De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

JONKER VAN STERRENBURGH

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JONKER VAN STERRENBURGH

Een verhaal uit het Friesche volksleven

6 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok te Kampen
Vermoeid leunt hij achterover in de kussens. Wat zou dat een genot zijn, als die spoorbaan klaar was en de weg, waarover men nu een paar uur rijden moest, in enkele minuten kon worden afgelegd.
Met gesloten oogen laat hij, wat dezen dag besproken en besloten is, aan zich voorbij gaan. 't Is een gewichtige dag geweest, waarop belangrijke besluiten genomen zijn, groote toezeggingen werden gedaan en beduidende sommen gelds voor verschillende doeleinden door hem werden afgestaan, die allen verband houden met de ontwikkeling van het economisch leven in de Provincie, zoo te water als te land. Doch het meest belangrijke van alles lijkt hem nog dat hij, toen hij zich in dien intiemen kring van een paar vrienden bevond, zonder het gezocht te hebben, óók zonder dat hij het bedoelde, een verklaring aflegde, waarvan de gevolgen niet zouden uitblijven.
Nog ziet hij de vreemde gezichten van Van Nauta en Van Rinia, toen hij het waagde zijn afwijkende gevoelens betref­fende de ontwikkeling van het sociale leven uit te spreken, doch tevens, toen hij mededeelde welk een verandering bij hem had plaats gegrepen ten opzichte van de beschouwing der godsdienstige vraagstukken en de aangelegenheden zijner ziel.
Ja, zijner ziel; want wat heeft hij eigenlijk gedaan ? Wat anders, dan met zooveel woorden gezegd, dat hij in de richting, in welke hij tot nu toe geleefd heeft, niet heeft gevonden wat hij verlangde te hebben, en dat voortaan degenen, die gewoonlijk de vromen genoemd worden, het gezelschap zullen zijn waarbij hij zich wil aansluiten. Wat heeft hij anders gedaan dan de schepen achter zich te verbranden, om van nu voortaan met al de kracht die in hem is zijn heil te zoeken op den weg, waarop tot nog toe nimmer een voet door hem gezet werd, want dat weldra in wijden kring bekend zal zijn, wat hedenmiddag besproken werd, lijdt geen twijfel. In geen enkel opzicht heeft hij zijn vrienden het zwijgen opgelegd. Integendeel, zij zullen hem een genoegen doen door al de overige vrienden, heel den Frieschen adel en allen die met dezen gelijk staan of met hem in aanraking komen, te vertellen dat op „Grovestins" de wind uit een anderen hoek is gaan waaien, en Jonker Van Sterrenburgh voortaan tot de mannen van rechts gerekend moet worden.
Niet, omdat het hem zoo bijzonder tegenlacht in dit gezelschap te zijn. Is er onder hen niet veel, dat hem tegenstaat ? Veel bekrompenheid, veel kleinzieligheid, veel verdeeldheid ook, en zoo weinig zielenadel. Heeft men hem er niet spottend op gewezen, hoe juist in Kleiterp boeren gevonden worden die met hand en tand zich tegen den aanleg van de nieuwe spoorbaan verzet hebben, omdat het volgens hen onbijbelsch zou zijn met een trein te reizen, ja, heeft boer Brandsma van „de Eendenkooi" niet geweigerd de gelden in ontvangst te nemen, welke hem van Rijkswege zijn toegekend voor de onteigening van den benoodigden grond ? En wordt er niet een beweging op touw gezet om Lettinga, die mede vóór den aanleg was, bij de periodieke verkiezingen van raadsleden in een volgend jaar als zoodanig te wippen ? En die menschen zuilen dus voortaan zijn partij genooten, wat meer zegt, zijn geloofsgenooten zijn; terwijl daar tegenover staat, dat velen die tot heden zijn vrienden waren, in wier gezelschap hij, v/at afkomst en stand en ontwikkeling betreft, thuis hoort, van hem vervreemd zullen worden. Wel heeft hij de heeren Van Rinia en Van Nauta, met nog tal van anderen, bij zich ter jacht genoodigd, en zij zullen van deze gelegenheid vrij zeker gebruik maken om met hun jachtwagens over te komen en eenige dagen de gasten van „Grovestins" te zijn, doch er dreig; een afgrond tusschen hen te zullen komen, die straks door niets meer kan worden overbrugd, omdat de godsdienst in het geding komt en deze van geen schipperen of plooien weet. Hoewel men desnoods zijn afwijkende gevoelens ten opzichte van de maatschappelijke vraagstukken nog zal kunnen billijken, nooit zal m.en hem ver­ geven, dat hij een belijder van de Waarheid geworden is. Daardoor wordt de breuk tusschen hem en zijn vrienden volkomen. Al deze dingen overdenkt hij, terwijl niets hem in zijn mijmering stoort, en alleen het hoefgetrappel der vurige paarden, die den stal schijnen te ruiken, gehoord wordt.
Toch heeft hij geen spijt van hetgeen gebeurd is. Het is alsof een inwendige stem hem zegt, dat hij in de goede richting is en zoo zal krijgen wat hij zoekt. Zonder 't te kunnen verklaren, vervult een zeldzame rust zijn hart. Wat zou zijn moeder van hem zeggen, als zij nog bij hem was ? Zou het mogelijk zijn, dat zij kennis heeft van zijn voornemen ? In ieder geval is hij hiervan overtuigd, dat hij een stap gedaan heeft, waarover zij zich zeer verheugen zou, en reeds die gedachte is streelend. Zij geeft hem nieuwen moed en levenskracht, schenkt hem weer idealen, zoodat hij weer plannen kan vormen.
Om van huis uit te beginnen, zal hij breken met het leven van afzondering, gedurende de laatste tijden geleefd, en zich meer aansluiten aan de burgers zijner gemeente, en daardoor in hun lief en leed deelen. Ligt daar vooral voor hem niet een breed arbeidsveld ? Dan zal hij een onderhoud trachten te krijgen met ds. Feurman, 't zij in de pastorie, 't zij op „Grovestins", teneinde met dezen over de hoogste aangelegenheden te spreken. Vervolgens wil hij een bezoek brengen op de „Eendenkooi", om van boer Brandsma zelf de argumenten te hooren, die hij tegen de spoorlijn heeft. En dan wil hij zoo spoedig mogelijk eens bij oude Marijke aanloopen om met deze over zijn moeder te spreken en tevens haar te doen vertellen wat zij heeft aan haar geloof.
Zoo besluit hij, als eindelijk de Slotlaan ingereden wordt.
Hoe dat laatste bezoek niet tot zijn recht kwam, zagen wij reeds. Het eenige wat hij dien avond, als onbekende toehoorder in de kleine gang harer woning. Marijke vertellen hoorde, was een gebeurtenis uit het lange verleden, maar die toch ook al weer met zijn familie nauw verband hield. Daarom was hij onwillekeurig blijven staan luisteren, niet het minst, omdat in allen eenvoud verteld werd hoe 't geloof had staande gehouden in moeilijke omstandigheden. Daarop was hij even geheimzinnig verdwenen als hij gekomen was, doch met het vaste voornemen om terug te komen, in de hoop, dan gelukkiger te zijn.
Want het was hem om de Waarheid te doen.
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

JONKER VAN STERRENBURGH

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 november 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's