’K GING KERKWAARTS...
'k Ging kerkwaarts op dien stillen Zondagmorgen. Stil was 't daarboven in de wijde luchten. Stil ook beneên, wijl zwegen de geruchten Die samengaan met d' arbeid en haar zorgen. Stil was het ook daarbinnen in mijn ziel. Doch 't was een stilte, die God niet behaagt. Omdat g' o ziel in sluim'ring nederlaagt, Omdat g' in ongevoeligheid verviel.
Reeds was ik 't bedehuis nabij gekomen. Waar zich de Vijver, immer stemmingsvol, bevindt. Die aller aandacht, telkens weer, aan zich verbindt, Mee door d' omgeving aan zijn steile zoomen. Plots echter was de stilte hier verdwenen. Want met versnelden wiekslag vloog de meeuwenschaar. Hun wit gewaad door 't zonlicht overgoten, naar Een jongske, strooiend kruimels voor zich henen.
Toen schrok ik eensklaps op. 'k Ging immers kerkwaarts ? Waar uitgestrooid zou worden geest'lijk brood, Dat God genadiglijk het menschdom bood. Als vrucht van Christus' komste nederwaarts. Helaas ! 't ontbrak me aan verheffing mijner ziel Op vleug'len des gebeds — omdat mijn ziele sliep. Waardoor ik ook niet als een stroom Gods troon aanliep, Noch als behoeftig zondaar voor Hem nederviel.
Bij die gedachten ging een rits'ling door mij henen. En bij mijn stil gebed vroeg ik gena. En tevens Bad ik om zielehonger naar het Brood des levens. Want dien God honger geeft, zal Hij óók brood verleenen.
Den Haag, Dec. 1932.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's