JONKER VAN STERRENBURGH
Een verhaal uit het Friesche volksleven
Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok te Kampen
Nog nimmer is Brandsma zóó voor het verhoor geweest. Niet éen, die hem de waarheid zóó in het gezicht heeft gezegd. Hij gevoelt zich als op een pijnbank. Onwillekeurig komen hem telkens tal van woorden uit de Schrift voor den geest, welke hem meermalen hebben aangeklaagd. Langzaam wordt de hand door den grijzen baard gehaald. Het strenge gelaat neemt 'n meer zachtere uitdrukking aan. 't Schijnt, dat de strijd daar binnen gestreden en de overwinning behaald is.
„Mag ik u nog eens een vraag doen. Jonker ? "
„En dat is ? "
„Hebt u de waarheid ook lief ? "
Een korte pauze volgt. Blijkbaar overweegt Van Sterrenburgh elk woord dat hij zeggen wil. Dan antwoordt hij :
„Ik ben haar met al den ernst, die in mij is, zoekende, Brandsma, omdat ik, te midden van al mijn bezittingen, ervaren heb dat het goed dezer wereld geen innerlijke bevrediging geeft. Maar juist daarom zou ik zoo gaarne zien van hen, die in jaren en in ondervinding verre mijn meerderen zijn, en die hun gansche leven zich voor belijders hebben uitgegeven, dat zij ook toónen hoe het geloof in staat is andere menschen van hen te maken".
Het is niet te zeggen, welk een indruk deze woorden op Brandsma maken. Wat hij ook verwacht mocht hebben, nooit, dat de rijke bezitter van „Grovestins" tot hem zou komen, om hem zulk een blik in zijn hart te geven. Moet hij zich voor dezen jongen man niet schamen, omdat hij zulk een slecht getuigenis gegeven heeft van wat hij steeds als 't hoogste beleed ? Maar hoe had hy ook kunnen denken dat iemands doen en laten zulk een invloed uitoefent, zelfs op personen, met wie hij nooit in aanraking kwam ?
Thans is ook bij Brandsma het ijs gebroken. Hij staat op, geeft den Jonker de hand, en zegt dan met bevende stem :
„Mijnheer Van Sterrenburgh, gij hebt mij vanmorgen diep beschaamd gemaakt. Ik gevoel, dat gij gelijk hebt, en ik een zeer slecht voorbeeld van Christelijke onderworpenheid ben geweest. Ik kan u echter niet zeggen hoe blij ik ben, deze woorden van u te hebben gehoord. Met Gods hulp hoop ik voortaan ook deze zwakheid des vleesches te overwinnen. Over die spoorlijn denk ik anders dan u. 't Komt misschien ook, dat ik te oud geworden ben voor dergelijke nieuwigheden. Maar in elk geval erken ik als Christen te moeten buigen voor het gezag der Overheid, evengoed als de geringste mijner arbeiders. Van nu aan zal mijn optreden anders zijn. Moge de Geest des Heeren ook u verlichten en tot dezelfde belijdenis brengen, welke ook uwe moeder dierbaar was".
Ook de Jonker is opgestaan. Hij begrijpt wat het voor een man als Brandsma moet zijn, om tot zulk een schuldbekentenis te komen. Hartelijk drukt hij de toegestoken hand en zegt:
„Daar dank ik u voor. Wanneer ik waarlijk door het geloof dien vrede mag vinden, waarnaar ik haak, en die mijn lieve moeder bezat, ook toen zij van alles, wat haar hier beneden lief was, afstand doen moest, dan beloof ik u dat gij mij aan uw zijde zult vinden, zoo menigmaal het gaat om de belangen van de dingen des hoogeren levens".
't Is een aandoenlijk oogenblik. Beiden blikken diep in elkanders oog en beiden gevoelen, hoe ieder zijn bijzonderen strijd te voeren heeft, doch óok, dat het een andere geest dan die des menschen is, welke in hen werkt.
Daarop loopt Brandsma naar de tafel, waar nog altijd de kaart ligt uitgespreid. op welke hij zoo menigmaal heeft getuurd, en die hem hier zooveel ellendige uren bezorgde.
„Weg met dat ding", zegt hij. In een ondeelbaar oogenblik ligt de teekening in flarden, 't Is alsof hem een pak van het hart gevallen is. Zoo opgewekt heeft hij er in geen tijden uitgezien.
„En nu zullen wij eens rooken", gaat hij voort, waarop hij een extra merk sigaren voor den dag haalt en den Jonker presenteert. Daarna gaat het gesprek over allerlei onderwerpen, voornamelijk de boerderij betreffende. De tijd vliegt om. Beiden vergeten de klok. Met zijn rijke ervaring licht Brandsma den Jonker in omtrent tal van belangrijke vraagstukken, betreffende den veestapel of het scheuren van grasland, of 't verbouwen van verschillende producten.
Intusschen wacht vrouw Brandsma in de woonkamer tevergeefs haar man met de koffie.
Wat zij daar op de opkamer al te maal te verhandelen hebben, begrijp ik niet", zegt zij tegen Anneke, die op de wip zit, om, zoodra zij voetstappen hoort naderen, haastig in de keuken een onderkomen te zoeken. Zij heeft den Jonker nog maar eenmaal ontmoet, een paar jaar geleden bij oude Marijke, en nog nimmer 'n woord met hem gesproken, doch een zekere schuchterheid doet haar vreezen voor alles wat boven haar staat. Daarom heeft zij vrouw Brandsma gevraagd of zij zoolang in de keuken mag gaan zitten, totdat het bezoek vertrokken is. Maar de boerin heeft geantwoord, dat allen met elkaar gewone menschen zijn, en zij zich niet behoeft te schamen. Toch zal Anneke er van door gaan. zoodra zij hoort dat de mannen hun onderhoud geëindigd hebben.
Eindelijk kraakt de deur en klinken et voetstappen in de gang. Vlug pakt zij haat naaiwerk bijeen en stuift weg. 't Valt haat op, dat een luide lach van Brandsma blijkbaar het antwoord is op iets, wat de Jonker zei. Dat heeft zij nog nooit gehoord Boer Brandsma lachen ?
Niet minder benieuwd kijkt vrouw Brandsma op, als de mannen binnen komen. Wat de oorzaak er van is, begrijpt zij niet, maar haar man is in een stemming, zooals ze hem in geen jaren gezien heeft. Zij ziet van den een naar den ander, om zoo mogelijk het raadsel opgelost te krijgen. Inderhaast heeft zij zoo juist haar blauwe hoofddoek verwisseld met het breed gouden oorijzer. en ter eere van den hoogen bezoeker haat Zondagsche jak aangetrokken. Hij kon eens blijven koffie drinken. De heele huishouding is nu toch in de war en van het eten om 12 uur komt vandaag niets.
„Zal mijnheer een kopje meedrinken? " vraagt zij.
Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's