JONKER VAN STERRENBRUG
Een verhaal uit het Friesche volksleven
Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok te Kampen
Daarop heeft hij nog eenige oogenblikken over het programma van den dag liggen nadenken. Tegen tien uur, als de noodige correspondentie is afgehandeld en het Nieuwsblad gelezen, zal hij naar Leeuwarden afreizen, zooals hij den vorigen avond reeds aan Mollema heeft gezegd.
Toen hij te midden van het hevige onweer den dood zoo nabij voelde, was eensklaps de gedachte bij hem boven gekomen, dat tot hiertoe zijn uitgestrekte bezittingen geen toekomstigen eigenaar hadden. Wanneer hij eens plotseling mocht worden weggenomen, zouden zijn goederen in handen van verre bloedverwanten vallen, zonder dat met zijn persoonlijke begeerten rekening gehouden werd. Meermalen had het hem toegelachen, gelijk anderen, een gelukkig huiselijk leven te krijgen, ja, had hij zijn onderhoorigen benijd, als hij zag, hoe zij in den kring van een huisgezin het geluk huns levens vonden, maar de reeds genoemde gebeurtenissen, wellce zoovele van zijn idealen hadden weggenomen, waren mede oorzaak, dat hij tot hiertoe weinig verwachtingen van de toekomst had en er niet aan dacht door een huwelijk hierin verandering te brengen. Des te meer gevoelde hij echter hoe noodig het was orde op zijn zaken te stellen, en vandaag wilde hij dit langs wettigen weg doen. Bovendien heeft hij in de hoofdstad der provincie een vergadering met een aantal heeren, ter bespreking van de aangelegenheden der nieuwe spoorlijn.
Zoo zal deze dag dus door tal van bezigheden in beslag worden genomen, die met verschillende aardsche belangen verband houden. Maar als dan de avond komt, zal hij zich andermaal heerlijk neerzetten om het onderzoek in de nagelaten papieren zijner moeder te vervolgen, teneinde zóó, naar hij hoopt, te vinden wat zijn hart verlangt.
Weinig tijds daarna is hij beneden. Met veerkrachtigen tred doorloopt hij de gangen van het voorvaderlijk Slot, genietende van de verkwikkende geuren, welke uit den tuin door de opengeslagen ramen hem tegenwaaien.
't Valt Karel, den huisknecht, op, hoe opgewekt zijn heer er uitziet. Zóó heeft hij hem in geen tijden gekend. „Wat zeg je van 't weer, Karel? " vraagt de Jonker.
„Mooi weertje, mijnheer. De wind is hoog en het onweer zal vandaag wel verwaaien". „Heb je nog van ongelukken gehoord ? " „Te Sonnega is een boerderij afgebrand, mijnheer, en bij Yntema op „Landlust" is het jonge paard doodgeslagen ; anders heb ik niet vernomen".
„Och zoo, heeft Yntema 'n paard dood ? " „Ja, mijnheer, een best beest, verleden jaar op de Joustermarkt gekocht voor 400 gulden".
„Zoo, zoo, nu, beter een paard dood dan een man, want nu is er nog een mouw aan te passen".
Karel weet niet, wat hem van morgen overkomt. Gewoonlijk is het eenigste woord wat tusschen den Jonker en hem bij de ontbijttafel gewisseld wordt, een korte morgengroet, zonder meer. Hoogstens volgt er nog een vraag naar de post, wanneer de correspondentie niet naast het bord ligt. En nu schijnt de Jonker ook nog in iets anders belang te stellen, 't Is zelfs, of er in zijn oog eenige vroolijkheid te zien is, evenals hij vroeger, toen hij nog op studie was, zoo vroolijk wezen kon, en dan in vacantiedagen heel het huis, van boven tot beneden, met 'n opgewekte blijdschap wist te vervullen.
Weldra weet dan ook het geheele personeel, dat „mijnheer" van morgen bijzonder goed gehumeurd is en zelfs naar dingen vraagt die hem anders totaal onverschillig schenen te zijn.
Daarop is de Jonker de correspondentie gaan inzien. Als naar gewoonte, de beursnoteering van zijn bankier, eenige bedelbrieven om steun van verschillende personen en instellingen, een paar sollicitaties met aanbevelingen naar een vacante betrekking onder het personeel in den moestuin, enkele gedrukte verslagen en circu laires, en natuurlijk „de Leeuwarder", die gewoonlijk 's morgens het eerst gelezen wordt, gelijk 's avonds de „Nieuwe Rotterdammer".
In der haast wordt beantwoord wat geen uitstel lijden kan, want tegen tienen komt Mollema met het rijtuig voor. Hij is een man van de klok ; geen minuut te vroeg, maar ook geen minuut te laat. Als nu straks Mollema is voorgereden, valt het den Jonker op hoe hij vandaag zijn best gedaan heeft om alles eens goed te doen uitkomen. Wat blinken die sleutels en gespen van het gareel en hoe glanst het coupétje, alsof het pas van den schilder kwam !
Vol ongeduld trappelen de welgevoederde schimmels of trachten met hun hoeven den grond om te woelen. Vroolijk hinnekend snuiven zij de frissche morgenlucht op, alsof zij blij zijn den stal te mogen verlaten en lustig over den weg te kunnen draven. Niet minder is Mollema in zijn schik. Dat is nu juist iets voor hem. Als zijn heer is ingestapt, is een enkele wenk voldoende om het tweespan in beweging te brengen, en, buiten de laan gekomen, gaat het dan al spoedig in flinken draf voorwaarts.
Moeder Mollema komt even voor 't raam als zij het rijtuig hoort naderen. Zij durft, om den Jonker, niet naar buiten te gaan om haar man te groeten, en ook niet om buurvrouw Aaltje, die 't maar niet hebben kan dat zij zoo deelen in de gunst van den Jonker. Daarom wil zij heel even van achter de gordijnen zien hoe ferm haar man de leidsels in handen heeft. Zij is trotsch op hem. Wie had ooit durven denken, dal zulk een betrekking voor hem zou zijn weggelegd en daardoor haar huis zoo zou opbloeien.
Mollema ziet even, vluchtig groetend, ter zijde, en even vluchtig wuift zij hem een „goede reis" toe. Toch is den Jonker dat kleine tooneeltje niet ontgaan. Als zij straks buiten het dorp zijn. Iaat hij het voor-portier zakken en vraagt:
„Was dat zoo juist je vrouw, Mollema ? "
„Jawel, mijnheer".
„En hoe maken jullie het thuis ? "
„Best mijnheer".
„Is je vrouw er nog al mee ingenomen, dat je koetsier bent ? "
Een vroolijke lach glijdt over het gulle gelaat van den eenvoudigen man, en terwijl hij de paarden goed in 't oog houdt, zegt hij :
„Een mirakel, mijnheer, een mirakel! En de kinders ! 'k Weet niet wie het meest verheugd is, onze Jap of onze jongens, maar zij zijn allen wat blij, dat hun vader op „Grovestins" is. We hebben nu zooveel minder zorgen".
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's