JONKER VAN STERRENBURGH
Een verhaal uit het Friesche volksleven
Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok te Kampen|
HOOFDSTUK X.
Een mooie Herfstmorgen. Vriendelijk scheen de zon over het aardrijk, dat zoo langzamerhand den winterslaap ingaat. Een lichte nachtvorst af en toe verhaast het ontbindingsproces. Het zachte koeltje, dat door het geboomte huivert, doet de geel geworden bladeren ritselen, alsof zij elkander een afscheidsgroet geven en zeggen willen, dat zij hun tijd gehad hebben. Straks vallen zij bij honderdtallen neer, om in het slijk te worden vertreden of ter bemesting op de bloembedden te dienen. Al hun heerlijkheid is weg, beeld van de vergankelijkheid, zooals deze op alles wat van beneden is haar onuitwischbaar stempel heeft gedrukt. Alleen de wilde wingerd vertoont nog de prachtige purperkleur in zijn rijken bladerdos, waar de spin overvloedig gelegenheid heeft haar net te weven, om de argeloos dansende mugjes te vangen.
Op de velden zijn de laatste vruchten gerispt. Reeds wordt hier en daar de ploeg schaar door het land getrokken, ten einde den akker gereed te maken voor een volgend voorjaar, of is men druk bezig het nagras te maaien, om het dan in de nabijheid van de hofstede te kuilen. Het meeste melkvee is al op stal; alleen het jongvee loopt nog op het mooie weer, zooals de boer zegt. Zoodra de regentijd komt, gaat ook dit naar binnen, omdat het anders te veel verliest en het land wordt stuk getrapt. Een overvloedige oogst heeft de schuren tot den nok gevuld en wat nog aan hooi tekort schiet, kan met krachtvoer worden aangevuld.
Op „de Eendenkooi" heerscht dezen morgen een bijzondere rust. Een paar arbeiders zijn bezig de sloten van kroos en wier te reinigen, terwijl de knechten met graszoden en puin de verschillende dammen herstellen. Bezijden het huis is Jap druk in de weer de glazen te wasschen. Met een spons en zeemleer staat zij hoog op de trap en zingt onder haar werk een lustig lied. Blijkbaar is zij als gewoonlijk in een zeer opgewekte stemming. Hoewel zij alle aandacht bij haar arbeid heeft, zoodat elke handgreep eene daad is, verhindert dit haar niet met een glasheldere stem uit volle borst een dier Friesche liederen te zingen, welke naar 't schijnt bij haar familie zeer geliefd zijn.
Of dat nu komt door de taal, of omdat de woorden zoo juist weergeven wat er in haar hart omgaat, in ieder geval ligt er gloed in haar zang, als zij zonder op haar omgeving te letten vroolijk uitjubelt :
Ik tink oan dy, hoe fier fen dy fen dinne My 't lot ek fiert: Dou bliuwst my by, Tjochst roun — om mei mij hinne Hwêr 'k swallcje op ierd. Ik tink oan dy, by 't frjeun-lik sinne-gloeijen, Oer 't speeglich wiet. As oer de mar De moannestrielen djoeje 'k Sjong dy myn liet. As 't wyn-tje waait, f iel ik myn skat, dyn amme.
Sa gol en myld ; En eltse blom Boekstavert my dyn amme, Teant my dyn byld. amme, As 'k weitsje of sliep, dyn byld stiet foar myn eagen
Ik tink oan dy. By sinneskyn, Yn stoarm en touwer-fleagen Dou bliuwst my by !
Voor het raam zit Anneke te naaien; de machine staat voor haar op tafel. Naast haar liggen verschillende kleedingstukken, allen wachtend op haar vaardige hand, om de gebreken er van te herstellen. Op het oogenblik is zij met een boeseroen voor Brandsma bezig. Onwillekeurig werpt zij een blik naar buiten, om Jap toe te lachen als deze den laatsten regel heeft uitgezongen.
Anneke weet wel wat er in het hart van Jap omgaat als zij zoo zingt. In den laatsten tijd zijn de beide vriendinnen inniger dan ooit aan elkaar verbonden geworden en hebben hun hartsgeheimen aan elkander toevertrouwd. Meermalen hebben zij samen zeer ernstig gesproken over wat voor jonge meisjes in 't bijzonder een onderwerp van het hoogste belang is. Anneke heeft Jap verteld hoe Jouke na die nachtelijke vechtpartij gelukkig langzamerhand herstellende is, zoodat hij reeds een deel van den dag mag op wezen, en hoe zij eens een boodschap van hem gehad heeft, dat hij haar gaarne spreken wilde. Toen is zij met een bezwaard hart naar het huis zijner ouders gegaan, en heeft vervolgens een lang gesprek met hem alleen gehad.
't Was heel anders geloopen dan zij gedacht had. Met moeite had zij haar ontroering kunnen verbergen toen zij zag hoe hij geleden had en zijn kracht gebroken was. Hoe bleek lag hij daar en hoe zwak was zijn stem. Het eerste wat hij gevraagd had, na bekomen te zijn van de ontroering welke ook hem had aangegrepen, was, of zij het hem vergeven kon, dat hij haar zulk een leed had aangedaan. Daarop had hij alles verteld. Hoe hij juist om haar te grieven getracht had die verkeering met Koba aan te knoopen en toen dat mislukte, met opzet drank gebruikt had om zoo moed te krijgen voor het schandaal, door hem aangericht, 't Was er hem alleen maar om te doen geweest haar den indruk te geven, dat hij het buiten haar wel stellen kon. Toen hij na het vele bloedverlies en de daarop gevolgde flauwte langzamerhand het bewustzijn had terug ontvangen, was het tevens tot hem doorgedrongen, dat zijn leven als aan 'n zijden draad hing. Een hevige angst had zich van hem meester gemaakt, vooral bij de gedachte aan het naderend Godsgericht. Toen had hij al maar gebeden of hij wel beter worden mocht, om niet zoo onvoorbereid de eeuwigheid in te gaan, omdat hij wel wist, dat hij dan verloren was. Boven verwachting, zelfs van dr. Hannesma, die anders niet gewoon is zijn patiënten spoedig op te geven, was de gevaarlijke wonde, welke geen al te hooge koortsen met zich bracht, weldra beginnen te genezen.
D'r Is hier een wonder gebeurd, jonge man, heeft hij gezegd, maar zorg er voor dat je niet weer zulke dingen uithaald want dan geef ik geen duit meer voor je leven. En van de drankflesch zou ik maar voor altijd afscheid nemen, als je ten minste nog graag een poosje op dit beneden rond wilt blijven. Dat goed past jou heel maal niet; je word er gek van.
Nu, dat behoefde dokter hem geen twee keer te zeggen. Als het maar weer zoover met hem komen mocht, dat de hoop op beterschap hem tevens nieuwe levenskracht gaf, dan zou hij reeds de wereld te ril zijn.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 december 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's