De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

6 minuten leestijd

OOK DAT MAG NIET.
Er zijn natuurlijk héél véél dingen, ook op kerkelijk gebied, die niet mogen. Maar het is nu ons doel niet om over veel en velerlei te schrijven. We wilden slechts even nu iets zeggen, min of meer in vervolg op hetgeen we kortgeleden geschreven hebben over het willekeurig optreden van ds. Zandt in een z.g.n. Gereformeerde Evangelisatie te Delft, terwijl er dien Zondag drie officieele beurten in de kerk waren, waarin drie Herv. Gereformeerde predikanten voorgingen. Zulk optreden moet men niet betitelen met „Gereformeerde Evangelisatie" en zulk optreden, tegenover een plaatselijk predikant van Gereformeerde belijdenis, moet men onbehoorlijk noemen. Recht is recht.
We maakten daarbij de opmerking, dat het lidmaatschap van de Tweede Kamer met het lidmaatschap van den Gemeenteraad enz. enz., gecombineerd, niet moest kunnen vereenigd worden met de bediening van Woord en Sacrament. Daar is het ambt te heilig en te kerkelijk voor. Gelijk dan ook naar Gereformeerd beginsel deze dingen niet vereenigd kunnen en mogen worden. Men is in 't ambt, of men is er niet in. Twee dingen kan men niet gelijk zijn; althans hier niet.
Een belangstellend gemeentelid te Wilnis, trouw lezen van „De Waarheidsvriend", schreef ons, na het stukje over Delft te hebben gelezen, een brief en kwam met andere dingen aandragen. Zijn vraag is : „mag dat dan ? "
Ons antwoord is : „neen, ook dat mag niet".
De briefschrijver meldt ons ongeveer het volgende : „Wij hebben hier een goeden dominé, die als een Herv. Gereformeerd predikant bekend staat en waarmee onze gemeente zeer ingenomen is. Maar deze dominé liet meer dan eens in bid-en dankstond voor 't gewas, zijn Vader optreden, die dan de gemeente voorging in de prediking des Woords. Deze persoon is echter geen dominé, ook heeft hij niet de acte van godsdienstonderwijzer. Is dat geoorloofd in onze Hervormde Kerk ?
Hierbij komt nu, dat ds. L. Vroegindeweij Zondag 27 November bekend maakte, dat zijn Vader Zondag 4 December, 's morgens en 's avonds, hoopte voor te gaan.
Mag dat ?
Er stond nog wel meer in dien brief. Maar daarover schrijven we nu niet. We willen zuiver zakelijk blijven. En dan moeten we zeggen, dat de kerkeraad en de plaatselijke predikant van Wilnis niet verstandig doen, om iemand in den dienst des Woords te laten voorgaan, die daartoe kerkelijk niet gerechtigd is. Wanneer men tot de Hervormde Kerk behoort, moet men ook zich voegen naar de regels en de voorschriften. Recht is recht !
't Gaat natuurlijk niet om personen. Maar 't gaat hier om 't geen in de Hervormde Kerk, in betrekking tot deze dingen, mag en niet mag. En dan zeggen we : „men moest deze en zulke dingen niet doen". Waarom lokt men b.v. een optreden van de Besturen uit, door onwettige dingen te doen ?
Het is toch naar de eenvoudigste regelen van het Gereformeerd Kerkrecht, dat men wettelijk beroepen en ordelijk in het ambt gesteld moet zijn, om in de bediening des Woords te kunnen en te mogen voorgaan. En in deze moesten we ons nu ook eenvoudig houden aan hetgeen plicht en orde is.
Nog eens, het gaat hier volstrekt niet om personen. Noch om don domino van Wilnis, noch om zijn Vader. Maar 't gaat hier om een nuchtere, zakelijke bespreking van iets, dat de aandacht trekt en in het openbaar geschiedt.
Daarom ook dit ons oordeel over deze kerkelijke aangelegenheid, die geen bitterheid en geen narigheid mag brengen. Want dat is tot geen nut.

HET HOOGELAND.
Nooit van gehoord ? Aan den eenen kant gelukkig. Want het is een inrichting waar honderden en duizenden uit de laagste klassen van de maatschappij vertoeven, allen ongelukkig, doordat ze in dronkenschap of bij andere zonden hun jaren hebben doorgebracht, die in de gevangenis hun straftijd hebben uitgezeten, die als wrakken op de wateren van de levenszee hebben rondgezwalkt, die verongelukt zijn hier en daar en overal — en die toen in de christelijke inrichting van barmhartigheid en liefderijk hulpbetoon, een onderkomen hebben gevonden, dikwijls tot hun ouden dag, tot hun dood toe daar verzorgd.
Daarom, ja — aan den éénen kant is het een geluk te noemen, dat we van „Het Hoogeland" niet weten, dat we er geen kennis aan hebben, noch door ervaringen uit onze familie, noch door gebeurtenissen uit onze naaste omgeving. Maar eigenlijk is het toch wel héél jammer, dat er zooveel christenen, zooveel trouwe kerkgangers zijn, die weten, dat er in 't Woord des Heeren staat, dat de ongelukkigen moeten worden geholpen (denk eens aan de gelijkenis van den barmhartigen Samaritaan) — dat velen, zéér velen van deze christelijke inrichting van barmhartigheid, die onderscheidene filialen heeft, en die nu juist veertig jaar bestaat, niets, zegge niets weten. Want nu heeft dat groote, belangrijke, heerlijke werk van christelijke barmhartigheid, dat zooveel liefde vraagt en zooveel moeite baart en zooveel zorgen geeft en zooveel geld kost, het veertig jaar zonder ons moeten doen. En dat is toch eigenlijk wel heel vreeselijk. Want ja, de Heere is doorgegaan met wonderlijk en rijk te zegenen — die de geschiedenis van de Vereeniging „Het Hoogeland" leest en van de stichting en onderhouding der verschillende arbeiderskoloniën nu hoort, moet er met verbazing stil bij worden — maar terwijl de Heere werkte, hebben w ij dan niet gewerkt, en terwijl de Heere zegende, hebben w ij dan vergeten weldadigheid te bewijzen.
Door heel ons Vaderland wordt in deze weken over „Het Hoogeland" gesproken en veel v/ordt er over geschreven, nu de Stichting van barmhartigheid mag jubileeren. En als 7 December in Utrecht, in het Gebouw van Kunsten en Wetenschappen een samenkomst wordt gehouden ter herdenking van het Veertig jarig bestaan, spijt het ons, dat wij onmogelijk daarbij kunnen tegenwoordig zijn en dat wij voor de vriendelijke uitnoodiging hebben moeten bedanken. Maar dan willen wij toch van deze plaats onze groetenis brengen aan „Het Hoogeland" en wij willen ook de Gereformeerd-Hervormden opwekken, om hun steun, hun gave en hun gebed, ook aan dit werk van barmhartigheid te schenken.
Er is in de Vereeniging „Het Hoogeland" een hartelijke samenwerking tusschen de Christus-belijders van verschillende kerkgemeenschap. Mannen en vrouwen van de Hervormde Kerk, van de Gereformeerde Kerken, van de Chr. Gereformeerde Kerk enz. enz. werken hier saam. En het is een spoorslag voor óns, om mee onze schouders te zetten onder dezen arbeid, die vooral in deze tijden, onder zoovele zorgen gebukt gaat.
De Heere zegene de jubileerende Vereeniging en de kring der contribuanten (3 cent per week) breide zich uit, vooral ook nu, opdat het werk onder de ongelukkigen mag voortgaan, tot zegen" voor velen naar lichaam en ziel, voor tijd en eeuwigheid !
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's