De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

6 minuten leestijd

8 NOVEMBER 1932.
Op 8 November, den dag, waarop in de Tweede Kamer de algemeene beschouwingen over de Rijksbegrooting een aanvang nemen, zullen, zooals wij onlangs schreven, de Sociaal Democraten op 't terrein Houtrust te 's-Gravenhage een massa-vergadering houden, teneinde de Regeering in kennis te stellen van de politieke en economische eischen van het proletariaat.
Het karakter van deze demonstratieve samenkomst in de Residentie zal, naar de Socialistische bladen melden, een manifestatie zijn, waarin tot uiting zal komen de felle verontwaardiging der moderne Arbeidersbeweging over de reactionaire politiek der landsregeering, welke politiek zich thans tegen de arbeiders gaat richten.
Men hoopt bij deze gelegenheid vele tienduizenden demonstranten op Houtrust samen te brengen, die dan de Regeering zullen toonen over welke macht de revolutionairen kunnen beschikken.
Voorts ligt het in de bedoeling om, wanneer de definitieve vergunning van het hoofd der politie wordt verkregen — de voorloopige toestemming werd reeds ontvangen —, de meeting door een betooging op den openbaren weg te doen volgen, welke betooging de burgerij een diepen indruk zal moeten geven van den onverzettelijken wil van de Sociaal-Democratie.
Dat de samenkomst op Houtrust met de daaraan verbonden straatdemonstratie, ditmaal onder hoogen druk staat van de Communisten en de Onafhankelijke Socialisten, is bekend.
Deze beide groepen revolutionairen hebben toch in den laatsten tijd geen gelegenheid laten voorbijgaan om den Sociaal Democraten te verwijten hun revolutionair standpunt te hebben verlaten, met het gevolg, dat de leiders dezer partij zich tegenover de partij genooten niet verantwoord hebben geacht, om zich langer aan een demonstratief optreden te onttrekken.
Deze houding komt wel in flagranten strijd met de waarschuwing, die de leider der Sociaal Democraten, de heer Albarda, in „De Sociaal Democraat" van eenige maanden geleden liet hooren, toen hij eerst schreef :
Komen de duizenden op de straat, niet slechts een enkelen keer om deel te nemen aan een demonstratie, maar regelmatig in telkens grootere massa's en als deelnemers aan een actie, die op de verovering van de macht is gericht, dan is het gevaar van incidenten van den aanvang af aanwezig en neemt het met eiken dag toe, en daarna zeide : De oproerige stemming, die de crisis te voorschijn roept bij groote groepen proletariërs buiten de arbeidersorganisaties is geen socialistische gezindheid. De opstandigheid zal zich keeren tegen het Socialisme, als dat hen niet onmiddellijk uit den nood der tijden verlost.
De heer Albarda zegt hier dus tot zijn partij genooten : wees voorzichtig met dergelijke demonstraties. Zij doen de arbeidersklasse meer kwaad dan goed.
Daarom moet het verbazen, dat, niettegenstaande het advies van den leider der partij, tóch de Sociaal Democraten zich op 8 November in een avontuur gaan werpen, waarvan de gevolgen, omdat de Communisten en de Onafhankelijke Socialisten niet thuis zullen blijven, niet te overzien zijn.
Uit dit optreden der Sociaal Democraten blijkt — ook al wisten we het nog niet - hun revolutionair sentiment, dat in November 1918 zoo duidelijk tot uiting kwam.
Met welke onware voorstellingen de Sociaal Democraten de arbeiders opzweepen en ze tot verzet prikkelen, blijkt uit het Manifest, dat dezer dagen ter gelegenheid van de meeting op Houtrust is verschenen.
In dat Manifest worden tegenover de bezuinigingen, die de Regeering uit hoofde van den critieken toestand der Rijksfinanciën gedwongen is op alle hoofdstukken der Rijksbegrooting aan te brengen, de vermindering gesteld, die het eindcijfer der Defensie-begrooting zal ondergaan.
Met groote en vette letters wordt op het Manifest verkondigd, dat, terwijl de uitgaven voor onderwijs, volksgezondheid, sociale instellingen enz. worden gedrukt, „op Oorlog en Marine slechts het luttele bedrag van 7 1/2 millioen wordt bezuinigd".
Deze mededeeling moet natuurlijk op hen, die van de zaken niets af weten, en dat is het overgroote deel der massa, indruk maken. Leger en vloot moeten worden opgeruimd.
De stellers van het Manifest zijn wel zoó slim geweest om op het stuk niet te vermelden, dat, terwijl het eindcijfer van alle begrootingen in de laatste jaren omhoog, van sommigen zelfs onrustbarend omhoog ging, daarentegen het eindcijfer van de defensie-begrooting in de laatste 10 jaar met niet minder dan 41 millioen, zege 41 millioen gulden, omlaag is gegaan.
Dit feit wordt verzwegen. Van dit feit mag het proletariaat niets vernemen, anders zou de actie voor een groot deel gebroken zijn.
Zoo wordt het volk verleugend en door het vervalschen der feiten tegen de Regeering opgezet.
Dat zulk optreden der Sociaal-Democraten het gezag ondermijnt en dientengevolge een groot gevaar oplevert voor de veiligheid van den Staat, valt moeilijk te ontkennen.
Zijn de hartstochten eenmaal ontketend en het volk tot verzet geprikkeld dan weet men niet, wat daarvan de gevolgen zullen zijn.
Van den toestand dient de Regeering, bijzonder van wat haar op 8 November te wachten staat, zich rekenschap te geven.
Het kan dan op ernstige wanordelijkheden uitloopen.
Voor alles zal de Regeering het gezag krachtig hebben te handhaven en voor het behoud van de orde en de rust hebben te zorgen.
Het rustige deel van ons volk, en dat is altijd nog het overgroote deel der bevolking, heeft daarop aanspraak.

WOORDEN EN DADEN.
Tot de groepen van werknemers, die zich het felst tegen elke poging van loonsverlaging verzetten, behoort die van de moderne arbeiders.
De moderne arbeidersbeweging — zoo kunnen wij het in de revolutionaire vakbladen lezen — ontkent met de grootste beslistheid de stelling, dat de crisis niet kan worden overwonnen, zonder eene algemeene, belangrijke verlaging van het arbeidsloon. Dientengevolge verweert zij zich met al de macht, die zij bezit, tegen loonsverlaging.
Deze houding van de moderne arbeidersbeweging komt wel in een eigenaardig lichte staan, als men haar toetst aan het feit, dat dezer dagen in de drukkerij van de naamlooze Vennootschap „De Arbeiderspers" een loonsverlaging werd toegepast; een maatregel, die door niemand minder dan door den president-Commissaris van Vennootschap den Sociaal-Democratischen oud-wethouder van Amsterdam warm wordt verdedigd. zelfs werd tot de verlaging der loonen overgegaan, zonder dat aan de medezeggenschap, welke het personeel was toegezegd geworden, gevolg was gegeven.
En wat de klap op de vuurpijl is, is dit, dat alle artikelen die daarover bij de redactie van Het Volk binnenkwamen, voor plaatsing worden geweigerd.Het is bij de Sociaal-Democraten wel : let op mijne woorden, doch doe niet naar mijn daden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 oktober 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's