STAAT EN MAATSCHAPPIJ
EEN ZORGVOLLE TIJD.
Dat de toestand van de Rijksfinanciën zeer zorgelijk is en voor wat betreft de uitgaven tot groote voorzichtigheid maant, zal een ieder duidelijk zijn, die kennis heeft genomen van het Overzicht van de opbrengst der middelen over de maand December 1932.
Dit overzicht doet een sterke daling der middelen van de afgeloopen maand zien, tegenover die van de overeenkomstige maand van het jaar 1931.
De gewone middelen brachten in December 1931 de som op van 43.1 millioen, terwijl diezelfde middelen in de laatste maand van het vorig jaar niet hooger kwamen dan 33.5 millioen. Zij liepen derhalve in een maand met niet minder dan 9.6 millioen gulden terug. Ook de raming voor December 1932 werd niet bereikt. De gewone middelen bleven bij de raming zelfs nog 12 ton achter.
Is dit de toestand van de Rijksfinanciën over de afgeloopen maand, niet minder gunstig staat het met het totaal bedrag der middelen over het geheele jaar 1932. De gewone middelen brachten in het voorbijgegane jaar 400.5 millioen op, tegenover een bedrag van 452.7 miliioen, wat in 1931 kon geboekt worden. Er was dus in 1932 een vermindering in de inkomsten van ruim 51 millioen gulden.
In de laatste vier jaren geeft de middelenstaat van elk jaar in ronde cijfers aan 511.2, 504.5, 452.7 en 400.5 millioen, zoodat de inkomsten uit de middelen sedert het jaar 1929 met ruim 110 millioen gulden zijn teruggeloopen.
Men ziet, dat de terugslag geweldig is.
De achteruitgang heeft zich in de laatste vier jaar met versneld tempo voortgezet.
Nu zal het bij dezen achteruitgang niet blijven.
Naar het oordeel der voorzichtige financiers, zal het jaar 1933 nog verergering van den toestand brengen, omdat de oorzaken van de depressie hun uitwerking nog niet ten volle hebben gehad.
En zal de economische inzinking dan nog in de eerstvolgende jaren voortduren en nog meerdere slachtoffers onder de bevolking maken, dan zal men zien, dat het met de Rijksfinanciën nog hollend blijft achteruitgaan.
Niet anders als met de Rijksfinanciën staat het ook met de geldmiddelen der provincies en der gemeenten.
De provincie Drenthe moest reeds voor het loopend houden van haar huishouding in 1933 bij de Rijksregeering aankloppen. De gemeentekassen worden schier uitgeput door wat maatschappelijk hulpbetoon of armenzorg voor de wekelijksche uitkeeringen aan de werkloozen behoeft.
In Amsterdam en Rotterdam moet wekelijks een half millioen gulden aan de ondersteuning der werkloozen worden uitgegeven.
Hoe dit moet voortgaan, begrijpt niemand.
De financiëele nood is zelfs reeds zoo hoog geklommen, dat de Minister van Binnenlandsche Zaken dezer dagen moest verklaren, dat de Rijksfinanciën het niet toelieten om een 2e brandstoffenbon ten behoeve van de steuntrekkenden beschikbaar te stellen.
Al deze dingen wijzen er op, dat men den toestand zeer somber heeft in te zien en dat het onverantwoordelijk is, te meenen, dat de Overheidskassen maar ongelimiteerd kunnen worden aangesproken.
Zou er geen voorzichtige financiëele politiek worden gevoerd, dan zou ons land in groote moeilijkheden komen te verkeeren en op den duur inflatie niet kunnen uitblijven.
DE VOLKSGUNST.
Men .staat er verbaasd van dat bekwame mannen, mannen van intellect in de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij en zulke mannen zijn er in die partij velen, zóó onder den invloed der massa staan en zich zóó door de massa laten gebruiken, dat zij, terwijl de Overheidskassen uitgeput zijn, toch nog hunne medewerking verleenen tot het opstellen van een verkiezingsprogramma voor de komende vierjarige periode, als dezer dagen in de socialistische pers verscheen.
Ten bewijze van de onverantwoordelijke handelwijze, waartoe deze leiders zich leenen, willen wij uit de 21 eischen, die in het Verkiezingsprogramma voorkomen, alleen maar noemen de onderwijsparagraaf.
Deze paragraaf luidt : „Verlenging van den leerplicht. Zorg voor de niet-leerplichtige jeugd, uitbreiding van vakonderwijs. Wettelijke regeling van voorbereidend onderwijs. Wederopbouw van vervolgonderwijs. Bevordering van de schoolhygiëne. Geneeskundig schooltoezicht. Bevordering van den bouw van openluchtscholen enz. Verstrekking van middelbaar en hooger onderwijs alleen aan daarvoor geschikte leerlingen, voor onbemiddelden met Overheidssteun. Bevordering van kunst en volksontwikkeling.
Wij zullen het bij dit fraais laten.
Een onderwijsblad berekende, dat, wanneer deze onderwijseischen zouden moeten worden uitgevoerd, daarmede minstens 100 millioen gulden zouden gemoeid zijn.
Men vraagt zicl: ( af, waarover men zich meer moet verwonderen over de grenzenlooze onverantwoordelijkheid van de leiders der Sociaal Democratische Arbeiderspartij, die zulk een verkiezingsprogram opstelden, of over de onbenulligheid van de intellectueele (? ) arbeiders, zooals de Sociaal-Democraten zich gaarne noemen, die bij een berooide schatkist, al deze dingen als zoete koek slikken.
Het gaat wel ver met de beloften, die bij de stembus worden gedaan, om de goe-gemeente in de uitgezette netten te vangen.
Wat de Sociaal-Democraten zich veroorloven, grenst aan demagogie (volksmisleiding).
En toch zijn nog tienduizenden kiezers van deze practijken gediend.
Het ergste is, dat leiders, die wel beter weten, den indruk bij de massa vestigen, dat het met den toestand der Rijksfinanciën nog zoo slecht niet is gesteld.
Waar blijft in onze dagen de verantwoordelijkheid van hen, die tot het geven van leiding geroepen zijn ?
Alles kan er mede door, als de volksgunst maar niet wordt verspeeld.
Die volksgunst blijft nummer één.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's