De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

WAT IS ER VAN DEN NACHT?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

WAT IS ER VAN DEN NACHT?

2 minuten leestijd

Wachter ! Wachter !! Wat is er van den nacht ? 't Oog is starensmoede, wijl 't vruchtloos tracht Om in het door geen naaan beschenen donker t' Ontwaren eenig hoopvol stargeflonker. Soms was het of het wolkendek zich scheurde. Zoodat het oog, dat vol verlangen speurde, Den matten glans weerkaatste van een verre ster. Helaas, ras dreven nieuwe wolkgevaarten her.
Ginds, oostwaarts, waar de horizon zich strekt Is taal noch teeken, dat verwachting wekt Voor 't spoedig rijzen van de dagvorstinne. En daarom, wachter, op des tempels tinne Waar gij, zoo hoog, een ruimer uitzicht hebt dan wij. Vertel ons wat er van deez' bangen nacht toch zij ! Bespeurt ge reeds het eerste morgengloren En mogen wij uw blij geschal straks hooren ?
Een wijle laat zich het antwoord wachten En het is, als wil de wachter trachten Om even nog hetzelve te verschuiven. Ach, kwam de dageraad ! Dan immers stuiven De zwarte nevels van den nacht uiteen.
Een stem weerklinkt! De vrager daar beneên Verneemt des wachters wederwoord : De morgenstond Is daar, doch 't duister waart nog allerwegen rond !
Ontroerend beeld van 't'leven onzer dagen,  Waarin zoövelen twijfelmoedig vragen : Wie zal ons toch het goede doen aanschouwen ? Een plan tot nieuwe welvaart ons ontvouwen ? Maar ach, men heeft den God des lichts verlaten. Slechts wederkeer tot Hem zal kunnen baten. Hem toonend, schuldbewust, een hand vol scherven. Wijl wij niet anders kunnen dan bederven.
Bij zulk een wederkeer zou 't klinken : „Daar zij licht". Dan straalde ons weer toe Gods lieflijk aangezicht. En 't zuchtend menschdom zou den nieuwen dag begroeten. Maar anderszins, waarheen zal dan de wereld moeten ? Doch wat de toekomst ook verberge in haar schoot, 't Zij licht of duisternis, ja, eenmaal zelfs den dood, Gods kind treedt hoopvol voort, in Godes kracht. Die psalmen geeft temidden van den nacht. Reeds valt op 't smalle pad het licht van 't Vaderhuis; Houd moed dan, pelgrim, 't duurt slechts kort, straks zijt ge thuis !
Den Haag, November 1932.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

WAT IS ER VAN DEN NACHT?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's