De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

JONKER VAN STERRENBURGH

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JONKER VAN STERRENBURGH

Een verhaal uit het Friesche volksleven

6 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok te Kampen
Bij het hooren dezer bizonderheden toont Anneke eensklaps alle aandacht. Een lichte blos kleurt haar wang, omdat onwillekeurig het verhaal van Marijke haar te binnen komt van een voormalige keukenmeid, die met haar op „Grovestins" diende. Op eens herinnert zij zich hoe haar oude vriendin vertelde, dat zoowel Ali als het kind, 't welk zij gekregen had, nog leefden en zij van dit laatste nog goede verwachtingen had. Evenwel herinnerde zij zich nu ook hoe Marijke aanstonds aan een ander onderwerp was begonnen, toen hun gesprek zóó ver gevorderd was, alsof het haar speet dit alles te hebben meegedeeld. Zou het zoo eens kunnen zijn, dat de smidsknecht de zoon van dien Duitscher was, en zou Jap dan misschien de vrouw worden van een man, uit zulk een huwelijk geboren ?
Blijkbaar maakt deze medeeling meer indruk op Anneke, dan zij wel weten wil, wat ook de boerin niet ontgaat. Een oogenblik staat zelfs de naaimachine stil en schijnt zij in gedachten verzonken. Want hoewel zij weet, dat een kind niet aansprakelijk gesteld kan worden voor de misstappen zijner ouders, zoo is het toch óók waar dat de appel vaak niet ver van den boom valt en huivert zij bij de gedachte, dat haar vriendin, die zulk een goednemend hart heeft, aan zulk een man zou verbonden worden. Als hij dan later ook eens de eigenschappen van zijn vader bleek te bezitten ? Zou Jap dat alles wel weten en is het haar plicht anders niet in vertrouwen met haar hierover te spreken ? Nu begrijpt zij dat losse in zijn manieren, en dat hij over heel veel dingen anders spreekt en denkt dan de andere menschen in Kleiterp. Hij is geen Fries. Hij is niet eens een Hollander. Hij is een vreemdeling, met wien op den duur vast niet zal zijn om te gaan, allerminst door Jap, die o zoo flink is voor elk die open en rond jegens haar is, maar met wie ook absoluut geen land te bezeilen zal zijn, wanneer het blijken mocht, dat men haar bedrogen had, of van haar vertrouwen misbruik maakte.
Al deze dingen gaan door het hoofd van Anneke, als zij met een speld zit te peuteren, om een lus uit het naaigaren te halen.
„Wat zou de vrouw denken, dat er gebeuren moest ? " vraagt zij na eenig stilzwijgen.
„Als jou er eens met Jap over ging spreken. Jonge meisjes vertellen elkander nogal eens hun geheimen, en allicht luistert zij op dit punt beter naar iemand van haar leeftijd dan naar ons. Want de boer zegt en het is waar, dat wat zij zich eenmaal in haar hoofd gezet heeft, dat moet gebeuren. In dit opzicht lijkt zij op haar moeder. In elk geval begrijpt zij dat, als jou met haar hierover gaat spreken, er geen enkele nevenbedoeling in het spel is. Je kan haar wijzen op de groote gevolgen, die haar omgang met zulk een man kan hebben".
„'t Is zulk een teere zaak, vrouw".
„Teer is zij, maar ook van groot belang, en het zou mij zoo spijten als het kind later ongelukkig werd".
„'k Zal er eens over nadenken".
„Hoe gaat het met Jouke, Anneke ? "
„Langzaam vooruit, vrouw".
„En hebben jullie nu ook verkeering ? "
„Wel neen", zegt Anneke, en dan begint uit alle macht de machine te draaien, als wilde zij hierdoor te kennen geven, dat zij over dit onderwerp liever niet spreekt.
Maar een Friesche boerin is nu eenmaal niet iemand, die zich zoo maar aanstonds van haar stuk laat brengen. Vooral niet, wanneer 't de bizonderheden van iemands leven betreft. Bovendien heeft vrouw Brandsma graag dat, wanneer die naaister in huis is, er ook iets verteld wordt. Meermalen heeft zij op haar beurt aan Anneke wel eens iets in vertrouwen meegedeeld, wat niet voor andere ooren bestemd was, doch verwacht nu ook van haar kant eenige openhartigheid. Vandaar dat het haar maar matig bevalt, dat haar naaister opeens zoo gesloten schijnt.
„Hij is anders geheel veranderd, niet. Anneke ? "
„Ik hoop het, vrouw".
„Maar je bent er dan toch geweest, niet? " Ja ,
„Zou hij gauw weer beter zijn ? "
„'t Zal nog wel een poosje duren, denk ik; de wonde was zoo diep".
„'t Zou een zegen voor hem zijn. Anneke, als hij door deze gebeurtenis werkelijk tot inkeer kwam".
„Ja, vrouw". „Heb je dan dien indruk niet van hem gekregen. Anneke ? "
„Dat zeg ik niet, maar wij kunnen niet in elkanders hart lezen".
„Daarom dacht ik, dat het nu met jullie vóór elkaar was", gaat vrouw Brandsma voort, die blijkbaar geen plan heeft eerder haar onderzoek te staken, voor zij precies weet hoe de vork in den steel zit.
Opeens echter wordt het gesprek gestoord en Anneke daarmede uit de moeilijkheid gered, doordat Jap plotseling aan het raam tikt en met een hoogroode kleur roept: „de Jonker !" Het volgend oogenblik komt deze om den hoek van de schuur en staat hij vlak voor Jap.
„Morgen, meisje".
„Morgen, mijnheer", zegt Jap, terwijl zij in alle haast de haren, die door het telkens voorover bukken zijn losgeraakt, opsteekt.
„Was jij daar juist zoo vroolijk aan het zingen ? " vervolgt de Jonker, haar van top tot teen opnemend. '
„Ja, mijnheer", is het eenigszins verlegen antwoord. „Kom, daar houd ik van ; 't werken valt dan des te gemakkelijker, vind je niet ? "
„Ja mijnheer",
„Of zing je misschien altyd ? "
„Neen, mijnheer, altijd niet". „Wanneer dan niet? "
„Och, dat weet ik zoo niet, mijnheer, een mensch is niet altijd precies dezelfde". „Daar heb je gelijk aan, maar je lijkt mij anders nog al vroolijk toe". „Gelukkig al, mijnheer". In een enkele minuut heeft dit tooneeltje zich afgespeeld, waarna door Jap handig een dweil van het emmerrek wordt genomen en aan het einde van het blank geschrobde straatje neergelegd, om den bezoeker aldus een zachten wenk te geven dat de schoenen dienen afgeveegd, voor er naar binnen wordt gegaan. 't Valt den Jonker op, hoeveel trekken van overeenkomst er bestaan tusschen dit eenvoudige landmeisje en zijn nieuwen koetsier. Dat zelfde open oog en diezelfde bescheidenheid in heel haar optreden, maar tevens ook diezelfde beslistheid. Daar houd! hij van. (Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

JONKER VAN STERRENBURGH

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1932

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's