De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

Postgiro 138421.

7 minuten leestijd

Dezer dagen — wellicht vindt ge het ook wel in een der eerstverschynende nummers van De Waarheidsvriend — stond in de pers een overzicht van het beroepingswerk in onze gemeenten.
„Onze", zeggen we, en dat hier byna uitsluitend over onze Gereformeerde gemeenten wordt gehandeld, bewyzen de namen èn van de predikanten èn van de plaatsen, hier genoemd.
't Zegt niet weinig, wanneer zoo goed als elken Zondag hoorders zich bevinden onder de kerkgangers. Onder „hoorders" verstaan wy n.l. kerkeraden, die uit luisteren gaan om straks weer een beroep uit te kunnen brengen, 't Gebeurt niet zelden, dat twee of drie deputaties tegelijk zich bevinden onder het gehoor, 't Mag vleiend zyn voor de gemeente, waar dit voorkomt, wyl de gedachte lichtelyk ryst: „wat hebben wy een bevoorrechte positie ; onze prediker wordt door velen begeerd". Daar is ook een andere kant aan deze zaak, n.l. het gevaar om onzen dominé kwyt te raken is lang niet denkbeeldig. Wat op den duur dan ook zeker geschiedt.
Zie, dan pas komt men te staan voor de nuchtere werkelijkheid, dat er veel te weinig predikers worden gevonden voor onze gemeenten, zyn er niet gemeenten, waar men meer dan tienmaal tevergeefs een beroep heeft uitgebracht en waar de broeders elkander aanzien, als er weer een bedankbrief werd uitgereikt, met een vraag in het oog : Waar nu heen ?
't Is vaak om den moed er by te verliezen. De leemte hier, valt niet te ontkennen, wy hebben te weinig predikers.
Dat dit van onze zyde niet eerder Is ingezien, is een gebrek dat zich thans wreekt. Waar niet gezaaid is, kan ook moeilyk worden gemaaid. Wy moesten met onze beide fondsen iets eerder zyn begonnen. Naar den mensch gesproken, was dan ook de nood in onze dagen iets minder drukkend. Doch hieraan valt thans niet veel te veranderen. Het spreekwoord zegt: „gedane zaken nemen geen keer".
Wat voorby is, is voorbij.
Weet ge wat nog wèl kan, dat wy de zaak onzer studeerende menschen, en van den leerstoel, die straks eene vertakking zal krygen — naast Utrecht komt immers binnen afzienbaren tyd ook Leiden — met alle kracht steunen. Daar Is nog veel te verhelpen.
In het algemeen gesproken, is de lust en de begeerte om zich voor te bereiden voor het ambt van prediker in onze Gereformeerde gemeenten niet klein. Daar melden zich nog velen in onze dagen, ik durf niet te zeggen „te veel", maar toch wei zooveel, dat het voor ons bezwaarlijk wordt aan al deze aanvragen gehoor te geven. Immers wat leert ons de ervaring ? 't Is niet alles timmerhout, wat timmerhout heet. En wat het beginsel betreft en wat capaciteiten aangaat zijn er vaak, die moeten worden afgewezen.
En daarbij komt nog één ding.
Onze geldmiddelen kunnen ook lichtelijk worden overschat. Wij zijn geheel aangewezen op gaven en giften. Andere corporaties, die op de onze gelijken, hebben in den goeden ouden tijd vaak schenkingen en legaten ontvangen waardoor vaste inkomsten werden verkregen, welke wij moeten missen. Het jaar, dat achter ons ligt, heeft hierop een uitzondering gemaakt. Toen n.l. hebben we enkele legaten, al waren dit geen groote, zooals de volksmond zegt, mogen ontvangen van vrienden, die bij hun leven met ons meeleefden en na hun dood ons hebben bedacht. Hierdoor werd het gevaar voorkomen, dat ons kapitaal te veel inslonk, waarvoor wij niet dankbaar genoeg kunnen zijn. Doch niettemin dit lichtpunt in het heden, is de werkelijkheid niet anders, dan dat wij aangewezen blijven geheel op giften en collecten. Onze Gereformeerde gemeenten moeten wèl bedenken — en nu volgt onze gedachtengang niet het spoor naar de vele vacante gemeenten alléén, doch evenzeer die plaatsen, waar men een eigen predikant bezit — dat wanneer onze handen werkeloos blijven, die van anderen zich zullen inspannen met dubbele kracht. Wanneer de actie van onze Gereformeerde menschen gaat luwen, klimt de moed van anderen. Om de Kerk, en alzoo om het volk, wordt gestreden.
Geve de Heere ons maar het rechte inzicht en den waren ijver voor Zijn zaak, opdat Zijn Naam verheerlijkt worde in onzen arbeid.
Thans leg ik de lijst van de ingekomen giften u voor.
1. Ds. Remme, van Amsterdam, zond me de eerste gift, n.l. van N. N. voor het Studiefonds ƒ 2.50
2. De heer J. Bot te Feijenoord betoonde weer zijn ijver door me toe te zenden f2.50 van den heer C. Z., terwijl hij alsnog de contributie had geïnd van den heer G. J. H., n.l. 1 gulden. Samen „ 3.50
3. Ds. Fokkema te Amstelveen zond me onderscheidene giften : 1 gift van 10 gld.; 3 van f 2.50 ; 2 van f 2.—; 1 van fl.— ; 1 van f 0.50. Samen „23.—
4. Uit den collectezak van De Bilt gewerd ons weer een gift van „ 1.— Waar dit de laatste weken een keertje vaker gebeurde, heb ik goede hoop dat men ook hier ons in het vervolg krachtiger wil gaan steunen dan tot nu geschiedde.
5. Ds. Wolthers uit Putten zond me de collecte, gehouden bij een preekbeurt, geleld door ds. Van der Snoek, van Veenendaal. De opbrengst was prachtig. Bijna de som van honderd vol, n.l. „ 97.90
Wij danken de broeders rechte hartelijk. Ook collega Van der Snoek. Hij weet als Penningmeester, wat een goede collecte voor gedachten wakker roept bij den man, die de geldelijke zorg voor een goed deel heeft te dragen.
6. Door ds. Van den Berg te Amersfoort, van N.N. voor het Studiefonds aan zijn huis bezorgd „ 1.—
7. De kerkeraad van Dinteloord zond me de collecte, gehouden bij een spreekbeurt, aldaar gehouden door ds. Lekkerkerker van Oldebroek. Deze bedroeg de niet onaanzienlijke som van „50.—
Onzen hartelijken dank, broeders, voor uw blijk van meeleven, temeer, waar ge zelf nog altijd uitziet naar de komst van een eigen prediker. Dat het moeilijk is er een te vinden, wordt ook gij gewaar. Geve de Heere u in dezen te ervaren, dat Hij nooit laat varen de werken Zijner handen. Als Hij spreekt, staat de rechte man gereed om Zijn bevel te volgen.
8. Door ds. Van Asch te Wierden uit den collectezak aldaar „ 2.50
9. Ds. Zijlstra te Kootwijkerbroek zond me de collecte, aldaar gehouden toen zijn schoonzoon, ds. Bouthoorn, van Renkum, aldaar voorging. Deze bracht op „31.—
Waarlijk niet weinig, wanneer rekening wordt gehouden met de grootte der gemeente en de tijdsomstandigheden, waarin wij thans leven. Allerhartelijkst dank.
10. Iemand, die onbekend wenscht te blijven, uit Heteren, zond me „ 5.—
11. Door den kerkeraad te Hilversum werd me toegezonden uit de Zendingskas aldaar voor het Studiefonds „ 10,
12. In de vacante gemeente van Hoornaar mocht ik verleden Zondagmorgen zelf voorgaan en collecteeren de som van „ 44.70
'k Heb me over de opbrengst verblijd, wijl het gevaar niet denkbeeldig was dat de vele teleurstellingen inzake beroepen zich in de collecte zouden afspiegelen. Met u hopen we, dat ge binnen afzienbaren tijd weer een eigen herder en leeraar zult verkrijgen.
13. In de Bijbellezing op verleden Donderdag collecteerde ik onder let­ter V. P. „ 1.-
Op Zondagavond onder letter d. V. „ 1.-
14. Wat niet vaak gebeurt, gebeurde me dezer dagen. Een contribuant bracht me f 1.— met 50 et. toeslag „ 1.50 Wanneer ik er aan toevoeg, dat hij kwam uit het verre Zuiden, uit St. Annaland, begrijpt ge mijn erkentelijkheid.
15. Door ds. De Bruin van Rotterdam uit de collecte van 25 Dec. „ 0.50
16. Door ds. Bartlema, van Zeist, op Nieuwjaarsdag gecollecteerd voor het Studiefonds „ 2.50
17. Van den heer W. S. v. K. te Rotterdam voor de fondsen „ 4.—
18. Door ds. Vreugdenhil, van Gorinchem, in zijn brievenbus gevonden f2.50 + f 1.— voor het Studiefonds en f 1.— voor het Leerstoelfonds „ 4.50
19. Ds. Cuperus te Mastenbroek zond me weer de collecte, gehouden op zijn Bijbellezing te 's-Heerenbroek „ 6.06
Wij zijn de vrienden aldaar erkentelijk voor dezen geregelden steun.
20. Bij mij aan huis bezorgd door N. N. „ 2.50
21. Van een paar vrienden, wier naam ik niet noemen mag, werd me toegezonden uit B. „ 10.— Tezamengeteld is de som thans
ƒ 305 66.
'k Ben niet ontevreden, doch blijf aandringen op krachtigen steun.
Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 januari 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's