STAAT EN MAATSCHAPPIJ
DE WERKLOOSHEID.
Een van de grootste rampen, die het gevolg zijn van de wereldcrisis, is ongetwijfeld de ontzettende werkloosheid.
Er is geen vraagstuk, dat dieper in het geestelijk en zedelijk leven van de menschheid ingrijpt en dat op een volk meer dégenereerend (ontaardend) inwerkt, dan juist dit. :
Is er toch iets vreselijker voor een man, vader van een gezin die werken wil, maar voor wien geen arbeid beschikbaar is, dat hij ledig langs de weg rondloopt en wekelijks zijn hand moet ophouden om van de Overheid te ontvangen, wat voor den nooddruft van het gezin noodig is ?
Het ontstellende van het geval is verder, dat de werkloosheid, ook in ons land, nog steeds toeneemt,
Op 27 Augustus j.l. waren ingeschreven bij 1065 gemeenten met 7.855.388 inwoners (van 41 gemeenten met rond 140.000 inwoners waren nog geen gegevens ingekomen) 267.314 geheel werkloozen en 21.484 gedeeltelijk werkloozen.
Deze cijfers van werkloozen stonden 24 September d.a.v. op respectievelijk 276.005 en 18.089 personen.
Dit waren nu nog alleen maar de werkzoekenden (het aantal te werk gestelden bij de Werkverschaffing inbegrepen), die by de plaatselijke organen der arbeidsbemiddeling waren ingeschreven.
Hoeveel werkloozen nog daarboven kwamen, die niet stonden ingeschreven, daarvan zijn de gegevens niet bekend.
Alles bij elkander genomen, kan veilig gezegd worden, dat het aantal werkloozen op dit oogenblik — en nu is de winter nog niet ingetreden — verre de 300.000 overschrijdt.
Terecht mocht de Troonrede er dan ook van gewagen, dat de werkloosheid een nooit gedachten omvang heeft aangenomen ; aan welke passus uit het Staatsstuk nog deze mededeeling werd toegevoegd, dat zij, d.i. de werkloosheid, de Overheid voor schier onoplosbare moeilijkheden, niet het minst van geldelijken aard, plaatst.
Nu wil het: ons voorkomen, dat er nog wel het een en ander kan gedaan worden om de werkloosheid, die ons volk in zoo erge mate teistert, te bestrijden.
Wij vestigen daarvoor b.v. de aandacht op de plaats, welke de vrouw op het terrein van den arbeid inneemt.
Er wordt door de vrouw heel wat arbeid verricht, welke in haar plaats aan den man brood voor het gezin zou verschaffen.
Volgens de jaarcijfers over het jaar 1931 waren in dat jaar niet minder dan 631.830 vrouwen in een beroep werkzaam en dus in loondienst.
Hoevelen van deze vrouwen gehuwd waren, daarvan maken de jaarcijfers geen melding. Met vrij groote zekerheid kan vastgesteld worden, dat dit aantal niet onbeduidend is.
In dit verband moge er ook nog op gewezen worden, dat circa 60.000 vrouwen van vreemde nationaliteit hier te lande in dienstbetrekking zijn.
Zou de vrouwenarbeid aan nadere voorschriften onderworpen worden, dan zou dit ongetwijfeld aan de werkloosheid ten goede kunnen komen.
Voorts zal de Regeering er op bedacht moeten zijn om zooveel in haar vermogen is de werkgelegenheid ten bate der werkloozen te verruimen.
Wij denken daarbij in het bijzonder aan de voortzetting der inpoldering van het tegenwoordige IJselmeer.
Er worden jaarlijks millioenen uitgegeven zonder dat daardoor de werkloosheid ook maar iets vermindert. Het moet mogelijk zijn om die millioenen productief te maken.
Zou de Regeering er toe overgaan om meer gelden beschikbaar te stellen voor productief werk, dan zou de inpoldering van het Noorrd-Oostelijk gedeelte van het IJselmeer als zoodanig werk het eerst in aanmerking moeten komen.
Ook zal ter bestrijding van de werkloosheid, teneinde de beschikbare arbeid meer regelmatig over de arbeiders te verdeelen, een wijziging moeten komen in de arbeidstijden.
Wij geven toe, dat het treffen van maatregelen om tot rationeele werkverdeeling te komen, niet gemakkelijk is. Toch zal de Regeering ook aan dit vraagstuk hare aandacht op den duur niet kunnen onthouden.
Zoo is er op allerlei terrein nog wel iets te vinden dat tot bestrijding der werkloosheid zal kunnen leiden.
Wellicht ware het de overweging waard, om aan eene deskundige commissie op te dragen om op korten termijn bij de Regeering voorstellen in te dienen om het kwaad der werkloosheid tegen te gaan.
In elk geval zal de Regeering, ook al biedt de oplossing der werkloosheid — zooals de Troonrede zegt — schier onoplosbare moeilijkheden voor de Overheid, zich aan de bestrijding van dit maatschappelijk euvel niet mogen onttrekken en zal zij, integendeel, hare voortdurende zorg aan dit probleem moeten geven.
PRACTIJK EN THEORIE.
Onlangs maakten wij melding van het feit, dat blijkens eene mededeeling in „De Saambinder", het correspondentieblad der Gereformeerde Gemeenten in Nederland, zich in die Gemeenten eenige moeite voordoet om den emeriti-predikanten een onbekommerden ouden dag te bezorgen. Wij stelden toen daarbij deze vraag : hoe, wanneer het al bezwaarlijk gaat zich van zijne verplichtingen tegenover eigen predikanten te kwijten, het dan zal moeten toegaan, als bij opheffing van pensioen-en invaliditeitsfonds de Gereformeerde Gemeenten nog voor hunne rekening zouden krijgen de invalide en oude onderwijzers, de ambtenaren enz., die tot hun Kerk behooren, en deze van een weekgeld zouden moeten voorzien. Er kwam dan — zoo zeiden wij bij die gelegenheid — van de verzorging van die menschen niets terecht.
In deze meening werden wij versterkt, toen wij dezer dagen uit den kring der Gereformeerde Gemeenten een bericht uit Harderwijk lazen, waarin wordt medegedeeld dat van een lid der politieke partij een bedrag van ruim 300 gulden was verbrand. De man was uit beginsel niet in een fonds gegaan, en was dus alles kwijt. Harderwijk was nu niet bij machte om te helpen, de vereeniging roept daarom de hulp in van allen in den lande, die iets kunnen missen, om hier te helpen.
Dit is nu maar een enkel geval, dat echter den toestand typeert van wat het worden zou als ieder maar onbezorgd voortleefde.
Het werd dan een chaos.
Voor de zooveelste maal blijkt, dat de practijk niet op de theorie klopt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 oktober 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's