De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ALLERLEI

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ALLERLEI

DE WANDELENDE JOOD.

5 minuten leestijd

De legende van „De Wandelende Jood" luidt ais volgt :
„In een van de drukste straten der stad, op den weg, die van den Romeinschen burcht naar de Noordpoort voerde, daar woonde Ahasverus. Met geestvervoering sprak hij menigmaal van den schoonen tijd, toen David en Salomo het land tot aanzien hadden gebracht en de naam van Israels koningen alom met ontzag werd genoemd. Helaas wat was het nu anders ! Hoe lang zou Hij toeven. Hij, die het koninkrijk aan Israël weder zou oprichten ? Hoe vurig verlangde de ijveraar dien dag te zullen beleven, om vóóraan te kunnen staan in de rijen van wie den Grooten Koning, die te komen stond, huldigen zouden.
„Ik heb gevonden den Beloofde, den Messias, kom mee en hoor naar de woorden des levens, die Jezus van Nazareth spreekt", zoo roept men hem toe. Maar Ahasverus weigert. Zou hij zich scharen onder de volgelingen van den Nazarener ? — Neen, dat nooit!
Ahasverus haat dien wonderdoener met een doodelijken haat. 't Is wel bekend geworden wat geruchten er gingen van zijn wonderlijke geboorte. En de bewoners van Bethlehem hadden vernomen, wat de reden was, waarom Herodes dien wreeden last had gegeven. Ahasverus herinnert zich menigmaal, hoe de ruwe krijgsknechten zijn ouderlijke woning binnen drongen en den lieveling van heel het huisgezin, den kleinen Nathanaël, met geweld ontrukten aan de beschermende moederarmen en meedoogenloos 't schreiende kind voor goed deden zwijgen. En viel niet zijn moeder onder de slagen van wie haar kind ontrukten, wijl ze niet berusten wou in het wreede 'bevel. O, Ahasverus haatte den timmermanszoon van Nazareth, ondanks den roep van heiligheid en goedheid, die van hem uitging.
Daar treft, op den eersten dag van de feestweek, waarin Israël de ongehevelde brooden zal eten ter herinnering aan de verlossing uit het diensthuis, een ongewoon gerucht zijn oor. „Hosanna, gezegend is Hij die komt in den naam des Heeren, Hij, die is de Koning Israels". Ontzet snelt Ahasverus de schare tegemoet. Is het mogelijk? Zou de verwachting, waarvan zijn hart vervuld was, der verwezenlijking nabij zijn ? Spoedig heeft hij de juichende schare bereikt O, al te wreede ontgoocheling, 't Is de gehate Nazarener, die het middelpunt vormt van de menigte en wien die jubelkreten gelden. Teleurgesteld keert hij naar zijn woning terug. De feeststemming zal ditmaal voor hem niet komen. De Paaschvreugd is voor hem vergald en hij verwaarloost het opgaan naar den tempel, héél de feestweek.
En nu is het voorbereiding voor den Sabbat. Ahasverus had zich dien morgen moegeschreeuwd, toen hij instemde met 't: „Kruist Hem, kruist Hem !" Met zijn jongsten zoon aan de hand, staat hij aan de deur zijner woning, als Jezus zwoegend, bijna bezwijkend onder den last van den vloekpaal, loodzwaar drukkend op den ontvleeschden rug, langzaam nadert. Een tierende, nieuwsgierig opdringende menigte, nauwelijks in bedwang gehouden door Rome's krijgsknechten, beweegt zich rondom den stoet, waarin weenende vrouwen een droeve tegenstelling vormen met van voldoening grijnslachende Farizeërs. 't Duurt lang eer de stoet bij de woning van Ahasverus is gekomen en de onmensch ten volle genieten kan van het schouwspel, dat de lijdende Jezus biedt. Eindelijk ! Reeds opent hij den mond om een vloek van scheldwoorden te uiten. Maar wat ziet nu zijn oog ? Daar rust het hout der schande, dat de Nazarener voortsleepte tegen den muur van zijn woning, en de deerniswaardige kan herademen. Met een paar groote sprongen is hij naderbij gekomen, en dol van woede en haat komt het hem schor uit de keel : „Ga, Nazarener, rust waar ge wilt, waar ge kunt, maar niet hier ; niet tegen mijn woning duld ik uw kruis". En hij maakt zich gereed den Heiland met geweld tot voortgang te noodzaken. Maar zoover komt het niet.
Met een onbeschrijfelijken blik, die hem tot in de ziel drong, zag Jezus zijn hater aan en zegt: „Ik zal gaan, Ahasverus. Maar de rust, die Ik zal vinden, zij u ontzegd. Gij zult dolende zijn op de aarde tot dat Ik wederkom".
Ahasverus wijkt ontzet achteruit. Die stem was van een, die sprak als machthebbende.
Van dit oogenblik af werd Ahasverus door onrust voortgedreven. Nauwelijks kon hij de terechtstelling op Calvarië bijwonen. Te benauwd werd hem de stad der dochteren Slons. Hij vlucht weg, zonder te weten waarheen.
En altijd voelt hij den blik van den Nazarener op zich gevestigd. Onophoudelijk klinkt het hem in de ooren wat de Heiland hem toevoegde. Al zwerft hij van het ééne einde der aarde tot het andere, rust is voor hem niet te vinden. Hoe menigmaal reeds zocht hij, vermoeid van het dwalen, den dood. Maar de onverbiddelijke, die nooit een sterveling liet glippen, wendt van Ahasverus zich af.
Zoo zal de Jood voortwandelen, overal den indruk achterlatend van zijn voetstap, hij, de geheimzinnige, die niet rusten en niet sterven kan. Zoo zal hij voortv/andelen, totdat de Zoon des menschen zal komen in Zijne heerlijkheid met Zijne vele duizenden engelen. En wanneer hij in den Koning des hemels en der aarde zal herkend hebben den Nazarener, en Hem zal vallen te voet om Hem genade te smeeken, zal ook de wandelende Jood ingaan in de ruste, die er overblijft voor 't volk van God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

ALLERLEI

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's