IK HEB LIEF...
(Psalm 116 vers la).
Ik heb Hem lief, Die mij zag ommedwalen in 's levens woestenijen, dor en naakt;
Die van den doolweg mij wou wederhalen, van uur tot uur mij moederteer bewaakt.
Ik heb Hem lief. Die mij Zich openbaarde, toen zondelast mij diep ternederboog, toen 'k troost'loos omzwierf op deez' eenzaam' aarde, nadat een wufte wereld mij bedroog.
Ik heb Hem lief, Die mij de hand wou reiken, toen al wat 'k eenmaal minde, mij ontviel. Die me ondersteunde, toen ik zou bezwijken, en zorgvol waakte voor mijn arme ziel.
Ik heb Hem lief, Hem lief met ziel en zinnen. Die uit den afgrond mij heeft opgehaald. Ik heb Hem lief, en zal Hem eeuwig minnen. Die al mijn zware schulden heeft betaald.
Ik heb Hem lief. Die eens de zaal'ge sferen van glans en hemelheerlijkheid verliet, om hier als mensch op aarde te verkeeren : o Liefde Gods, Uw wonder peil ik niet.
Ik heb Hem lief. Die eenmaal zwaar beladen - den weg der smarten ging, veracht, bespot. Wiens veege lippen om vergeving baden voor wie Hem kruisigden, tot Zynen God.
Ik heb Hem lief, Die aan het vloekhout klaagde : „Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij ? " — Doch op Wiens droeve klacht geen hulpe daagde ; - opdat Hij mij van d' eeuw'ge straf bevrij'!
Ik heb Hem lief, Die thans, Sions Koning, in heerlijkheid zit aan Gods rechterhand, mij plaats bereidend in Zijns Vaders woning. Wiens hart in eeuw'ge liefde tot mij brandt.
Ik heb Hem lief en zal Hem eeuwig loven, Die naam'loos teeder op mij nederzag. Ik meld Zijn liefd' op aard, en eens hier boven; 'k verlang, 'k verlang naar d' eeuw'ge vreugdedag.
Ik heb Hem lief, en zal verheugd Hem wijden wat Zijn volzoete gunst m' in liefde schonk. Ik heb Hem lief en zal m' in Hem verblijden, Wiens oog in vaderlijk ontfermen blonk.
Ik heb Hem lief en zal Zijn lof verbreiden, Ik heb Hem lief en prijs Zijn grooten naam. 'k Mocht aan Zijn schoone dienst mij eeuwig wijden ; Maak Gij, m' o Geest, tot Zijnen lof bekwaam !..........
O, hebt Hem lief, gij allen : grooten, kleenen, verheft den zoeten Jezus-Naam alom ! Dat we allen ons tot Zijnen lof vereenen, tot eeüs de zang der wereld gansch verstomm'.
O hebt Hem lief, gij volken, al te zamen ! Verhoogt Zijn naam, gij allen, klein en groot. Gansch 't eng'lenheir heft op Uw lofzang 't Amen, want Zijne liefde is onuitspreek'lijk groot.
Lunteren,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 januari 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's