KERKELIJKE RONDSCHOUW
KERKERAAD EN KERKVOOGDIJ. De Vereeniging van Kerkvoogdijen in de Ned. Hervormde Kerk verzond dezer dagen de volgende circulaire aan alle Kerkvoogdijen en Kerkeraden in onze Kerk :
Geachte Heeren,
Onze Nederlandsch Hervormde Kerk, in wier dienst gij U als Kerkvoogd gesteld hebt, kent de historische scheiding tusschen Beheer en Bestuur, wier Organen in Uw Gemeente de Kerkvoogdij en Kerkeraad zijn, die elk hun eigen onmisbare functie hebben. Deze historisch gegroeide scheiding tusschen Beheer en Bestuur hebben wij te aanvaarden ; zij is te diep in het leven onzer Kerk ingeworteld om haar plotseling op te heffen; zij heeft, naast hare nadeelen, ook hare niet te onderschatten voordeelen. Kerkvoogdij en Kerkeraad mogen elk hun eigen werkkring hebben, de een op stoffelijk, de ander op geestelijk terrein, zij hebben beiden één doel : de uitbouw van Gods Kerk op aarde. U moogt het twee kapiteins op een schip noemen, goed, maar dan behooren 't twee kapiteins te zijn, die samen in één richting sturen en samen het welzijn der Kerk beoogen.
Er zijn vele punten, die tot gemeen overleg aanleiding geven, daarom is het wenschelijk als algemeene regel aan te nemen, dat in Uw Gemeente de Kerkvoogdij en de Kerkeraad minstens twee maal per jaar met elkaar vergaderen.
In die Gecombineerde Vergaderingen zullen alle belangrijke zaken besproken kunnen worden, als de Hoofdelijke Omslag, de Collecten, de Zitplaatsgelden, de Aanslag van den Raad van Beheer, de Tractementen, de Begrooting en de Rekening enz. enz. Als punten, verder geschikt om op die Gecombineerde Vergaderingen te bespreken, zijn nog te noemen: Nieuwbouw en Restauratie eener Kerk, regeling Kerkdiensten, Beroepingswerk, Gemeente-avonden.
Wij geven daarom aan alle Kerkvoogdijen nogmaals in overweging minstens tweemaal per jaar met den Kerkeraad te vergaderen met een in gemeen overleg op te maken agenda.
Deze eerste stap tot meerdere samenwerking dient van de Beheerscolleges, van de Kerkvoogdijen, uit te gaan; de zegenrijke werking van een moreele gebondenheid om samen met den Kerkeraad over belangrijke punten te overleggen, zal voor de Gemeente niet uitblijven en tot grooter resultaten leiden dan door van bovenaf opgelegden dwang.
Afschrift van dezen brief is aan alle Kerkeraden verzonden en wij twijfelen niet of ook die Colleges zullen de ernstige poging van het Beheer, om tot meerdere samenwerking te komen, welke poging een uitvloeisel is van een daartoe strekkend advies der Synodale Commissie aan de Synode, met belangstelling en ingenomenheid begroeten en niet nalaten tot het welslagen daarvan met alle kracht mede te werken.
De verhouding tusschen Kerkvoogdij en Kerkeraad mag in dezen ernstigen tijd niet antithetisch meer zijn, maar moet gericht zijn op een doelbewust, intens, en eerlijk streven om samen de welhaast noodlottige gevolgen van de Crisis te weerstaan en samen te arbeiden tot grooteren bloei onzer geliefde Nederlandsch Hervormde Kerk.
In de verwachting, dat U, als bewijs van instemming met bovenstaand verzoek, het metterdaad zult willen uitvoeren, verblijven wij.
Het Hoofdbestuur der Vereeniging van Kerkvoogdijen in de Nederlandsch Hervormde Kerk,
J. A. BAKKER, Voorzitter.
A. DE JONG, Secretaris.
Menaldum - , Louwmaand 1933. Dordrecht
In „Hervormd Zondagsblad" vinden we naar aanleiding van deze circulaire, uitgaande van de Vereeniging van Kerkvoogdijen, de volgende ontboezemingen van den hoofdredacteur, ds. Hoekstra, van Ternaard, welke we hier zonder commentaar overnemen :
„Dat wij onder de huidige kerkelijke omstandigheden niet en nimmer tegen samenwerking zijn, hebben wij meer dan eens uitgesproken. Ons zijn bovendien voorvallen bekend, dat men zonder bovenstaanden oproep, reeds samen vergaderde.
Tot zoover dus : accoord !
Als wij op de agenda voor deze gecombineerde vergaderingen de punten zien: regeling kerkdiensten, beroepingswerk, dan zouden wij vooraf toch even willen informeeren, wat hiermee bedoeld is, omdat van de zijde van deze vereeniging uitlatingen te dezer zake gedaan zijn, die niet heelemaal onschuldig zijn. Wij noemen alleen maar het gemeentewerk en den predikant, waarbij tot uiting kwam, dat de Kerkvoogdij zeggenschap beoogde over het werk der predikanten.
De aanhef en de betoogtrant in het overige der circulaire lijkt ons minder aantrekkelijk. Daarin wordt dit gezegd, dat „de Ned. Hervormde Kerk de historische scheiding tusschen Beheer en Bestuur kent, wier Organen in de gemeente de Kerkvoogdij en de Kerkeraad zijn, die elk hun eigen onmisbare functie hebben" (spatiëering van ons. H.).
Waarom alle gewone woorden van beheer en bestuur, kerkvoogdij en kerkeraad in deze kerkvoogdelijke circulaire prijken moeten met hoofdletters, is ons niet duidelijk. De Nederlandsche taal wordt er niet rijker door, terwijl de verfraaiing door die hoofdletters niet heelemaal zonder bedenking is. Dat wij het er niet mee eens zijn, dat hier gesproken wordt van een „e i g e n onmisbare functie" van beiden, kerkvoogdij en kerkeraad, kan bekend zijn. Onze meening ten deze is bekend. „
Bedenkelijker echter vinden wij het, als de circulaire, sprekende over Beheer en Bestuur, verdedigt, het zijn van „twee kapiteins op een schip". Dat in de circulaire beheer bij bestuur vooraan gaat, laten wij maar zwemmen, alleen mogen wij opmerken, dat als de vereeniging van kerkvoogdijen de historie bewaren wil, zü ook vooral moet beginnen met de historie hier te laten gelden en dan gold altijd de rangschikking van deze twee : bestuur en beheer.
Maar nu dat dubbel-kapitein-schap. Wij vinden deze gelijkstelling noch historisch, noch voorzichtig. De kerkeraad is toch altijd een lichaam van meerdere zelfstandigheid dan de kerkvoogdij. Een omschrijving van de namen zou zulks ontwijfelbaar aantoonen. Een raad heeft (moet dat althans hebben) meer beteekenis dan een voogdij. Dat daarentegen het recht van gelijk kapiteinschap door de vereeniging van kerkvoogdijen wordt opgeëischt, lijkt ons dan ook, gelijk wij zeiden, noch historisch, noch voorzichtig. De bedoelingen mogen goed zijn, maar wij voor ons spreken bij vernieuwing de vrees uit, dat deze vereeniging van kerkvoogdijen niet de verlossing zal brengen, die onze kerk noodig heeft, maar een band, die de zevenvoudige gebondenheid der kerk nog verzwaren zal".
H.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's