STAAT EN MAATSCHAPPIJ
SCHANDELIJKE VERTOONING.
Eenige weken geleden zijn in het welbekende gebouw de R.A.I., te Amsterdam, alwaar de jaarlijkse automobieltentoonstelling plaats heeft, zesdaagsche wielerwedstrijden gehouden, die naar de bladen bij die gelegenheid berichtten, een financieel succes zijn geweest. De opbrengst, zoo werd medegedeeld, was aanmerkelijk hooger dan de kosten, zoodat er alle reden is, aldus de courantenberichten, dat de Amsterdamsche Zesdaagsche in het volgend jaar herhaald zal worden.
Wanneer men van wat de pers over de wedstrijden heeft vermeld, kennis neemt, dan moet het verbazen, dat, terwijl de crisis nog steeds blijft aanhouden en hare slachtoffers in Amsterdam bij duizenden telt, de depressie de bedrijven aan den rand van den afgrond brengt, de werkloosheid tot een ongekende hoogte is geklommen en de hoofdstad des lands onder de financieele zorgen gebukt gaat, er nog een breede schare onder de burgerij gevonden werd, die zich van den nood der tijden niets aantrekt en handen vol geld uitgaf om van een ijdel vermaak te profiteeren.
Het is toch bekend, dat de entreé's tot de wedstrijden tegen fabelachtige prijzen werden verkocht.
Doch hier spreekt dan nog alleen maar een ontstellende geldverkwisting en een zeldzame zorgeloosheid.
Hoort men echter, hoe het op die wedstrijden zélf is toegegaan, dan vraagt men zich af, of de geestvermogens van de duizenden, die de wedstrijden bezochten, nog wel normaal waren.
Wat zich in het R.A.I.-gebouw te Amsterdam afspeelde, heeft het algemeen bestuur van de Tucht-Unie aanleiding gegeven zich met een manifest tot het Nederlandsche volk te richten.
De Tucht-Unie stelt in dit stuk de vraag aan het Nederlandsche volk: „Hebt gij waargenomen of gelezen, hoe het publiek zich gedroeg bij zijn pogingen om het R.A.I.-gebouw binnen te komen, hoe het zich in het gebouw gedroeg ? "
En dan geeft de Unie op deze vraag dit antwoord :
Deze joelende, krijschende, fluitende, brullende massa, op alle rangen door denzelfden hartstocht, die de renners, als wilde dieren in de arena, met alle denkbare middelen tracht op te zweepen tot grooter prestatie, die de toeschouwers, welke hun ook maar een oogenblik het gezicht op de baan belemmeren, bekogelt met vruchtenschillen, eindjes sigaar, aschbakjes, kussens en wat niet al, deze tuchtlooze massa, Nederlanders, zijt Gij !
Noemt Gij dit „sport" ? Is dit het resultaat van onze eeuwenoude ontwikkeling en beschaving ?
Meent Gij dat de ouders, die nacht aan nacht doorbrengen bij dit schouwspel, één met de onbeheerschte massa, daarmede aan hunne kinderen een voorbeeld geven van-.zelftucht ? - Waar blijft de tucht in zulke gezinnen ?
Het manifest van de Tucht-Unie laat dan op deze vraag een andere vraag volgen :
Een vraag aan U, Nederlanders !
Moet dit schouwspel zich straks in Nederland herhalen ?
Moet de verwording van de sport, de ontaarding van onze steden en de ondermijning van de tucht in ons volk steeds grooter worden ?
Of wilt Gij met de Tucht-Unie den strijd tegen dit alles aanbinden ?
Wij behoeven, aan hetgeen wij uit het manifest lieten afdrukken, niets toe te voegen.
Wat in Amsterdam tijdens den wedstrijd plaats had, was ergerlijk. Ja, was schandelijk.
Ook wij stellen de vraag, na wat de pers berichtte, dat de Amsterdamsche Zesdaagsche in het volgend jaar met het oog op de rijke winsten zal herhaald worden: Moet dit stuk straks In Nederland nogmaals vertoond worden ?
VERWORDING.
Over hetzelfde onderwerp, als waarover wij hierboven schreven, komt ook in „D e Standaard" een driestar voor onder 't opschrift „Verwording".
De redactie van het blad schrijft:
Wat zich te Amsterdam in het R.A.I.gebouw de vorige week heeft afgespeeld, is typeerend voor den geest van onzen tijd.
Tot aan den nok was 't gebouw avond aan avond gevuld en ook al 's middags kwamen de duizenden bijeen.
Hooge prijzen werden door de van heinde en ver toegestroomden betaald om getuige te zijn van het wonder spectakel, dat een aantal renners zes dagen en zes nachten achtereen elkaar in moordende snelheid zochten te overtreffen.
Belangrijke bedragen aan geld werden bovendien nog door toeschouwers uitgeloofd om de hartstochten feller te prikkelen.
Onder die premies trok er één bijzondere aandacht.
De „Nieuwe Rotterdamsche Courant" verhaalt: „Een groep werkloozen, die gistermiddag tot de tribunes werd toegelaten, heeft een premie van ƒ 16.80 uitgeloofd. De winnaar weigerde den prijs persoonlijk op te strijken en stelde het bedrag voor een liefdadig doel beschikbaar".
Kan de economische en zedelijke verwording van onzen tijd wel treffender geteekend worden dan door deze geste ?
Aan dit „S t a n d a a r d"-artikel hebben wij, na hetgeen wij reeds over het gebeurde te Amsterdam opmerkten, niets meer toe te voegen.
De vraag, waarmede de redactie eindigt, is geheel ter zake.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's