STAAT EN MAATSCHAPPIJ
HET REGEERINGSBELEID (Slot).
De vorige week hebben wij met betrekking tot de opmerking, die het lid van de Hervormd (Ger.) Staatspartij en de Staatkundig Gereformeerden in de Afdeelingen van de Tweede Kamer over de bevoorrechte positie van de Roomsch Katholieken maakten, als ons oordeel uitgesproken, en dit ook met de feiten aangetoond, dat de stelling, dat Rome hier te lande bevoordeeld wordt, absoluut onhoudbaar is.
Ditmaal willen wij onder de loupe nemen, wat van die zijden gezegd wordt over het beleid van het kabinet en over de beginselen, die het kabinet bij zijn beleid volgt.
Gemakshalve laten wij hieronder eerst nog eens afdrukken de opmerkingen, die door de beide politieke groepen gemaakt werden. Onze lezers kunnen dan de zaak, waarover het loopt, beter volgen.
Van het Hervormd (Geref.) Kamerlid lezen wij in het Voorloopig Verslag :
Een der leden had deze ernstige bedenking tegen het beleid van het Kabinet, dat het eenzijdig het oog gericht houdt op de materieele belangen des volks. Een Kabinet, dat zich Christelijk noemt — aldus dit lid — had de geestelijke belangen moeten laten voorgaan en de stoffelijke op het tweede plan moeten brengen. Dat zulks niet is geschied, is 't gevolg van de politieke samenwerking van de Protestanten met de Katholieken. Het hier aan het woord zijnde lid wenschte artikel 36 der Geloofsbelijdenis betracht te zien, overeenkomstig het Protestantsche karakter der natie. Het Kabinet heeft aan het volk steenen voor brood gegeven. Het houdt kunstmatig de antithese in stand. Slechts Rome en Moskou profiteeren daarvan.
Van de Staatkundig Gereformeerden vinden wij aangeteekend :
Enkele andere leden gaven eveneens als hun gevoelen te kennen, dat het Kabinet niet in Christelijken zin regeert. Het is een vermomd Coalitie-Kabinet, Rome tot voordeel. Het blijft in gebreke de doodstraf weder in te voeren, de lijkverbranding te verbieden, de Zondagsrust en de Zondagsheiliging te verzekeren, het gezag te handhaven, den godsdienst en de zedelijkheid te bevorderen. Zoo lang Gods geboden op deze wijze worden veronachtzaamd, en in Nederland de nationaal-gereformeerde beginselen geen voorrang genieten, zal het (zoo luidde de uitspraak dezer leden) met ons volk berg af gaan.
Waarover loopt nu de klacht ten aanzien van het beleid der Regeering in verband met de beginselen, die zij bij haar beleid naar buiten openbaart ?
Die klacht is, dat het Kabinet eenzijdig het oog gericht houdt op de materieele belangen des volks, en als gevolg daarvan zijn Christelijk karakter verloochent.
V/at is van deze klacht waar ?
Ons antwoord op deze vraag is, dat de klacht, zooals zij hier in 't algemeen wordt uitgesproken — ook wij zouden wel een positiever optreden der Regeering wenschen — door de feiten wordt gelogenstraft.
Niettegenstaande het Kabinet in deze zorgelijke tijden al zijn aandacht heeft te geven aan maatregelen, die ons volk behoeft om den nood, waarin het tengevolge van de crisis verkeert, te lenigen, heeft de Regeering in deze parlementaire periode toch de geestelijke vraagstukken, die om oplossing roepen, niet veronachtzaamd.
Wij zouden, om dit aan te toonen, een breede lijst van onderwerpen, die de aandacht van de Regeering hebben bezig gehouden en die allen voorziening in de geestelijke behoeften van ons volk bedoelen, kunnen samenstellen.
Wij zullen dit echter niet doen, doch uit de reeks van wetsontwerpen, die zijn tot stand gekomen, benevens de Koninklijke Besluiten, die zijn afgekondigd geworden, er slechts twee noemen, n.l. de winkelsluitingswet, die aan den winkelstand een groot stuk Zondagsrust heeft gebracht en de wet tot aanvulling van het Wetboek van Strafrecht met voorzieningen betreffende bepaalde voor godsdienstige gevoelens krenkende uitingen, waardoor het gruwelijk bedrijf van de Godslastering wordt ingeperkt.
Maar naast hetgeen het Kabinet in directen zin wist tot stand te brengen ten behoeve van de geestelijke behoeften der bevolking, werken toch ook de noodmaatregelen, die het trof om in den crisisnood den landbouw en de veehouderij, de nijverheid en den handel tegemoet te komen, in indirecten zin mede tot den geestelijken welstand van ons volk.
Immers het valt niet te ontkennen, dat, wanneer een bevolking tot verarming komt, daaronder in de eerste plaats de groote geestelijke goederen als Kerk, School, Zending enz., lijden. Zijn er toch geen inkomsten meer, dan wordt op deze instituten het eerst bezuinigd, waardoor hun bestaan in gevaar komt.
En naast die directe en indirecte geestelijke voorzieningen komt ten slotte nog de verdediging, die het Kabinet heeft te voeren tegen hen, die de moderne levensbeschouwing zijn toegedaan en die de Christelijke grondslagen van ons volksleven willen ondermijnen.
In het nummer van „De Vrijheid", het orgaan van den Vrijheidsbond van 1 November, heeft de redactie het over een nieuwe bron van inkomsten, die uit de loterijen zou kunnen vloeien. Die bron moet — zoo zegt ze — warden aangeboord.
De redactie schrijft :
Ook is de Staatsloterij, ondanks herhaalden aandrang, nimmer uitgebreid,
Daarentegen is de Loterij wet verscherpt en wordt steeds rigoureuzer aan haar bepalingen de hand gehouden. Toch heeft de groote meerderheid van ons volk noch godsdienstige, noch moreele bezwaren tegen de loterij en is dit overdreven puritanisme slechts te wijten aan de nawerking der oude rechtsche coalitie, die met concessies over en weer In stand gehouden moest worden. Waarlijk, het wordt tijd, dat de Nederlandsche Regeering op dit terrein een anderen koers gaat volgen. Het gaat toch niet aan, dat op het gebied der loterij een kleine minderheid in ons volk de meerderheid ringeloort.
De mentaliteit, die uit dit stukje spreekt, zegt voldoende.
De Nederlandsche Regeering moet een anderen koers gaan volgen.
Wanneer de Vrijzinnigen — en niet minder de Sociaal Democraten — het voor het zeggen kregen, zou de loterij wet worden afgeschaft en misschien werd dan ook wel de Zondag als stemdag aangewezen. De groote meerderheid van ons volk zal ook daartegen wel geen bezwaren hebben.
Zoo staat, terwijl de belijders der Christelijke levensbeschouwing elkander verbijten en vereten, de vijand voor de poort.
Gelukkig is de leiding van 's lands zaken in handen van een Kabinet, dat voor het Christelijk levensbeginsel opkomt.
Zien wij op zijn daden, dan is er voor de klacht, dat het Kabinet eenzijdig het oog gericht houdt op de materieele belangen des volks, en als gevolg daarvan zijn Christelijk karakter verloochent, geen enkelen grond.
Ook is het hoogst onbillijk, het Kabinet te verwijten, dat het in gebreke blijft: de doodstraf weder in te voeren, de lijkverbranding te verbieden, de Zondagsrust en de Zondagsheiliging te verzekeren.
Dat de Regeering het gezag niet zou handhaven, den godsdienst en de zedelijkheid niet zou bevorderen, is een klacht, waarvan een ieder wel weet, dat zij ongegrond is. Zij moet in dit verband waarschijnlijk dienen om van het betoog een afgerond geheel te maken.
Natuurlijk bestaat er geen bezwaar tégen als de beginselen in het openbaar worden beleden. Dit moet zelfs ! Ook de Antirevolutionairen spraken het uit, dat zij voorstanders zijn van de wederinvoering van de doodstraf, dat zij niets willen weten van de lijkverbranding en dat zij opkomen voor de Zondagsrust en de Zondagsheiliging.
Maar hoe kan men een Kabinet verwijten dat het aan die beginselen geen uitvoering geeft, wanneer men op z'n vingers kan na tellen dat er voor het in toepassing brengen dier beginselen geen meerderheid in de Kamer te vinden is ?
Het Kabinet kan toch niet als despoot optreden en zijn wil aan de Kamer opleggen ! Het is van algemeene bekendheid, dat b.v. de Christelijk Historischen voor een groot gedeelte tegen de wederinvoering van de doodstraf zijn. Hoe denken de Staatkundig Gereformeerden dan dat dit beginsel, dat ook dat der Antirevolutionairen is, tot uitvoering is te brengen ?
Meenen zij, dat hun doel wel te bereiken is, waarom stellen zij dan daarvoor niet een poging in het werk, door een wetsvoorstel bij de Kamer aanhangig te maken?
Daaraan schijnen zij echter niet te denken. Daarom blijft alles by elkander genomen van de bezwaren, die het Hervormd (Geref.) Kamerlid en de Staatkundig Gereformeerden uit de Afdeelingen der Kamer deden hooren, ook na hetgeen wij de vorige week schreven, weinig of niets over. Het waren klachten, waarvoor de grond niet aanwezig is.
SPREKENDE CIJFERS.
De Raad van Arbeid te Alkmaar verstrekte dezer dagen de onderstaande belangrijke cijfers over de sociale voorzorgswetten :
Over de jaren 1922 tot en met 1932 werd in totaal uitgekeerd in geld 695 millioen gulden.
Daarbij kwam nog aan kosten van genees-en heelkundige behandeling en verpleging, uitgegeven ten heboeve van verzekerden, 20 milIioen gulden. In totaal is alzoo in 10 jaar aan verzekerden uitgekeerd de kapitale som van 715 millioen gulden, of gemiddeld 71/2 millioen per jaar.
Van dit bedrag is aan invaliditeitsrente uitgekeerd 139 millioen. Aan ouderdomsrente 421 millioen gulden. Niet begrepen is in de 715 millioen, hetgeen sinds het in werking treden van de Ziektewet (in 1930) ingevolge die wet is uitgekeerd.
De „Vrije Westfries", die van deze cijfers melding maakt, voegde daaraan deze opmerking toe, die wij van heeler harte onderschrijven :
Het zijn maar dorre cijfers. Maar ze spreken een schoone taal. Hoeveel levensavonden zijn er door verlicht geworden ! Hoeveel kromgewerkte oudjes zijn er door bewaard voor kommer en gebrek! In hoeveel gezinnen, die door ongeval en sleepende ziekten getroffen werden, hebben zij de armoede buiten de deur gehouden! De millioenen, die de sociale verzekering heeft uitgekeerd, zijn milflioenen der vertroosting geweest!
En gedurig stijgt hun zegenende werking.
king. De uitkeeringen ingevolge de Invaliditeitswet bedroegen in 1922 vier millioen gulden ; in 1927 was dit gestegen tot vijftien millioen; in 1931 werd een uitkeering van drie en twintig millioen gulden bereikt.
Al deze gegevens zijn om te onthouden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 november 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's