FINANCIËN
Eigenaardige dingen doen zich vaak voor in het leven.
In een van mijn gemeenten sukkelde men nog al eens met tekorten voor allerlei christelijke doeleinden. Hoe dat kwam, kon gemakkelijk werden aangeduid. Men had geen geven geleerd. Men gaf niet meer dan het allernoodigste. Dat dit moeilijkheden gaf, ligt voor de hand. De man, die de beurs had, stond ieder oogenblik voor een leege schatkist.
Nu had ik de onhandigheid om nog al eens te verwijzen naar den toestand, welken ik gekend had in mijn vorige gemeente. Daar was het zóó, en daar deed men dus. Daar had men geen tekorten en daar liepen de dingen vrijwel vanzelf. Haast geen enkele Zondag ging er voorbij waarop niet uit den collectezak vrij belangrijke giften binnenkwamen.
„Waarom doet men dat hier ook niet ? Voor de zaak van Gods Koninkrijk mag toch op een christelijke wijze worden gezorgd. God geeft Zelf nooit met karige hand ! 't Is altijd overvloedig".
Zoo klonk ongeveer de redeneering.
Weet ge wat een van mijn vrienden toen opmerkte : „het komt mij voor, dat men in die plaats niet heelemaal vry nog was van den Roomschen zuurdeesem". 'k Stond een oogenblik beduusd en zei niets. Wat ik dacht, wil ik nu, na zooveel jaren, wel zeggen. Het mag Roomsch geweest zijn — want deze trek verliest een mensch niet zoo gemakkelijk, dit schuilt in zijn wezen — doch in elk geval is, wat zich hier vertoont, niet gereformeerd, 't Is echt menschelijk. Het Woord wordt niet zoo licht in practijk omgezet: „het is zaliger te geven dan te ontvangen". De mensch in het algemeen wil liever iets ontvangen dan geven. Wat ge geeft — zegt een fluisterstem — zijt ge kwijt. Houd het maar liever vast.
De meest zonderlinge redeneeringen worden gehouden om toch maar niet iets uit te reiken.
Zoo heb ik in mijn leven eens iemand ontmoet die niet voor de helft zijn bezit en inkomen bij den fiscus had aangegeven.
Och, zeide die persoon, toen ik, dit wetende, hierop wees : „Men gebruikt het immers toch heelemaal verkeerd, 't Is alles voor de rooien".
Intusschen hield de persoon in kwestie het zelf vast in tegenspraak met de Schriften : „geeft den keizer wat des keizers is en Gode wat Gods is".
God wil, dat wat Hij op onze hand heeft gezet om in Zijnen Naam te verzorgen, wij zulks zullen doen met liefde en offervaardigheid. Wanneer wij van onze medemenschen voor ons persoonlijk iets ontvangen, zijn wij zoo haastig niet met het woord :
„Roomsche zuurdeesem". Dan wordt het o zoo gereedelijk aangenomen.
Rome kan zoo gemakkelijk dienst doen om een of andere zaak een brandmerk te geven, om alzoo zich aan eiken eisch van medeleven te onttrekken.
Iemand, die waarlijk zich gedrongen voelt door innerlijke aandrift om de koorden zijner beurs los te strikken, die het zien mag dat Gods eere er mee gemoeid is dat hij geven moet, voelt bij en onder dit alles zichzelven er buiten gezet. Eigen onwaardigheid en ongeschiktheid om God te dienen op deze wijze, staan dan zoo levendig voor zijn geest, dat hij aan geen verdienste denkt.
Een zondig schepsel zou den hemel verdienen ? Neen, daar is maar Eén, Die dit doen kon en gedaan heeft, dat is Christus. Met ééne offerande, dat is Zijn lichaam, heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.
Zoo leeft het in de ziel van ieder kind des Heeren. Hij heeft het volkomene werk gewrocht, en daarin zal ik rusten.
Het mijne is het Zijne, omdat het Zijne het mijne werd.
Hoe heerlijk dit telkens wordt aangevoeld, bleek me uit een schrijven dat de post nu net bezorgde.
Mag ik het u woordelijk voorleggen :
„Hierbij ingesloten 25 gulden voor het studiefonds. Het wordt niet gegeven om den hemel daarmede te verdienen. Zoo de hemel niet beloofd was door onzen grooten Koning en Hoogepriester, Christus Jezus, was het voor al Zijn volk een verloren zaak, hé, Dominé ? "
Christus de eenige Zaligmaker en de volkomene, zou dat niet geleerd worden, dagelijks opnieuw ?
Zie, dat te mogen prediken is de hooge eere van lederen rechten Dienaar des Woords. En daaraan te mogen werken om steeds meer dienstknechten uit te zenden èn in onze naaste omgeving èn in de wereld rondom ons tot aan de einden der aarde, ziet hier het eenig doelwit dat onze Bond najaagt. Wy verblijden er ons in met niet geringe blijdschap, dat de kring in onze dagen zich eerder uitzet dan dat deze nauwer wordt. Geve de Heere hiervoor maar steeds meer gebed.
Wij, onwaardige menschenkinderen, mogen het allerkleinste en het allergeringste voor Hem nederleggen, het zal niet worden afgewezen, geheiligd als het is door Zijne offerande, door Zijne bede, die geduriglijk opklimt.
Wat een der ouden eens zeide, is zoo volkomen waar : God wil van het Zijne worden gediend. Van menschen behoeven wij het niet te verwachten, van niemand. Dat deze gevoelens ons maar dicht bij Hem mogen houden. Hij verheerlijkt Zijn Naam in het heil van zondige schepselen.
Hiermede besluiten we onze inleiding voor deze week.
Volge thans het overzicht.
1. Het eerste wat inkwam werd ons toegezonden door den hr. J. C. Plaat te Weesp, voor het Studiefonds, uit dankbaarheid ƒ 2.50
2. Door ds. Meijers te Utrecht van mejuffr. K. ƒ1.—
3. Van den heer P. J. de Graaf, eveneens uit Utrecht, voor de beide fondsen ƒ 5.—
4. Verder werd gecollecteerd in de Vredeskerk alhier voor het Studiefonds ƒ 5.—
5. Door ds. Den Oudsten te Elburg werden me een tweetal giften uit de collecte toegezonden van N.N. 1 gld. en van N.N. ƒ 0.50 ; samen ƒ 1.50
6. Door ds. Pott te Kralingen voor het Studiefonds van de familie P. uit dankbaarheid bij gelegenheid van een verjaardag ƒ 9.—
7. Mejuffr. C. Qualm te Hazerswoude zond me den inhoud van haar busje, verzameld in de laatste drie maanden. Het bedroeg de niet onaanzienlijke som van ƒ25.26
De meest vriendelijke dank voor wat hier telkens bij het eindigen van een kwartaal wordt afgedragen. Beide, aan gevers en verzamelaarster, onze gevoelens van groote erkentelijkheid.
8. Door ds. Bouthoorn van Renkum van mejuffr. N.N. de helft van een gift, voor het Studiefonds ƒ 1.—
9. Het bekende busje, dat elke maand geledigd wordt van onzen vriend C. Bardelmeijer te Zegveld bracht op ƒ 2.08
Evenals altijd, hartelijk dank.
10. Door ds. Gunning te Schoonhoven werd een gift me gezonden uit de collecte ƒ 2.50
11. Door ds. Van Grieken te Rotterdam 20 gld. van een dankbaar bruidspaar voor het Studiefonds ; 10 gld. van een juffrouw uit dankbaarheid (5 gld. voor het Studiefonds en 5 gld. voor den Gereform. Bond) samen ƒ 30.—
12. Van de wed. N.N. met begeleidend schrijven waarin mijn hart zich heeft verheugd,
ƒ25.— De Heere Zelf gebiede over alles Zijn onmisbaren zegen.
13. Van mejuffr. de wed. D. kwamen in onderscheidene giften met aangegeven bestemming. Een hiervan droeg als opschrift „voor de beide fondsen" ƒ 5.—
Wij verheugen ons hierover, vooral om den geestelijken zegen, hieraan verbonden.
14. Ten slotte kwam in, door den heer T. Klootwijk te Vlaardingen ons overgemaakt, de inhoud van zijn busje ƒ2.75. Vermeerderd met de contributie van de afdeeling Vlaardingen ƒ 150.—. Dat is tezamen ƒ 152.75
Bij het zien van zulke getallen worden wij stil gemaakt. De Vlaardingsche vrienden mogen aan den kring der onzen als voorbeeld worden gesteld vanwege hun trouw en offervaardigheid.
't Is heerlijk. De Heere Zelf worde in dit alles alleen geprezen.
Wanneer we alles mogen tezamen tellen komen we tot een bedrag van
f 267.59.
Utrecht.
Ds. J. GOSLINGA.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's