HERDENKING VAN PRINS WILLEM VAN ORANJE
1533-1933
1533—1933
Er zal vermoedelijk geen monarchie zijn, welks vorstenhuis zich zoozeer in de liefde der onderdanen mag verheugen als het Huis van Oranje-Nassau. Geen dynastie heeft In den loop der eeuwen meer opofferingsgezindheid en onbaatzuchtigheid getoond.
Het Nederlandsche volk ziet in Willem van Oranje, geboren in 1533, zoon van Willem den Oude en Juliana van Stolberg, den grondlegger onzer staatkundige vrijheid en den kampioen der gewetens-vrijheid. Goed noch bloed is hem gespaard gebleven in de bange worsteling met het trotsche, machtige Spanje.
Indien het de Oranje's er om te doen geweest zou zijn, zich een troon te veroveren, zou hun dit geen moeite gekost hebben ; zij hadden meermalen de kroon voor het oprapen ; toch bleven zij de dienaren der Staten. We noemen slechts de jaren 1672 en 1747, toen het volk om Oranje riep, teneinde de Franschen uit het land te verdrijven, of het jaar 1787, toen de Stadhouderlijke familie, na uitwijking der Patriotten, weer op triomfantelijke wijze door de Hagenaars werd binnengehaald.
Napoleon Bonaparte en zijn neef Napoleon III daarentegen, namen de eerste de beste gelegenheid waar om zich een kroon op het hoofd te drukken, maar de Oranje's hebben gewacht totdat de kroon hun als 't ware in 1814 door het volk werd opgedrongen.
Hun troon is niet bij verrassing beklommen, maar het was de spontane wensch van het Nederlandsche volk, dat Willem I hun Souverein Vorst zou zijn, bij de gratie Gods.
De liefde tot ons Vorstenhuis is van geen dag of uur, maar een groeiproces van eeuwen, door alle lagen der bevolking, zoodat we spreken mogen van het drievoudig historisch gegroeide snoer : „God, Nederland en Oranje".
Prins Willem van Oranje en zijn broeders hebben have en erve, goed en bloed geofferd op het altaar van het vaderland om ons gewetensvrijheid en een zelfstandig nationaal bestaan te verzekeren.
In 's Prinsen Apologie (verweerschrift) tegen den banbliksem van Filips II, richtte Oranje het woord tot de Staten-Generaal met een indrukwekkende vragenderwijze verdediging :
„Waartoe hebben wij al ons goed als tot een roof en een buit gesteld ? Was het om ons daarmede rijk te maken ? Waarom hebben we onze eigen broeders verloren^ die ons liever waren dan ons leven ? Is het geweest om anderen terstond te vinden ? Waarom onzen zoon zoo lang in hechtenis gelaten ? Waarom ons leven zoo dikwijls gewaagd ? "
Vanaf het oogenblik dat de Prins onze zaak koos, zijn armoede en verdriet zijn deel geweest.
Zijn oudste zoon, Philips Willem, die te Leuven studeerde, werd met schending van de privilegiën der Leuvensche hoogeschool, naar Spanje weggevoerd.
Graaf Adolf, de jongste broeder van den Prins, sneuvelde in 1568 bij Heiligerlee. Lodewijk en Hendrik van Nassau lieten in 1574 bij Mook het leven.
Jan de Oude, van wien onze geëerbiedigde Koningin in rechte linie afstamt, verliet in 1581 van armoede ons land.
Hij kreeg als stadhouder van Gelderland zijn tractement niet op tijd uitbetaald en moest zoodoende de allernoodzakelijkste levensbehoeften, zooals brood en vuur, ontberen.
Drie jaren later viel Oranje zelf, doodelijk getroffen door een sluipmoordenaar.
De laatste gedachten van den stervenden Prins gingen naar ons volk uit: „Mon Dieu, mon Dieu, aie pitié de mon ame et de ce pauvre peuple" (mijn God, mijn God, erbarm U over mijn ziel en over dit arme volk).
Op de vraag zijner zuster, of hij zijn ziel in Christus' handen stelde, kon hij nog met een flauw „ja" antwoorden, daarna gaf hij na weinige oogenblikken den geest.
Wanneer we een antwoord zouden moeten geven op de vraag, waarom de Prins voor onze heilige beginselen in het krijt is getreden, dan moet het luiden : omdat er tusschen den Christus en hem een persoonlijke levensband was ontstaan, waardoor hij kracht ontving zijn roeping staande te houden en te volbrengen.
Daarom kon Oranje aan den moeilijken strijd de ware bezieling en wijding geven, want het vast verbond, hetwelk hij met den Potentaat der Potentaten gemaakt had, wankelde niet. Achter Oranje stond Christus, die zijn armen ondersteunde.
Hetzelfde geloof, dat Mozes kracht gaf, groot geworden zijnde, te weigeren een zoon van Pharao's dochter genaamd te worden, was Oranje's deel.
Evenals Israël, onder leiding van Mozes, de Egyptische boeien slaakte, zoo was Prins Willem van Oranje de man, onder wiens aanvoering en bezieling onze voorvaderen zich het Spaansche juk hebben afgeschud. Mozes en Oranje, ze vertoonen in meer dan één opzicht met elkander gelijkenis.
Beiden mochten niet in het ouderlijk huis opgevoed worden, maar aan het hof van den machtigsten vorst der aarde.
Beiden werden onderwezen in alle wetenschappen en bekwaamheden van dien tijd en in ander geloof, dan hetwelk door hun ouders omhelsd was.
Beiden hebben dezelfde keuze gemaakt tusschen eenerzijds smaadheid en verdrukking met een arm volk, of eer en roem met wereldgrooten. In de Heilige Schrift lezen we, dat de man Mozes zeer zachtmoedig was, meer dan alle andere menschen, die op den aardbodem waren. Na den moordaanslag van Jean Jaureguy (1582) schreef de Prins op zijn ziekbed aan zijn bekenden vriend Marnix van St. Aldegonde, over de medeplichtigen als volgt:
„Ik voor mij vergeef hun gaarne, en zoo zij evenwel de doodstraf hebben verdiend, bemoei u dan, dat de rechters hun geen foltering aandoen, maar zich met hun dood tevreden stellen".
Dit is een bewijs van het hoogstaande zachtmoedige karakter van den Prins, en verder toont het ons, dat hij zijn tijdgenooten op het gebied der rechtspleging enkele eeuwen vooruit was.
De Prins als kampvechter voor gewetensvrijheid.
We beschouwen de vrijheid van godsdienst in ons vaderland, sedert meer dan een eeuw, als een heel gewoon grondrecht.
Om te beseffen, wat dit in de tweede helft der 16e eeuw beteekende, moet men zich kunnen verplaatsen in het recht, de zeden en gewoonten van dien tijd. In het Staatsrecht werd toen de meening gehuldigd, dat de vorst het recht had om te bepalen welke godsdienst de heerschende zou zijn en die zijn onderdanen moesten aannemen.
Met de korte leuze „Wiens gebied, diens godsdienst", werd dit weergegeven. De toen ter tijd absolute monarchen beschouwden 2ich als patriarchen over een groote familie, die vanzelfsprekend 's vorsten geloof omhelsde. Indien de vorst van geloof veranderde, ging de geheele hofhouding met hem mee. Onder Constantijn de Groote werd het kruis dan ook, in plaats van teeken van schande, teeken van eer.
Welk een titanenstrijd, om gewetensvrijheid te eischen van Philips II, den machtigsten koning van Europa, die zich als taak gesteld had de ketters uit te roeien en meende door het houden van een auto da fe, een Gode welgevallig werk te verrichten.
Prins Willem van Oranje, contra Philips II : de verdraagzaamheid tegenover de onverdraagzaamheid.
Na het begin van den 80-jarigen oorlog verklaarde Oranje, dat hij vrije uitoefening, zoowel van den Roomschen als van den Gereformeerden godsdienst wenschte, en de Katholieke geestelijkheid met rust gelaten moest worden, voor zoover zij zich niet vijandig betoonde.
De Prins vermocht niet geheel tegen den tijdstroom op te roeien, en kon niet verhinderen dat de Staten den Roomschen eeredienst verboden ; evenwel de vrijheid van geweten bleef ongerept.
De Calvinisten betoonden zich, waar zij de macht in handen hadden, verdraagzamer dan de Roomschen.
Nog meer dan een eeuw later werden de Hugenoten, na de opheffing van het Edict van Nantes (1685) door den Zonnekoning, Lodewijk XIV, te vuur en te zwaard vervolgd.
In de Unie van Utrecht (1579) werd 's Prinsen gedachte ten aanzien van gewetensvrijheid in artikel 13 't best vertolkt.
Al waren aan de Katholieken ook minder rechten toegekend, de hoofdzaak was, dat bepaald werd dat niemand ter zake van zijn religie vervolgd mocht worden.
Zoo stak Oranje op velerlei gebied als een lichttoren hoog boven zijn tijdgenooten uit.
Het dankbare nageslacht herdenkt in 1933 de geboorte van den nationalen held bij uitnemendheid en eert hem als den Vader des Vaderlands.
(Overgenomen uit: Berg-en Schiebode, Ohv. Weekblad voor Hillegersberg ca.).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's