KERKELIJKE RONDSCHOUW
EEN BELANGRIJKE KWESTIE, RAKENDE DE ZENDING.
De Kerk heeft het Zendingsbevel van den Heiland ontvangen, om te gaan naar de niet-Christelijke volkeren en daar het Evangelie te brengen, opdat door Gods Geest en door Gods Woord ook in de heidenlanden de Kerk des Heeren zal worden uitgeplant en het volk des Heeren in eenigheid des waren geloofs zal worden toevergaderd als schapen van één kudde, onder het Hoofd Jezus Christus. Opdat de Kerk van Christus met de bediening van het V/oord en de Sacramenten en gebeden alom tot openbaring zal komen rondom de belijdenis en met de ambten.
Onder Israël, toen Gods volk beperkt was tot de kinderen Abrahams, wonend in Kanaan, leefde het Zendingswerk niet. Dat werd voor de toekomst, voor de volheid des tij ds bewaard. Dan zou de zegen, aan Abraham beloofd, in en door Abrahams grooten Zoon, uitgaan tot alle volkeren.
We hebben de Handelingen der Apostelen maar te lezen en we zien het handelend optreden in deze van Paulus en zijn medearbeiders. En de Heere zegende het, eerst in Klein-Azië, toen in Europa en wij deelen als kinderen van Jafeth in den zegen, die gekomen is van Sem in onze tenten; en op Gods tijd is de zegen ook uitgegaan naar Cham's nazaten.
Europa heeft tegenover het Oosten een dure roeping in deze.
Nederland bijzonder ten opzichte van de Overzeesche bezittingen.
Ook hier is de splitsing, de verscheuring, de verbrokkeling van Christus' Kerk in Europa van groote beteekenis. En zeker ! de werkkracht is soms dubbel, de ijver is niet zelden groot. Maar het gevaar van verscheuring, verbrokkeling, bemoeilijking van het Zendingswerk in de Koloniën, op de verschillende eilanden is ook groot en bestaat waarlijk niet alleen in de verbeelding, in theorie, maar openbaart zich in de practijk.
Nu heeft de Kerk de roeping, om het Evangelie te verkondigen en de uitbreiding van Gods Koninkrijk te bevorderen. Niet de Staat. Artikel 30 van de Ned. Geloofsbelijdenis zegt het zoo mooi. Daar lezen we, dat de Kerk de zorge heeft „om de ware Religie te onderhouden en te maken, dat de ware leer haren loop hebbe ; dat ook de overtreders op geestelijke wijze gestraft worden en in den toom gehouden". (Het is wel aardig. Artikel 30 en Artikel 36 eens naast elkaar te leggen en achter elkaar te lezen). Aan de Kerk is het Zendingsbevel gegeven en niet aan de Overheid. Hoewel de Overheid de Kerk en ook het Zendingswerk heeft te beschermen en waar 't het sociaal belang van onderwijs, medischen dienst enz. betreft, ook behoort te steunen uit 's Rijks schatkist.
Waar nu de Kerk tot Zending-drijven geroepen is, zou men kunnen zeggen : de Kerk moet dan vrijheid hebben om te gaan werken, waar men wil. Van de vrijheid van de Kerk moet men afblijven !
Maar nu de practijk. Wanneer ergens de Protestantsche Zending is en de Roomsche missie valt daar dan binnen met haar priesters en nonnen enz., wat dan ? Als een kerkelijke Zendingsvereeniging ergens werkt en het Leger des Heils begint dan ook daar te werken, wat dan ? Moet men dan maar kris kras door elkaar werken; op elkanders fundament gaan bouwen ; en de inlandsche bevolking van alle kanten tegelijk met zeer verschillende boodschap en zeer verschillende Zendingspractijken in beweging, in verwarring, in beroering brengen.
Men voelt de moeilijkheid. Eenerzijds houden we staande : de Zending moet vrij zijn. De Kerk moet vrij zijn, om naar Christus' bevel te gaan en te staan waar zij wil. Maar anderzijds is er de Overheid óók nog, als Gods dienaresse, om orde op de zaken te stellen en te zorgen dat niet noodeloos de heidensche volkeren in gevaar gebracht worden van te vervallen in allerlei verwarring, wat tot de grootste verwikkelingen kan aanleiding geven, ja, wat brengen kan tot volksoproer en opstandigheid van de regeerders en van de bevolking.
Als de Zending onder elkaar krakeelt en als straks de „bekeerlingen" ook gaan krakeelen, zijn de gevaren niet gering. En de Overheid is geroepen om te waken voor de rust en voor de orde.
Daarom is 't niet strijdig met ons Christelijk beginsel, dat de Overheid ordinantien stelt en verordeningen maakt en bepalingen voorschrijft.
Dat is de wording van Artikel 177 (vroeger Art. 123) van het Indisch Reglement, waarbij bepaald is, dat, wanneer ergens Zendingsarbeid verricht wordt, anderen maar niet zóó maar op diezelfde plaats, op datzelfde eiland, óók met Zendingsarbeid mogen beginnen. De één mag niet verstoren wat de ander begon.
De Overheid wil regelend en beschermend optreden. En het komt ons voor, dat dit voorloopig zeker zoo zal moeten blijven, al is ons ideaal: de Kerk moet vrij zijn om, naar het Zendingsbevel van Christus, alom het Evangelie te prediken ! Maar nu doet zich ten opzichte van het eiland Bali een zeer bijzonder geval voor.
Daar staat de trotsche heidensche tempel van Besakih, beschermd door de Balische vorsten, die door onze Regeering als regeerders zijn opzij gezet, maar als regenten in de regeering een plaats hebben verkregen en grooten invloed uitoefenen op de bevolking.
|Die Balische vorsten hebben bevorderd, dat de toegang tot den heidenschen tempel voor de duizenden pelgrims is vergemakkelijkt, door het aanleggen van een grooten heirweg. Dat is als een religieuse geste te beschouwen. En nu komt een verzoek aan de Regeering, om op Bali met het Zendingswerk te mogen beginnen.
Wat doen de Balische hoofden nu ?
De acht Balische regenten, die de opening van den heirweg naar den heidenschen tempel van Besakih hebben vereerd met hun tegenwoordigheid, hebben bij die gelegenheid een verzoekschrift aan den Gouverneur-Generaal van Ned. Oost-Indië geteekend, waarin deze volkshoofden den Landvoogd verzoeken geen toela ting te willen verleenen aan de Zending.
De argumenteering is als volgt: de Balische volkshoofden zijn zich bewust, dat zij moeten toezien volgens hun instructies, dat in hun ambtsgebied geen inbreuk wordt gemaakt op de zelfstandigheid der inlandsche gemeenten in de regeling van haar huishoudelijke belangen — dat zij zich er van bewust zijn, dat de Balische godsdienst en de Balische maatschappelijke ordening één onafscheidbaar geheel vormen — dat diensvolgens overgang van Baliërs tot eenigen vorm van kerkelijk geordend Christendom, verstoring van het maatschappelijke evenwicht na zich moet sleepen".
Dat is heel handig bedacht door die Balische vorsten. Die bijna net zoo redeneeren als alle rasechte liberalen ten opzichte van de School met den Bijbel. Als die komt, dan komt er verdeeldheid op het dorp. De bevolking is zóó saamgegroeid met en zóó gehecht aan de Openbare School, dat in naam van het recht, vol goede zorgen voor het volk, aan de Regeering bezworen wordt dat de stichting van een Christelijke School zal worden verhinderd, enz.
Die Balische vorsten hebben dat mooi afgekeken van de Hollandsche liberalen CS En wat blijkt nu ?
De couranten berichten, dat de Balische vorsten vanuit Europa bewerkt zijn Ze hebben het dus eigenlijk zelf niet uitgedacht.
Het is hun voorgezegd en toegezonden.
Misschien is er wel een brief van een of andere Vereeniging uit Nederland heen gezonden, waarin zooiets als een „Oproep voor de Openbare School" overgenomen is. „In naam van Volk en Vaderland geen Christelijke Zending" lijkt tenminste verdacht veel op 't geen hier wordt geleeraard : in naam van den vrede, in naam van het volk, in naam van het Vaderland, in naam van dit en in naam van dat geen Christelijke School. Alleen de Openbare School is tot zegen voor de natie In Bali geldt het dus niet de kwestie : dat de eene Zending de andere Zending wil komen verdringen.
Maar het geldt daar de kwestie van de toelaatbaarheid van de Zending in onze Koloniën.
De Gouverneur-Generaal zal in deze een uitspraak moeten doen.
Wij verwachten, dat ook hier opening van de deur voor het Evangelie niet zal worden verhinderd en niet onnoodig zal worden bemoeilijkt !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's