De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

8 minuten leestijd

't Is geen klein verschil, of ge met uw tweeën aan tafel zit, of dat uw huisgezin bestaat uit vier-of vijfmaal ditzelfde getal. Ook is het lang niet hetzelfde of de kinderen klein zijn of groot. Niet alleen de plaats, die zij innemen, maar ook de meerdere kosten, welke de volwassen leeftijd vanzelf medebrengt. Schoolgelden en wat er verder volgt. Een broertje of een zusje, die gekleed moeten worden, brengt niet half die kosten mee, welke gevorderd worden door jongens en meisjes, die vader en moeder boven 't hoofd zijn gegroeid.
Een buitenstaander, d. w. z. die dit zelf niet heeft meegemaakt, weet er eenvoudig niets van. Ervaring geldt ook hier als de beste leermeester.
Met de kinderen zelve deze dingen te bespreken, zal ik niemand aanraden. De bate hiervan zal al uiterst gering blijken te zijn. Vader en moeder hebben deze zorg gelijkelijk te deelen. Gelijkelijk, dat wil zeggen : ieder op zijn eigen wijze. Vader spant zich in, zooveel hij kan, om de inkomsten — natuurlijk op een wijze, die van alle kanten verdedigd kan worden — zoo groot mogelijk te maken. Moederlijke zorg wijst in een andere richting. Ook zij zal haar best doen iets te verdienen. Doch op een andere manier. Haar oogen hebben al heel spoedig uitgevonden, waar het beste en het voordeeligste haar inkoopen kunnen worden gedaan. Zij zint en peinst op welke manier kan worden bezuinigd. Zou dit jasje hem niet passen, dat voor den ouderen broer te klein is geworden ? En zou voor zusje die mantel niet uitermate zich leenen ?
Zoo zijn telkenmale de stille overleggingen. Waar deze beide raderen niet in elkander grijpen, waar vader en moeder geen verleg plegen, loopt de huishouding o zoo gemakkelijk in de war. 't Is dan ook geen klein onderscheid dat ge kunt opmerken tusschen het eene gezin en het andere. Ik kom nogal eens zoo hier en daar en heb, zooals de volksmond zegt, mijn oogen niet in den zak, ik zie best wat er in de wereld onzer dagen te koop is ; maar ik moet u zeggen : 't loopt vaak hemelsbreed uit elkander. Hetzelfde inkomen, ongeveer dezelfde soort menschen, de zelfde leeftijd, en toch, waarmede de een er komt, heeft de ander altijd tekort.
Weet ge waar de oorzaak zit ? Of er een vrouw aan het roer staat, die van zessen klaar is, die nuchter de dingen beziet. De Schrift geeft van deze soort vrouwen ook zulk een heerlijk getuigenis. Hare waardij gaat de robijnen te boven.
Natuurlijk kan het eerste niet ontbreken, d.i. vader moet in staat zijn het noodige te verschaffen. Immers hier geldt: waar niet inkomt, kan ook niets worden uitgegeven.
Dit is nu het moeilijke in onzen tijd. Als vader moeders oog moet ontwijken en hij haar zorgvolle plooi in het voorhoofd veinst niet te zien. Dat is een leed, onbeschrijflijk groot. Ieder, die dit niet kent, mag er God voor danken. Als vader het dagelijksch brood mag verdienen en moeder in gezondheid de zorg van het gezin op zich mag nemen, is een schat, waarvan de waarde niet onder woorden is te brengen. Meer behoeft ook niet te worden gevraagd. Of het daarom niet wordt gedaan en is gedaan, is een andere zaak. 'k Geloof niet, dat ik mij ver van de waarheid zal bevinden, wanneer ik zeg, dat dit een der oorzaken is van de groote ellende onzer dagen. Iedereen heeft meer willen zijn, hooger willen klimmen dan hij kon. De volken gingen hiermee in hun geheel voor. De regeeringen lieten zich lasten opleggen — en wilden dit zelf ook niet anders — ongelimiteerd hoog. Men laadde maar op, vooruit maar, morgen of wellicht later kon wat men nu aanschafte, wel worden betaald. En te laat werd de dwaasheid dezer handelingen gezien. Neen, nuchterheid is ten allen tijde geboden. Wie hiertegen zondigt, staat straks ook voor de gevolgen.
Nu is het evenwel niet heelemaal onmogelijk, dat een enkele lezer zichzelven de vraag al heeft voorgelegd : wat wil de Penningmeester met deze beschouwingen over het gezinsleven en over de uitgaven en inkomsten van grootere complexen als Staat en Maatschappij, toch zeggen ? Hij praat zoó maar niet. Hij zal wel met dit alles zijn bedoelingen hebben.
Natuurlijk. Ik wou u dit zeggen : mijn inkomsten en uitgaven moeten ook zoo ongeveer elkander dekken. Ik voel me vader en moeder tegelijk. 'kZou toch zoo graag een klein beetje, een heel klein beetje meer inkomen hebben. En waarom, denkt ge ? Om de doodeenvoudige reden, dat ik een heel, heel groot gezin heb. En daarbij moet worden opgemerkt, dat er heel wat groote jongens onder zitten, die met zoo'n klein beetje niet toe kunnen.
't Kwam den laatsten tijd voor, dat ik een verkeerden kant moest uitzien, dat ik net deed alsof ik niets gehoord had, terwijl ik duidelijker dan ooit voelde : hier mag ik de hand niet gesloten houden. Waarom deedt ge 't dan niet, vraagt ge ? Mag ik het zeggen ?
Omdat degene, dien het in dezen aangaat, zou gemerkt hebben dat ik er niet genoeg meer in had.
Een vader, die niet meer heeft, en een moeder, die toch vraagt, vragen moet, levert den pijnlijksten aanblik, dien ge u kunt denken.
Waar nu onze gewone collecten, voor allerlei doeleinden, voor een deel achter den rug zijn, vraag ik : zoudt ge nu niet eens aan mij willen denken ? 't Gaat om predikers te vormen voor het ambt in onze Kerk. Om de aloude Gereformeerde Waarheid te zien voordragen door daartoe van God aangewezen mannen.
Niets anders wordt beoogd, dan langs wettige wegen aan herstel van de oude veste onze zwakke krachten, te wijden.
Mag ik op spoedige hulp, door middel voornamelijk van een flinke collecte, rekenen ?
't Behoeft er niet apart nog bij gezegd : ook de allerkleinste gift is me uitermate welkom.
Uit de verantwoording ook van deze week zult ge zelf de gevolgtrekking kunnen maken, dat wat opgemerkt werd in het voorafgaande, niets gezochts in heeft.
Onze beide fondsen vragen om een krachtigen steun.
Ons lijstje van inkomsten geeft de volgende posten aan :
1. Van de familie W. te Utrecht kreeg ik nog een Kerstgave : een rijksdaalder met drie guldens ƒ 5.50 Voor dit blijk van medeleven was ik hoogst gevoelig, 't Was de eerste keer niet ; ik verwacht, dat het ook niet de laatste keer zijn zal.
2. Van de fam. B. te Utrecht ƒ 2.50
3. Van N.N. te Utrecht de maandelijksche gift van ƒ 2.50
4. Tegelijk met het abonnementsgeld voor De Waarheidsvriend zond S. Tulp, van Rotterdam, voor het Studiefonds ƒ 0.50
5. Door ds. Bartlema te Zeist enkele giften, n.l. van H. P. f2.50 en van N.N. de helft van f 2.50. Samen ƒ 3.75
6. Door een der collega's werd mij van een tweetal spreekbeurten het honorarium gerestitueerd van 20 gulden ƒ 20.— Dit wordt door mij op hoogen prijs gesteld. Ik ben er echt blij mee.
7. Uit den collectezak van Tietjerk zond ds. Terlouw mij 2 gld. ƒ 2.—
8. De heer P. van Beek te Slikkerveer heeft van busje no. 206 mij den inhoud toegezonden, 't Bedroeg de prachtsom van ƒ 10.75
9. De Kerkeraad van Oosterbeek had in de collecte 1 gld. gevonden ƒ 1.— Wij zijn ook dankbaar voor deze gift.
10. Op Nieuwjaarsdag gaf een zuster der gemeente van Ouderkerk a. d. IJssel ons een gift van ƒ 1.25
11. De heer v. G. te Bilthoven zond me de contributie van ƒ 2.—
12. Het busje van den heer C. Bardelmeijer te Zegveld, no. 20, bracht op ƒ 2.85
13. Uit den collectezak op Oudejaarsavond van De Bilt kwam een gift voor het Studiefonds van ƒ 5.—
14. Door ds. Timmer werd me toegezonden een gift uit de collecte van Voorthuizen van ƒ 2.50
15. Ds. Westra Hoekzema, van Mijnsheerenland, zond mij toe een gift van f2.50 voor de beide fondsen, gevonden in zijn brievenbus. Dit was een deel van een gift, waaronder als bijschrift was geplaatst: „niet werkloos in 32" „geen dokter over den vloer" „genade" ƒ 2.50 Zulk een onderschrift teekent een dankbaar hart.
16. Ds. Vroegindeweij te Zegveld stelde mij uit zijn catechisatiebus ter hand voor het Studiefonds ƒ 5.—
17. Door ds. Van Dorp te 's-Hage: van N. N. 1 gld. voor de fondsen ; van N.N. 1 gld. voor den Gereform. Bond ƒ 2.—
18. Van R. L. te Meppel voor het Studiefonds ƒ 2.50
19. Door den heer M. Verhelst te Zaamslag van N.N. 5 gld. voor het Studiefonds, 2.50 gld. voor het Leerstoelfonds en 2.50 gld. voor de Evangelisatie-Commissie ƒ 10.—
't Laatste zal ik overmaken aan ds. Luteijn te Onstwedde. Met uw onderschrift ga ik geheel accoord. De uitzending van prediking door Gereformeerde predikanten uit onzen kring is in den laatsten tijd heel karig.
20. Uit Vlissingen werd mij met een allerhartelijkst schrijven toegezonden 25 gld. ƒ25.-
De vrienden aldaar zullen zich met mij ten zeerste verblijden in dezen zeer gewaardeerden steun. Dit doet den burger goed.
21. Contributie van de afd. Rijswijk ƒ 16.50
22. Ds. Heijer te Vlaardingen zond mij een gift, door hem ontvangen bij gelegenheid van zijn 40-jarig ambtsjubileum, van ƒ 0.50
Wij verblijden ons met de velen, die in deze dagen met hem hebben meegeleefd, en hopen, dat de Heere hem nog tal van jaren met Zijne bijzondere genade nabij zij.
23. De heer v. K. te Hilversum stelde me 2.50 gld. ter hand. ƒ 2.50 Waarvoor ik mijn warmen dank betuig.
21. Evenzoo zij ook den heer v. A. te Utrecht dank gezegd voor zijn Nieuwjaarsgave voor het Studiefonds ƒ 2.50 Thans ben ik er. Tezamen geteld is het
ƒ 131.--
Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 januari 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's