MEDITATIE
„Want Hij komt". Psalm 98 vers 9b.
HIJ KOMT!
Christus' Kerk gaat wederom haar Kerstfeest tegen, den dag der gedachtenis van de Vleeschwording des Woords, den dag van goede boodschap en groote blijdschap.
Machtig feit voorwaar in de geschiedenis der wereld, telken jare door de Kerke Gods herdacht, het feit van de geboorte des Heilands, dat daar voor ons staat als de zielverrukkende daad des Heeren, de liefdedaad van Hem, Die gedachten des vredes koesterde over Zijn diepgevallen Kerk en Die Zijn strijdend volk op aarde in de herdenking van de geboorte des Zaligmakers verkwikken en bemoedigen.
Van dat zalige feit spreekt ons ook het tekstwoord, dat hierboven staat : „Want Hij komt!"
Die komst van Christus in het vleesch was noodzakelijk, zou een schuldig schepsel weer met een heilig God verzoend worden.
Om Zijn volk, hetwelk Hem van eeuwigheid gegeven was, te redden, moest de Heere Jezus Christus zich met hen vereenigen ; hunner één worden ; in alles gelijk, uitgenomen de zonde.
Hij moest indalen in hun ellende ; daarom moest Hij komen in hun natuur, in hun vleesch en bloed. Dat vorderde het onkreukbare recht Gods. En dat recht had Hij lief.
Sprak Hij Zelf niet in de dagen van ouds:
„Ik draag Uw heil'ge Wet, Die Gij den sterveling zet, In 't binnenst ingewand". En om nu in de plaats der Zijnen aan dat recht Gods te kunnen voldoen, om heel hun schuld op zich te nemen en hun straf te dragen ; om tot hun redding alles te kunnen doen, wat er gedaan moest worden, en dan alles te kunnen lijden, wat er geleden moest worden, moest Hij denzelfden weg der donkerheden en der verborgenheden in den schoot der vrouwe doorgaan. Om Zijn volk te zoeken in hun vleesch, moest Hij zelf in dat vleesch komen en wel daar, waarin het zijn aanvang heeft: in ontvangenis en geboorte.
Zie, Gods kind belijdt bij Geesteslicht in allen ootmoed, wanneer hij zijn weg terug beziet, dat hij reeds schuldig lag voor God en mitsdien verdoemelijk, niet slechts bij den aanvang van zijn bewustzijn, bij het begin, toen hij geboren werd, maar hij gaat nog dieper terug. „In zonde heeft mij mijne moeder ontvangen".
Daar, bij zijn oorsprong, toen hij in den schoot zijner moeder gedragen, ja, onder Gods souvereine beschikking, in dien schoot ontvangen werd, daar lag hij al verwerpelijk voor God. Daar was hij reeds een onreine. Daarom moest Christus komen in ons vleesch, opdat, zooals de Catechismus zegt, opdat Hij met Zijn onschuld en volkomen heiligheid mijne zonde, waarin ik ontvangen en geboren ben, voor Gods aangezicht zou bedekken.
Mijn lezer en lezeres, is Christus reeds tot u gekomen ?
Zie, van Zijn oude volk staat geschreven : „Hij is gekomen tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen". Christus werd verworpen.
Helaas ! zoo doen er nog velen, uitroepend met woord en daad: „Wij willen niet, dat Deze over ons koning zij !"
En toch, ook tot dezulken zal Hij komen — maar tot dezen zal Hij komen met het zwaard Zijns monds ! Over de heidenen zal Hij heerschen met de roede !
Straks, in den grooten oordeelsdag, als wij staan voor den grooten witten troon, zal van de lippen van Christus het alle onbekeerden tegenklinken : „Dewijl Ik geroepen heb en gij geweigerd hebt; Mijne hand uitgestrekt heb en gij niet opmerktet; en gij al Mijn raad verworpen en Mijne bestraffing niet gewild hebt; zoo zal ten, nu uw vreeze komt".
Vreeselijk zal het zijn, naar heilig recht verwezen te worden naar de buitenste duisternis, waar nooit meer een lichtstraal van genade en ontferming zal kunnen binnendringen.
Onvernieuwden van hart, dat ge eens beven mocht, sidderen bij de gedachte, dat dit jammerlijk uw deel zou zijn !
Val God te voet, nu de deur der genade nog openstaat.
Bid God, dat Hij u zóó stelle in het licht van Zijn heiligheid en rechtvaardigheid, dat gij uw jammerlijke gestalte moogt zien ; dat de laatste zelfverdediging u besterft op de lippen en ge Christus noodig leert krijgen tot uw eeuwig behoud. Dan zult gij ervaren, dat er bij den Man Jezus goedertierenheid is en veel vergeving.
Het Kind in de kribbe spreekt: „die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen !"
Strekke dat u tot bemoediging en verkwikking, u, die bekend gemaakt zijt met uw verlorenheid, die God mist voor uw hart; bij wie de schuld drukt, de hel dreigt, de Satan hoont en wiens consciëntie slaat.
Daar moeten dikwerf heel wat zielsworstelingen worden doorgemaakt, veel strijd gestreden, allerlei twijfelingen en schuddingen worden doorleefd, voordat Christus zich in Zijne vertroostende genade aan de ziel openbaart.
Nochtans, zoekende ziel, weenende zondares, zuchtende Heman, Hij laat niet varen, wat Zijn hand begon. Op Zijn tijd en op Zijn wijze schenkt die dierbare Borg zich weg aan het naar Hem dorstend harte en doet het de zaligheid genieten, die Hij voor al de Zijnen verworven heeft.
Op Zijn tijd geeft Hij genade en geloofskracht om Hem, den zielebruidegom, te omhelzen en zich in Hem te beroemen !
Ten slotte dit: Hij, die eenmaal kwam, zichzelf vernederende, gehoorzaam geworden tot den dood, ja, den dood des kruises, zal andermaal komen met de wolken, door God uitermate verhoogd.
Dan zal Hij komen om verheerlijkt te worden in Zijn heiligen en wonderbaar in allen, die gelooven.
Dan zal Hij, de Koning der heerlijkheid, Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijne uitverkorenen bijeenvergaderen.
Wat een hemel-zalige ontmoeting zal dat zijn, als de Bruidegom zal roepen : „Zie, hier ben Ik, waar is Mijn bruid !" En als gij, kinderen Gods, Hem dan tegemoet zult snellen met de Hosanna's des geloofs en der hoop en der liefde op de lippen.
Dan zal uw geloof verwisseld worden in aanschouwen.
Weest dan getrouw tot den dood, en Hij zal u geven de kroon des levens !
Ouddorp (Z.-H.)
H. H. VAN AMEIDE.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 december 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's