GRAS
Ik, dun en spichtig sprietje gras, zoo nietig en zoo kleene, ik ben het luttel plekje aard, de lucht en 't zonnelicht niet waard en missen doet mij geene.
De wind veracht mijn zwakke steel en doet me buigend klagen : Ik draag geen kleurenrijke blom, geen bijtje ziet er naar mij om, wie zou nog naar mij vragen ?
Uit: „Ritselingen".
H. W. AALDERS.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 december 1932
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's