De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

8 minuten leestijd

Dat is een nare gewaarwording, wanneer men iets doen wil en men kan niet. Zoo ging het mij verleden week bij mijn overzicht-schrijven van de financiën.
'k Wou wel graag, doch ik kon niet. En waarop zou dat nu vast hebben gezeten, wat dunkt u ?
Ja, zegt ge„ dat is niet zoo heel gemakkelijk om aan te wijzen.
„Misschien een weinig ongesteld geweest".
Neen, daardoor werd me het halt niet toegeroepen, 'k Was uitstekend gezond en behoefde dus het daarom niet te laten.
Nu, dan zal het zeker zijn oorzaak hebben gehad in een opeenhooping van allerlei arbeid, 't Is toch op zich zelf al geen kleinigheid bij het vele, dat op uwe schouders rust, ook dat van de financiën van den Bond er bij te dragen. Dat zal best kunnen gebeuren, dat op een gegeven moment eenvoudig gezegd moet worden: deze week gaat het over. Immers er zit zoo goed als niemand op te wachten. Wanneer zij, die iets gezonden hebben het de volgende week zullen lezen als verantwoord, is het even goed als nu. Het spreekwoord zegt niet tevergeefs : „wat in het vat zit verzuurt niet".
Nu zal ik de beeldspraak van dit laatste zeggen even vasthouden, en dan geloof ik, dat ge me dadelijk zult begrijpen.
Er zat zoo goed als niets in het vat. Ik had een week lang uitgezien, alle dagen weer, en 't was op één morgen, dat van het giro-biljet door mij werd afgelezen : een post van ds. Van Dorp uit Den Haag, van twee gulden en een post van ds. Bouthoorn van Renkum, bedragende de som van vijf gulden.
Nu zou het me waarlijk niet te veel zijn geweest om ook bij deze beide bijdragen een bijschrift, of wilt ge opschrift, te plaatsen, maar wat zou daarin moeten worden gezegd ? 'k Ben doodsbang om te klagen — immers dat zou onbillijk zijn tegenover de menigvuldige blijken van medeleven, ons in het afgeloopen jaar geschonken, en ik ben nóg banger om aan te klagen of om schampere woorden te spreken. Immers wat ge dan honderd keer tegen één ziet gebeuren is dit, dat ge juist treft dien ge niet treffen wildet, en ge het tegenovergestelde bereikt van wat ge hebt beoogd.
'k Vond het verre van plezierig, dat kunt ge gerust van me aannemen, 't Is voor mij heelemaal geen last om een stukje voor de rubriek „Financiën" te schrijven, maar dan moet er iets te vermelden zijn en dan liefst — laat het mij maar eerlijk zeggen — niet zoo'n heel klein beetje.
Geen stuk voor de courant, omdat er zoo goed als geen enkele post bij mij aanklopte. Eén morgen slechts, en dan nog geen tien gulden. Een heele lange week beurde ik niets meer. 't Was hard.
Temeer, waar nog enkele betalingen moesten worden gedaan, die ik niet langer durfde uit te stellen.
Toch heeft het iets goeds in. De oogen, die altijd dan lezen: zooveel is ingekomen, dat was het bedrag van de vorige week en nu is het al weer zooveel — die oogen zien straks geen enkelen nood meer. Wat nu voorkwam, vrees ik, zal nog v/el eens gebeuren. De teekenen der tijden wijzen in deze richting. We ontveinzen ons waarlijk niet, dat voor velen zorgvolle dagen aanbreken. Als nu maar niet bezuinigd wordt op dingen, waar niet op bezuinigd mag worden.
Onze fondsen worden Waarlijk niet al te royaal beheerd. In de laatste jaren werd al niet meer besteed, wat in de voorgaande werd verstrekt, doch hier gelden ook zekere grenzen. Wanneer in den gymnasialen tijd met weinig kan worden volstaan, zoo vorderen de jaren aan de Universiteit vaak 't dubbele en meer.
Zoo zijn wij thans in de duurdere periode gekomen. We blijven dan ook op krachtigen steun aandringen. Deze week heeft weer goedgemaakt wat de voorgaande aan te kort opleverde. Zou het nu te veel gevergd zijn van de vrienden, om in deze maand eens extra hun best te doen ? Zooals ge weet, loopt ons boekjaar van 1 Dec. tot 30 November. We sluiten met laatstgenoemden datum ons eerste boekjaar af. Zorgt nu, dat we met geen tekort eindigen. Dit mag niet en het behoeft ook niet. Daarvoor is de liefde voor onze zaak te groot, en v/at wij vragen te klein in omvang. Niemand blijve thans achter. Vóór alles blijven we aanhouden bij de kerkeraden. Zou men met het houden van een oollecte in een Zondagsdienst, liefst door eigen predikant, of bij vacature door een collega, die met ons meeleeft, nu niet wachten tot het voorjaar, doch dit thans doen ?
Een ieder doe wat hij kan. Laat me thans beginnen met ons overzicht van de laatste veertien dagen.
1. Wat inkwam de vorige week, vertelde ik reeds. Ds. Van Dorp uit Den Haag zond me twee giften.
1 gulden van N.N. voor de fondsen en 1 gulden van N.N. voor den Gereformeerden Bond. Samen ƒ 2.—
2. Door ds. Bouthoorn van Renkum kwam in f2.50 voor het Studiefonds en f 2.50 voor het Leerstoelfonds. ƒ 5.—
3. Zelf kreeg ik van een catechisante voor het Studiefonds ƒ 1.—
4. Uit het busje van de fam. D. te Utrecht kwam voor deze maand ƒ 5.59
Wat brengt zoo'n busje toch veel op in een heel jaar. Is er nog iemand die er eentje hebben wil ? Zoo ja, laat 't mij weten. Deze week heb ik meerdere verzonden. Nog enkelen staan klaar ter verzending. Op deze wijze wordt geen kleine som bijeengebracht.
5. Uit den collectezak van de Janskerk te Utrecht voor het Studiefonds ƒ 10.—
Mijn hartelijken dank.
6. Door ds. Remme te Amsterdam van N.N. ƒ 5.—
7. Van N.N. te Meppel voor 't Studiefonds ƒ 10.—
8. Van N. N. te H. eene bijdrage voor de fondsen ƒ 2.50
9. Onder letters J. V. O. te lerseke voor het Studiefonds ƒ 10.—
10. Door ds. Heijer te Vlaardingen van de fam. N.N. 41 nikkeltjes voor het Studiefonds ƒ 2.05
11. Door ds. De Geus te De Bilt een gave uit de gemeente voor het Studiefonds ƒ
12. Van mej. N.N. te Utrecht de maandelijksche bijdrage van ƒ 5.-2.50
13. Door ds. Van Wijngaarden van Veenendaal, deel van een gift „uit dankbaarheid voor genoten zegeningen" met tweemaal 2 gulden voor den Geref. Bond. Tezamen ƒ 9.-
14. Door den heer A. Middelhoven te Veenendaal werd mij de contributie van de leden der afdeeling aldaar afgedragen. ƒ 58.25
15. Door den heer E. Kranenburg te Zeist evenzoo. Van hier bedroeg de contributie rond ƒ 100.—
Aan beide Penningmeesters mijn weigemeenden dank voor de moeite, welke zij zich in dezen hebben getroost.
16. Een postwissel kwam in van A. V. te K. ƒ10.—
17. Contributie voor De Waarheidsvriend werd mij afgedragen door mej. de wed. D. te Utrecht. ƒ
4.— 18. Collecte, gehouden bij een spreekbeurt gehouden te Alphen a. d. Rijn, waarbij voorging ds. Rijnsburger te Oud-Beijerland. Deze bracht op ƒ26.40
19. Evenzoo werd een collecte gehouden bij een spreekbeurt te Maassluis, waar voorging ds. Van Hof, van Delfshaven. Deze bracht op 32 gld. met 5 gld. uit de Bondskas en 6 gld. contributie ƒ 43.—
20. Ten slotte een collecte, gehouden te Kampen op Zondag 16 October, waarbij voorging de Pastor loei ds. Ottevanger. Deze bracht op de kolossale som van ƒ 138.80.
Hierbij had de Penningmeester van de afdeeling aldaar nog gevoegd f20.50 van de kinderen van de Zondagsschool op Gereform. grondslag, met den inhoud van het busje no. 125 f40.70, en een nagift van br. diaken Van de Weerd f 1.—. Tezamen niet minder dan ƒ 201.—
Dat doet het hart nu eens recht goed. Ik dank de broeders te Kampen voor deze ondubbelzinnige blijken van medeleven. Mijn bizonderen dank breng ik aan ds. Ottevanger. 'kHoop dat dit voorbeeld navolging moge vinden.
Door zulke sommen worden we in staat gesteld meerderen te helpen.
De Heere geve over alles Zijn rijken zegen. Wij klommen in deze week over de 500 gulden heen.
Tezaamgeteld bedroegen de verschillende posten
f512.29.
Dit is, in plaats van weinig, veel.
Den Gever van dit alles zij de dank van ons hart toegebracht.
Utrecht. Ds. J. GOSLINGA.

POSTZ., CAPSULES EN ZILVERPAPIER.
Ontvangen van : Ie. de kinderen J. van Diemen, Groot-Ammers, postz. en zilverpapier ;
2e. mej. A. H. de Groot, Rotterdam, postzegels, capsules en ziiverpapier ;
3. Jan en Marie van Hemert, Hoogeveen, zilverpapier en capsules, koper, 200 halve centen en eenige oude munten.
Zooals ik reeds een vorig maal schreef, deel ik nogmaals aan verzamelaars mede, dat zij voorloopig mij hun voorraad maar niet moeten sturen, omreden de prijzen van zilverpapier zoo heel laag staan.
Men kan daarom toch wel blijven verzamelen, want er zal, naar we hopen, nog wel weer eens een betere tijd komen.
Maar zooals het nu er bij staat, kunnen we beter niet verkoopen.
Mochten er echter sommigen zijn, die andere jaren gewoon waren bij hun zending een afzonderlijke gave uit hun spaarpot er bij te doen, dezen zou ik vriendelijk willen verzoeken, dit afzonderlijk aan den Penningmeester te zenden, dan heeft deze er ten minste niet al te veel schade van. Als men dit nu toch eerst aan mij zendt, geeft dit maar extra kosten. En ik denk dat de Penningmeester dit ook wel goed zal vinden en het óok best zal kunnen gebruiken.
Intusschen dank voor het gezondene. Met vriendelijke groeten.
Mejuffr. J. DEN HARTOG.
Krommedijk 60, Dordrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 november 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's