KERKELIJKE RONDSCHOUW
WAT KUNNEN WE DAARAAN DOEN ?
Er zijn vele dingen, waaraan we op een gegeven oogenblik blijkbaar niets kunnen doen. Dan moeten we het ook maar niet forceeren. Beter is dan 'n gunstiger oogenblik af te wachten. De wijze kent tijd en plaats.
Maar er zijn ook dingen, waaraan we weinig of niets doen, terwijl toch de gelegenheid er is en de noodzakelijkheid dringt. Dat is dan te betreuren, omdat het gebrek aan inzicht verraadt en gebrek aan ijver openbaart. O ! hoevele kansen, mooie kansen laten we dikwijls voorbijgaan. Hoevele gelegenheden, mooie gelegenheden verzuimen we vaak ! En dat pleit niet vóór ons. Daarom moeten we met beide oogen toezien en met beide ooren hooren en met heel ons hart opmerken, als onze plicht ons roept !
Wij zullen er maar niet lang om heen praten. Wij zien vele, mooie kansen om de zaak der waarheid te dienen in het midden van onze Hervormde (Gereformeerde) Kerk. Wij zien vele, gunstige gelegenheden om voor onzen Gereformeerden Bond belangstelling te wekken bij de vrienden der Waarheid, die in onze omgeving zich bevinden. Wij zien tal van middelen en wegen om abonnees, om lezers van „De Waarheidsvriend" te werven, in de stad en op de dorpen, in Friesland, Gelderland, Zeeland — ja, overal.
Natuurlijk loopt niemand met z'n schande te koop. Wie z'n neus schendt, schendt z'n aangezicht. Blijf liever binnen, als 't gevaarlijk is buiten te komen
Wij zullen dus niet uit de school klappen. Maar er konden toch wel wat meer leden voor den Gereformeerden Bond geworven worden. Er konden wel wat meer abonnees van „De Waarheidsvriend" komen. Er konden wel wat meer giften voor de Fondsen binnen komen uit dorp A en uit stad B en uit provincie C en uit enz
Wanneer iemand zou denken, dat wij klagen, dan heeft men 't mis. Het zou ook hoogst ondankbaar zijn ! De Heere geeft onzen Bond zegeningen en weldaden te over. Zijn bemoeienissen zijn telkens weer om er stil onder te worden.
Maar — dat neemt niet weg, dat er toch nog wel dorpen en steden zijn in het Noor den en in het Zuiden, dorpen en steden in het Oosten en in het Westen, waar best nog een grooter of kleiner aantal abonnees voor „De Waarheidsvriend" konden worden gezocht en waar best nog eens zoo nu en dan een grootere of kleinere gift voor de fondsen kon worden geofferd.
Waarom we dat vragen ? Omdat we de winteravonden tegemoet gaan, die zich zoo uitnemend leenen voor lezen. En straks, met 1 December, gaat weer een nieuwe jaargang van ons Bondsblad beginnen. Daarom vestigen we er nu de aandacht op, dat er nog zooveel onontgonnen land ligt in Nederland voor onzen Gereformeerden Bond.
En wanneer iemand zou zeggen: „de tijden zijn er niet naar om uit te gaan om leden en lezers te werven", dan zouden we zeggen : laten we vooral in deze moeilijke, donkere tijden den geestelijken arbeid niet stop zetten, maar met den geestelijken arbeid voortgang maken. In den weg van Gods Woord kan nog zooveel zegen worden verspreid. En de zegeningen des Woords keeren als zegeningen weder, om neder te dalen op groeten en kleinen ! „Een zegenende ziel zal vet.gemaakt worden". Laten we daaraan denken ! Al zegenende, zullen we zelf zegen ontvangen.
Men zou toch zeker niet willen, dat de geestelijke arbeid van onzen Gereformeerden Bond, die in het belang is van Kerk en Volk, zou worden ingekrompen ?
Moet er juist nu niet ijverig in geloove worden voortgearbeid aan het werk, dat de Heere Zelf ons op de handen heeft gezet en dat Hij tot hiertoe zoo rijk gezegend heeft ?
Daarom moeten onze Fondsen voortdurend geholpen worden. Ook door plaatselijk zich te organiseeren. Door plaatselijk alle krachten in te spannen.
We moeten niet vragen : wat zouden die en die daar en daar kunnen doen ?
Maar we moeten vragen : wat kunnen wij ijl onze eigene gemeente, in onze eigene omgeving doen ?
En dan kan er op vele plaatsen werkelijk nog wel wat gedaan worden !
Of is er onder de kerkeraadsleden, onder de kerkvoogden, onder de notabelen hier en daar — ook in gemeenten waar men van de Gereformeerde Waarheid houdt — niet één die zich wil en kan abonneeren op „De Waarheidsvriend" ? En van de gemeenteleden ?
Men voelt wel, dat we niet zonder oorzaak zoo aandringen op het werven van abonnees voor „De Waarheidsvriend". En, neen ! de eerste oorzaak is nu niet, dat we in aantal abonnees achteruitgaan en daarom zoo graag nieuwe abonnees zouden zien. Want over het achteruitgaan van abonnees hebben we, Gode zij dank ! waarlijk niet te klagen. De Heere maakt het tot op heden wonder wél !
Maar ten eerste moet elke zaak, als 't goed is, zich uitbreiden.
En dan voelt ge het niet hoe meer lezers van ons Bondsorgaan, hoe meer gevers voor onze Fondsen, hoe meer gaven, kleine en groote gaven, voor de opleiding van predikanten en al onzen arbeid, die bedoelt den wederoptoouw van de Kerk onzer Vaderen, om tot zegen te zijn voor ons Volk en Vaderland, ook tot zegen voor allerlei christelijken arbeid, waardoor en waarmee de komst van Gods Koninkrijk kan worden bevorderd, het werk onder jongen en ouden, het werk der Zending, het werk der Evangelisatie niet uitgesloten.
Nu wij toch over de bevestiging, de uitbreiding, de versterking van ons werk schrijven, willen we hier nog eens wijzen op den schat van propaganda-lectuur, die men vinden kan in ons GEDENKBOEK. dat, zooals men weet, voor een zéér geringen prijs bij de Administratie te Maassluis kan worden besteld.
Tal van referaten en redevoeringen, die vroeger gehouden zijn door vooraanstaande leiders in den kring van onzen Gereformeerden Bond, vindt men daar saamgebonden, zoodat het lezen nu gemakkelijk is en de bespreking over verschillende onderwerpen — b.v. in de Afdeelingsvergaderingen — kan worden bevorderd.
Nu de avonden lengen, dacht het ons goed nog eens over deze dingen te schrijven.
Zijn er niet onder de jongeren en de ouderen — waar velen, helaas ! werkeloos zijn of veel vrijen tijd hebben — die de handen nu uit de mouwen willen steken om met lust en liefde een handje te willen helpen om ons Bondsorgaan onder de menschen te brengen en er propaganda voor te maken ?
Men behoeft het niet geheel en al gratis te doen, als men eenige vergoeding noodig oordeelt.
Wanneer men methodisch werken wil, naar vaste regels en met verstand, kan men zich in verbinding stellen met de Administratie te Maassluis. En het is volstrekt niet onmogelijk dat we dan, in goed overleg, elkaar helpen kunnen.
Wat zou het heerlijk zijn, indien we in tal van dorpen en ook in de steden eens een groot aantal actieve, werkzame, ijverige propagandisten konden krijgen, die,
onder Gods zegen, mochten medewerken om den arbeid van onzen Gereformeerden Bond te bevorderen.
Het geestelijk werk in dezen tijd van groote en algemeene werkloosheid hebbe onze volle aandacht !
Hier kunnen jongen en ouden „aan 't werk" gaan.
Liefst dadelijk !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's