FINANCIËN
Wanneer ge bij 't uitgaan van een school, inzonderheid in dichtbevolkte buurten, de kinderen naar buiten ziet komen en er aan een stroom haast geen einde komt, rijst onwillekeurig de vraag bij u : „Waar moeten al die menschen, als zij straks groot zijn geworden, blijven ? Is er voor hen allen wel eene plaats in de maatschappij ? "
Nog sterker dringt zich dit gevoelen naar voren, als ge plaats neemt voor de scholen, waar verschillende vakken worden geleerd, z.g.n. vakscholen. Door de ervaring der laatste tijden geleerd, wordt het u bang om 't hart en ge ziet met zorg de toekomst tegen. 't Is een probleem, waarvoor ge u ziet geplaatst, waarvan de oplossing u niet wordt gewezen.
't Is overal hetzelfde, zegt ge. Het doet er al heel weinig toe waar ge woont, in een groote stad of in een kleine, op een afgelegen dorp of op een der verkeerspunten, dezelfde moeilijkheden doen zich aan elke plaats voor.
Niemand ontkomt aan deze moeilijkheden. Ouders en onderwijzers stellen zichzelf en elkander dan ook gedurig de vraag : Welken kant moet ik uit? Waar is nog ruimte in de wereld ?
Is het zoo bij de lagere school, bij middelbare en hoogere scholen is het niet anders.
Zoo kwam het dan ook voor, dat ik dezer dagen bij het openingswoord van een der Utrechtsche Hoogleeraren van zijn lessen, die hij hoopte te geven aan de zooeven genoemde Academie, de opmerking hoorde maken : als ik de zoo dichte rijen van studenten overzie, moet ik onwillekeurig denken aan het woord tot Gideon en zijn leger : „des volks is te veel". Wanneer ik er nu bij zeg, dat deze Hoogleeraar niet doceert in een der vakken van wis-en natuurkunde, medicijnen of wat hieraan verwant is, maar aanstaande predikers opleidt, dan zult ge begrijpen, dat een gemengd gevoelen bij me oprees, n.l. : in wat hier gezegd wordt schuilt eene waarheid, maar niet over de heele linie.
Om te blijven bij die gemeenten, die leven bij en dus vragen naar eene prediking, zooals zij onder ons volk als Gereformeerd wordt aangeduid, dan kan toch niet worden toegegeven, dat hier het woord tot Gideon en zijn leger mag worden toegepast. Hier is nog steeds een nijpend gebrek, een pijnlijke leegte.
't Is niet voor den eersten keer, dat in deze rubriek hierop wordt gewezen, 't Zal ook de laatste keer niet zijn, omdat bij ons de meening vaststaat: hier ligt voor geen gering deel ons arbeidsveld. Wij moeten met al de krachten ons verleend, arbeiden, opdat de bede onzer ziel in waarheid mag worden opgezonden : „Heere, stoot arbeiders uit in Uw wijngaard, opdat Uw Evangelie uitgedragen worde van eiken kansel in ons midden en tot aan de einden der aarde Uw Woord zijn loop hebbe".
Met slappe handen neder te zitten, enkel klachten en aanklachten te uiten, lijkt me niet alleen gevaarlijk in onzen tijd, doch ook goddeloos. Werkt zoolang het dag is, zegt de Heere, want de nacht komt, waarin niemand werken kan. Zou er niet van het nachtelijk duister gesproken kunnen worden in onze donkere dagen ? Waar het licht van het Woord wordt gemist, tast de mensch, wie hij ook zijn mag, in het donker. Dit Woord moet worden gebracht. En hoe zou het anders kunnen dan in de goddelijke lijn : door de zuivere klanken des Woords, uitgedragen door menschelijke lippen, geheiligd door den Geest des Heeren ?
Hieromtrent zijn we het eens. 'k Twijfel daarover niet het minst. Maar nu komt 't punt naar voren, waarop ik wijzen wil.
De aanvragen om te helpen bij hun studie èn in de eerste jaren bij de voorbereiding op gymnasiale banken èn op die van de Hoogeschool, zijn zoodanig geklommen, dat mijn kas dezer dagen uitgeput dreigde te raken.
Een kleine zucht rees op. En al was wel eenige toezegging voorafgegaan, toch zag ik in de uitkomst op dit moment de hand des Heeren. Toen 't nijpend begon te worden, legde de post op mijn tafel een girobiljet, waarop stond de som van ruim 2000 gulden, ons gelegateerd door een onzer vrienden, voor ruim een half jaar heengegaan uit ons midden, te Barneveld. Zoo werd opeens de wolk weggevaagd, welke zich afteekende op ons voorhoofd. Zoo doet de Heere telkens en telkens. Hij beschaamt vanwege de uitkomsten.
Mogen we dit maar opmerken, dan hebben we altijd reden om ons in God te verheugen in eiken weg en in lederen toestand. Hij laat nooit varen de werken Zijner handen en Hij doet nooit verlegen staan, die op Zijn ontferming hopen. Hierbij wil ik het thans laten, u de zaak voorleggende, vrienden, als Gods zaak. Het gaat om Zijne eere en om den opbouw van Zijn Koninkrijk.
Doet wat uwe hand vindt om te doen met alle macht.
De eerste, die me iets toezond, was 1. Ds. Van der Wal te Wageningen. Door zijn hand werden de contributiegelden van de leden aldaar afgedragen, f 27.—
2. Vanuit den collectezak van de Ned. Hervormde gemeente te IJmuiden-Oost werd opgezonden f 1.— 'k Verblijd me over zulk een gift bizonder.
3. Van een mijner catechisanten werd me na afloop van het catechisatieuur een gulden ter hand gesteld, d.i. voor het Studiefonds f 1.—
4. Door ds. Klüsener te Wanswerd als gecollecteerd In de Evangelisatie te Niawier, met bijschrift: „iets van den overvloed dien God ons nog geeft in deze donkere tijden", f 1.— Is deze gift ook niet verblijdend ?
5. Door ds. Van der Zee te Vaassen uit den collectezak aldaar op 25 September voor het Studiefonds f 10.—
6. Door ds. Remme te Amsterdam van den heer S. f 7.50
7. Door ds. Van Grieken te Rotterdam : van Z. A. K. voor het Studiefonds 20 gld. en van denzelfde voor den Gereformeerden Bond 10 gld. Tezamen f 30.—
8. Door den heer P. Brinkers te Utrecht van N.N. een ouden gulden f 1.-Deze eenling roept om meer. Zijn er nog geen hoekjes van de lade, waarin ze wegschuilen ? Zendt ze naar de Frans Halsstraat 18, Utrecht.
9. Van een laatje gesproken. Ds. Van der Snoek te Veenendaal kreeg van een jongen man, die uit dankbaarheid dat ds. Van der Snoek voor het beroep naar Kampen bedankt had, ook zijn lade had nagekeken f 1.57
We zeggen ook voor deze gift hartelijk dank en houden ons aanbevolen.
10. Van mej. N.N. te Utrecht kreeg ik mijn maandelijksche gift f 2.50
11. Door den heer A. A. de Vlieger te Feijenoord kreeg ik de contributie van de afdeeling aldaar, f42.18 Ook mijn zeer vriendelyken dank aan de Feijenoordsche vrienden.
12. Ten slotte de gift, waarop ik doelde. Het legaat van wijlen den heer H. Winterswijk te Barneveld werd me toegezonden door Notaris Bok, aldaar.
Zooals we reeds gezegd hebben, vonden we het zoo opmerkelijk, dat deze gelden ons juist nu ter hand werden gesteld. Van oordeelen kan en moet worden getuigd: „dat is Gods vinger". Zou hier dan van het tegenovergestelde niet getuigd mogen worden ? Wat iemand in de stilte heeft gedacht en gedaan, door opdracht te geven dat een zekere Som na zijn heengaan zal worden uitgereikt aan die en die persoon, opdat Gods Koninkrijk daarmede gediend mag worden, daarin is Gods vinger.
Hier valt elke menschelijke overweging weg. De liefde tot de Waarheid plant Hij. Op onzen akker wordt deze niet gevonden.
Daarom zij Zijn Naam alleen verheerlijkt. Ook in het gedenken aan die van ons heenging, staat de eere Zijns Naams voorop.
De som bedroeg, zooals ik haar ontving, f 2312.40
Wat deze week verantwoord mag worden is alzoo de kolossale som van
f. 2437.15.
P.S Mejuffr. B. F. te Sneek heeft zelve waarschijnlijk reeds opgemerkt, dat het drukfoutje onzerzijds is opgemerkt. Bosma moest Posma zijn.
Utrecht. Ds. J. GOSLINGA.
POSTZ., CAPSULES EN ZILVERPAPIER.
Ontvangen van : Ie. De kinderen J. van 't Verlaat, Hardinxveld, postz., caps., zilverpapier, 24 h. centen, benevens f 2.10, van een collecte der huisgenooten. 2e. H. W. van Rekum, Zwolle, postz., zilverpapier en f 1.— uit den spaarpot. Dit is een mooi voorbeeld voor anderen. Ik hoop dat het navolging zal vinden.
3e. De kinderen de Graaf, Middelburg, postz. en zilverpapier.
4e. Mejuffr. H. van Balen, Leiden, postz.. caps, en zilverpapier.
Mejuffr. J. DEN HARTOG.
Krommedijk 60, Dordrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 oktober 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's