De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

9 minuten leestijd

Wanneer ge heden De Waarheidsvriend voor u open ziet liggen, wijst de datum aan 17 November. Tel daar 14 dagen bij op, en ge zult merken dat dan reeds weer de afscheidslijn tusschen deze en de volgende maand is gepasseerd. M.a.w. dan schrijven we reeds December.
Dat is de laatste maand van het jaar, zult ge opmerken. Dan wordt aan het einde hiervan weer een heel jaar afgesloten.
Nu is dit voor ieder iets opmerkelijks.
Daar zullen weinig menschen zijn, die hieraan geen aandacht zullen schenken. Al zou men het ook willen, alles herinnert aan iets bizonders. Men moet, of men wil of niet, even de schreden inhouden, een moment stilstaan, om even de baan, die achter ons ligt, af te zien. Dat behoort weer tot het verleden. Dat is voorbij, onherroepelijk voorbij. Overdoen kunt ge het niet meer.
Lichtelijk rijst de vraag, wanneer ge deze overdenking zoo leest: „Maar, Penningmeester, vergist ge u niet ? Daar is nog geen oud-jaar in het zicht, is 't wel ? "
Voor mij wel. Ge moet n.l. weten, dat ons vereenigingsjaar — men noemt dat boekjaar — met 1 December begint en dus eindigt met 30 November. Voor mij komt alzoo Oudjaarsdag een maand eerder dan voor de meesten. Als ge de moeite u zult willen getroosten en leest wat er bovenaan in den linkerhoek staat gedrukt, zoo zult ge daar vinden : No. 51. Dus op één na het laatste blad van dit boekjaar. Met het volgende valt de deur dicht. Dan worden de boeken afgesloten. Allerlei bespiegelingen, vooraf gehouden, worden dan getoetst aan de werkelijkheid.
Niets dan nuchtere cijfers ziet ge voor u. Nu zal het u niet verwonderen, dat er voor zoo'n laatsten keer nog eenige moeite wordt gedaan door den Penningmeester, om een goed slot te krijgen. Zijn er sommigen, die met den, eersten trelnal op jreis gaan, die het krieken van den dag nauwelijks afwachten er zijn óók anderen, die bij zichzelven zeggen : de laatste gelegenheid moet óok reizigers hebben.
Tot dezen behoor ik. Misschien dat de laatste bus nog voller zit, dan die 's morgens zoo vroeg vertrekken. Nu, ik mag het lijden.
Te klagen had ik in het algemeen niet. Hoewel in den jongsten tijd schijnbaar een weinig slapper de koorden stonden gespannen. Wanneer de contributies eens werden uitgeschakeld van de verschillende afdeelingen, hieldt ge niet zoo mirakel-veel over. Collecten kwamen in den laatsten tijd zeer spaarzamelijk voor. Misschien dat ge zegt bij uzelf : Ja, maar dat mag u niet verwonderen. De tijden zijn ook zoo slecht en de inkomsten zoo sterk verminderd, dat elke collecte, die niet hoogst noodzakelijk moet worden gehouden, achterwege blijft.
Ik hoop niet, dat hieronder de collecte voor onze fondsen valt. Daarvan hangt te veel af. Onze doelstelling is toch niet anders dan het Woord Gods te brengen op eiken kansel, waar dit ook maar wordt gevraagd. Er staan nog zoovele open. En zou het bezijden de werkelijkheid zich bewegen, wanneer we zeggen : daar zijn nog tallooze gemeenten, waar bij zeer velen groote begeerte wordt gevonden naar Gereformeerde prediking ?
Het zou zeker jammer zijn, dat onze arbeid binnen engere grenzen, vanwege financieelen nood, moest worden teruggebracht. Onze Bond bestaat nu iets langer dan 25 jaar. We hebben de jeugdjaren achter ons, de grens van jongelingsleeftijd, die van mannen werd overschreden. Wat een ieder van ons verwacht is, dat nu ook mannenwerk wordt gedaan.
Getallen noemen is altijd gevaarlijk. Dit alleen wil ik zeggen: zal krachtig ons werk worden aangegrepen, zoo moeten wij krachtig worden ondersteund, krachtiger dan in den laatsten tijd geschiedde.
Laat in deze twee weken — want al zal over een 14 dagen een ander boekjaar voor ons zijn ingeluid en met een nieuw nummer zijn begonnen, ook de laatste verantwoording loopt nog over het oude jaar —, eens extra moeite worden gedaan om tot een goed slot te komen.
Zijn er soms nog afdeelingen, die nog de afrekening niet hebben gedaan ? Doen zij dit dan met bekwamen spoed ! Ook is de mogelijkheid niet uitgesloten dat er aan uw huis is aangebeld door den postbode, terwijl ge uit waart, om u een kwitantie aan te bieden. Ik heb nog enkele posten openstaan. Deze week nog hoop ik u een nieuwe te zenden. Ge zoudt mij geen grooter genoegen kunnen doen dan deze zonder op of aanmerkingen aan de post te voldoen.
Dit is toch niet te veel gevraagd, is 't wel ? Over groote bedragen loopt het niet. Het aantal van hen, die 25 gulden voor onze fondsen bijdragen, is al uiterst klein. Deze kunt ge wel tellen. In den allerlaatsten tijd is het evenwel voorgekomen, dat een enkele van deze zijn bijdrage tot het allerkleinste verlaagde.
Het staat dus zoo, dat niet zonder eenige zorg het eindpunt door ons wordt tegemoet gezien. Laat ons eens verblijd worden door een extra bijdrage.
Vóór enkele weken heb ik, met het oog op degenen, die in de vorige jaren door ons Studiefonds zijn gesteund geworden, een beeld ontleend aan het huisgezin. Wanneer de jongens groot zijn geworden en allen eigen inkomsten hebben en vader krijgt de handen te vol om het gezin naar behooren te onderhouden, zoo bieden de eerstgenoemden vanzelf steun. Zij willen niet hebben, dat er armoede wordt geleden, terwijl zij het zoo goed hebben.
Nu, ik herhaal dit thans.
Op dit moment zie ik niet naar hulp, van wie voorheen steun hebben genoten. Een tevergeefsch beroep zal ik niet doen, daarvan houd ik mij sterk overtuigd. Een enkele vingerwijzing in deze richting is me dezer dagen tot mijn niet geringe blijdschap reeds gezonden. Den volgenden keer hoop ik, zonder een naam te vermelden, hiervan kunt ge u verzekerd houden, mede hierdoor een goed sluitstuk te hebben.
Niemand begeert toch van de vrienden, dat we met minder eindigen dan we begonnen. Dat getal zou ik u wel eens willen noemen, tegelijk met wat nu zich in onze kas bevindt. Ge zóudt dan wel eenig verschil kunnen opmerken, een pijnlijk verschil. En toch houd ik dat getal maar liever voor me. Wanneer wij het tezamen eens aan den Heere vertelden, het aan Hem overlatende of Hij de harten bewerke en de beurzen ontsluite, opdat een gemeenschappelijk danklied. Hem ter eere, mocht opstijgen.
Deze week hebben we van enkele afdeelingen de afrekening ontvangen. We danken allen, die daaraan hebben meegeholpen. In onze verantwoording vindt ge thans deze niet, misschien de volgende week. Wat we thans u voorleggen, zijn gewone giften.
1. Door ds. Van Voorthuizen te Rijssen ontvingen we van N.N. te Z. gecollecteerd op Dankdag, voor het Studiefonds ƒ 2.—
2. Door ds. Bout te Genemuiden ontvangen van een weduwe voor 't Studiefonds ƒ 10.—
3. Van den heer J. Coolegem te Den Helder 1 gld. contributie als lid van den Bond en f 1.50 voor het Studiefonds ƒ 2.50
4. Door ds. V. d. Wal te Wageningen van N.N. voor de fondsen uit dankbaarheid ƒ 12.50
5. Van de Evangelisatie „Rehoboth" te Den Hulst (Ov.) mocht ik ontvangen ƒ 10.—
Mijn warmen dank voor deze gave.
6. Door den Penningmeester van de afd. Delfshaven ontving ik naast de contributie van de afdeeling, van N. N. 1 gld. voor het Leerstoelfonds ƒ 1.—
7. Van den heer H. Westering te Utrecht van mej. den Hartog, onze trouwe en ijverige verzamelaarster van zilverp., caps. etc. ƒ1.—
Zou mej. den Hartog hier nota van willen nemen ? Overzenden is zeker niet noodig. Eén wenk hoor, en ik ben daartoe bereid.
Het bekende busje Van C. Bardelmeijer te Zegveld leverde aan het eind van de maand op ƒ 4.20
Deze geregelde bijdrage levert geen onbeduidende slotsom, 't Wordt in 'n jaar een heele som. Onzen vriendelijken dank aan de Zegveldsche vrienden.
9. Van mej. N.N. te Utrecht voor het medelezen van De Waarh.vr. ƒ 2.—
10. Door ds. Van Dorp te Den Haag, gecollecteerd in de Bijbellezing 10 gld. voor de fondsen plus f 2.50 voor den Geref. Bond ƒ12.50
11. Ds. Van Voorthuizen te Rijssen klopte nogmaals bij me aan. Hij bracht een tweede gave, en een dubbele : f 2.50 voor het Studiefonds en f2.50 voor de beide fondsen ƒ 5.—
We danken de vrienden en houden ons aanbevolen. Te Rijssen heeft altijd een groote kring van vrienden warm met ons meegeleefd. De moeilijke tijden zullen zich ook hier duchtig laten merken. De Heere brenge er ons door op de rechte plaats.
12. Van N.N. te Nieuwerkerk a. d. IJssel ƒ 5.—
13. Van den heer J. de Nooy te Ouderkerk a.d. Amstel ontving ik uit belangstelling voor de fondsen ook ƒ 5.— 'k Dacht zoo, toen ik deze beide giften met één post kreeg : Nieuwerkerk en Ouderkerk, die sluiten zoo heerlijk bij elkaar aan. Doch toen ik goed las, merkte ik dat dit Ouderkerk een ander was dan, ik bedoeld had. De gift was er mij niet minder lief om. Misschien blijft het andere Ouderkerk nu wel niet achter !
Ik hoop al op de volgende week. 14. De heer E. Roest te Kampen, een van onze warme vrienden aldaar, zond een gave van een zieken broeder, die op 16 October niet in de kerk had kunnen zijn wegens een operatie, thans uit dankbaarheid ƒ 1.50
Daarbij had hij busje no. 125 eens leeg geschud. De inhoud bedroeg ƒ 9.— 15. Verleden Zondagmorgen stopte op het Kerkpad de heer D. alhier my een rijksdaalder in de hand. Moeder was jarig geweest. Uit dankbaarheid gaf zij voor het Studiefonds ƒ 2.50
Wij waren ook dankbaar. Waar zij haar 65sten jaardag mocht vieren, geve de Heere haar met de haren Zijn bizondere gunst te ervaren bij het kimmen der jaren.
16. Door den heer P. v. d. Berg te Hillegersberg werd mij toegezonden het overschot van de collecte, gehouden bij een lezing door ds. Vroegindeweij, bedragende de som van ƒ 13.66
Het begeleidend schrijven zal ik met het Hoofdbestuur bespreken. Ge wilt nog wel even op mijn antwoord wachten, nietwaar ? Inmiddels mijn vriendelijken dank voor uwe moeite en het door u gezondene.
17. Door ds. Koldewijn van Hattem uit den collectezak van Zondag 6 November, voor het Studiefonds ƒ 0.50
18. Door ds. Wolthers van Putten, gecollecteerd op Dankdag ƒ 3.—
19. Ontvangen van mej. v. VI. te Utrecht voor den Geref. Bond ƒ 2.50
Opgeteld bedroeg de gezamenlijke som niet zooveel als we gewend zijn, n.1.
f 105, 36.
Toch heb ik goede hoop, dat de volgende week een niet onaanzienlijk hooger bedrag mag worden geboekt.
Helpt ge mee, lezer ?
Utrecht. Ds. J. GOSLINGA.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 november 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's