De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

CHRISTELIJKE ETHIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

CHRISTELIJKE ETHIEK

CALVINISTISCHE ETHIEK

4 minuten leestijd

De veiligste weg voor den Christen te midden van de aardsche goederen en de genietingen des levens is : dat het tegenwoordige leven achtergesteld wordt bij de overdenking van de hemelsche onsterfelijkheid. Want daaruit volgen twee regels, namelijk dat zij, die deze wereld gebruiken, 2ÓÓ gezind zijn, alsof ze haar niet gebruiken, 1 Cor. 7 vers 30. In de wereld, maar niet van de wereld moeten zij zijn. Vervolgens : dat zij het gebrek evenzeer kalm en lijdzaam weten te dragen als den overvloed. Er moet geen gulzigheid, trotschheid, hoogmoed zijn, noch in maaltijden, gebouwen en kleederen, waardoor we afgetrokken worden van de overdenking van het hemelsch leven en de verzorging onzer 2iel. Terecht heeft oudtijds Cato gezegd, dat groote zorg voor de uiterlijke levenswijze beteekent groote zorgeloosheid aangaande de deugd. Zij, die veel in beslag genomen worden door de zorg voor het lichaam, veronachtzamen gemeenlijk hun ziel. Er moet bij het gebruik der dingen zelftucht zijn, om des Heeren-wil en om onszelfs wil. Zóó zal de vrijheid der geloovigen niet roekeloos en bandeloos wezen.
De andere regel is : dat zij, die slechts weinige en poovere goederen hebben, in gelatenheid dragen het gemis van grooter bezit, opdat zij niet door een onmatige begeerte naar zulke dingen worden gekweld. Als discipel van Christus zullen we ons daarin moeten oefenen en vorderingen moeten maken. Die met ongeduld en murmureering de armoede draagt, toont bij overvloed gewoonlijk het tegenovergestelde gebrek. Daarom zullen we, naar het woord van den Apostel, moeten leeren verzadigd te zijn en hongerig te zijn, overvloed te hebben en gebrek te lijden, alles in de vreeze Gods (Pil. 4 vers 12).
Ten derde hebben de Christenen te bedenken, dat alles wat wij bezitten ons door God is toevertrouwd, om er als rentmeester mee bezig te zijn in Zijnen dienst, gelijk we ook rekenschap van alles zullen hebben af te leggen aan Hem, die ze ons gaf en in alles gediend wil worden'. (Lukas 16 vs. 2). En de Heere, die ons alles geeft, prijst In Zijn Woord altijd aan : onthouding, soberheid, matigheid en ingetogenheid, terwijl Hij weelde, trotschheid, praalvertoon en ijdelheid verfoeit.
Ten slotte : de Heere gebiedt, dat een iegelijk in alle handelingen zal zien op zijne roeping en bij de verscheidenheid der plichten geeft Hij ook onderscheidene gaven. Hierin hebben we Gods wijs bestel na te speuren en te eerbiedigen, opdat we niet roekeloos en eigenzinnig handelen en wandelen, daarbij verachtende Gods leiding en bestel. We moeten in al onzen weg en by al ons werk ons vergewissen van Gods bestel, opdat we ook niet roekeloos uitloopen uit den weg, waarin de Heere ons gebracht en geleid heeft.
De roeping des Heeren is het begin en de grondslag om in elke zaak wèl te handelen. Niemand zal dan buiten zijn roeping gaan. En bij moeiten en zwarigheden zal het een niet geringe verlichting zijn, wanneer een ieder weet, dat God hem in dit alles gebracht heeft en hem tot een leidsman wij zijn. Jac. 1 vers 5 : „En indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begeere, die een iegelijk mildelyk geeft en niet verwijt : en zij zal hem gegeven worden."
„De Overheid" aldus besluit Calvijn „zal met meer bereidwilligheid haar ambt waarnemen, de huisvader zich tot zijn plicht zetten, een ieder zal in zijn eigen soort van leven gemakkelijker de ongemakken, bekommernissen, verdrietigheden en moeilijkheden dragen en verwerken, als ze overtuigd zijn, dat aan een ieder door God zijn last is opgelegd. Hieruit zal ook een uitnemende vertroosting ontstaan, dat geen werk zoo onaanzienlijk en gering zal zijn, dat (wanneer men slechts gehoorzaamt aan zijn roeping) niet in Gods oog schittert en voor kostbaar gehouden wordt".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

CHRISTELIJKE ETHIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's