de uitnemendheid van Christus. In den Christus der Schriften gelooven wij, en al het andere geven wij prijs. Wij verkoopen alles, en koopen die eene parel. Dat is het: te gelooven in mijn Heiland, te vertrouwen enkel op Zijn aangebrachte gerechtigheid.
Een koopmansdaad van eeuwige beteekenis. Om nooit meer te vergeten !
Niet, dat wij dan ophouden die edele deugden na te streven, waarvan wij hierboven schreven. Ook ontbreekt het ons dan niet aan de waardeering van het schoone in natuur en cultuur. Neen, zóó niet! Maar v/ij besluiten in ons hart, met een gegronde keuze : „t Kan mij alles in het stuk mijner zaligheid niets helpen; voor de rechtvaardigmaking des harten kan ik er geen centimeter verder mee komen; ik geef het voor m'n verhouding tot God alles prijs en ik klem mij vast, voor tijd en eeuwigheid, aan den eenigen Naam, ter zaligheid gegeven"
In zulk een koopmansdaad, die zich maar vaak herhale in ons leven, doen wij geen slechten ruil.
't Is een kostbare parel, die wij dan in bezit krijgen. Wij zullen haar nooit meer verliezen.
Wij zijn er voor eeuwig rijk mee. Zij verliest nooit iets van haar glans. Zij is zóó kostbaar, dat alle menschen er rijk door zouden kunnen worden. Als zij maar alles verkoopen wilden!
En ieder, die in Christus gelooft, heeft het eeuwige leven. Hij is daarom zoo rijk, omdat hij God heeft tot zijn deel. Rijk is hij door Gods liefde, door Zijne deugden, door Zijne wijsheid. En in de beste tijden van zijn geloofsleven knielt hij in den geest bij Golgotha neer, Hem alleen aanbiddend, Die alles volbracht:
U alleen, U loven wij, Ja wij loven U, o Heer ; Want Uw Naam, zoo rijk van eer. Is tot onze vreugd nabij ; Dies vertelt men in ons land Al de wond'ren Uwer hand.
Veenendaal.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's