UIT DE AFDEELINGEN
ALPHEN AAN DEN RIJN. Donderdag 19 Januari hadden wij het genoegen voor ons te zien optreden ds. Vroegindeweij, van Zegveld, met het onderwerp : „Levenskeuze" Z.Eerw. had tot uitgangspunt gekozen 1 kon. 18 vers 21 : „Toen naderde Elia tot het gansche volk en zeide : Hoe lang hinkt gij op twee gedachten ? Zoo de Heere God is volg Hem na, en zoo het Baal is, volg hém na. Maar het volk antwoordde hem niet één woord. Spreker teekende Achata als een halfslachtig man in den godsdienst, Meegesleept door zijn huwelijk met Izébel, luisterde hij nog wel naar Elia, maar meer uit het belang van het volk. De Heere laat Achab echter nog niet los en wil door dit offer nog bewijzen, dat Hij God is over Israël. Vervolgens brengt spreker dit over op onzen donkeren tijd, waarin ook de oordeelen Gods woeden, maar het volk niet wederbrengen tot den Heere. Zoo v/orden ook wij gesteld voor de groote levenskeuze ; wij zijn geneigd weg te schuilen achter onze onmacht, maar God is nog de machtige, om ons door Zijn Heiligen Geest weder te brengen.
Deze schoone rede werd door een finke opkomst aandachtig gevolgd.
De Heere helpe Zijn Waarheid verbreiden !
Jaarvergadering op 30 Januari 1933. Deze vergadering stond onder leiding van den Voorganger der Evangelisatie alhier, den Eerw. heer A. J. Dekker. Hij opende op de gebruikelijke wijze én na voorlezing der notulen leidt vr. Waardenburg het te bespreken Schriftgedeelte in, n.l. 1 Cor. 10 vers 1—14, hetwelk handelt over het waarschuwend vermaan van den apostel Paulus, waarbij hij terugwijst op hunne vaderen, die gevallen zijn in de woestijn, omdat ze tegen den Heere overtraden.
Hierna volgden de verschillende verslagen, welke bevredigend kunnen genoemd worden. Veel is gedaan, verschillende circulaires verspreid, tot verbreiding onzer beginselen vijf spreekbeurten georganiseerd, enz enz., doch nog veel meer kan met Gods hulp gedaan worden.
Het verslag van den penningmeester was echter ongunstig, n.l. een tekort van ƒ 17.23, wat echter door de mildheid van de aanwezigen op deze vergadering gedekt werd door een collecte van ƒ 24.75.
Afgevaardigden van verschillende vereenigingen voerden nog het woord, o.a. ook van de afdeelingen Hazerswoude en Boskoop, welke zeer tot ons genoegen in ons midden waren.
Vr. Verheij las nog op schoone en ernstige wijze een gedicht voor over : „Christus' lijden".
Tenslotte kregen we een schoon onderwerp te hooren van vr. Klok over het ontstaan van den Held. Catechismus. Spreker bepaalde ons bij den strijd, ontstaan tusschen Lutheranen en Calvinisten, hoofdzakelijk over de Avondmaalsleer, de groote behoefte die er ontstond aan goede leerboeken, waardoor de Keurvorst Frederik gedrongen werd twee jonge leeraren zulk een werk op te dragen, n.l. Olevianus en Ursinus, waardoor de Heid. Catechismus ontstond en overal werd erkend als te zijn geheel naar Gods Woord, al was er soms ook felle critiek.
Dit onderwerp werd met aandacht gevolgd.
De voorzitter, de heer Van Diggele, dankt den Eerw. heer Dekker voor zijn gewaardeerde leiding en stelt voor hem tot eerevoorzitter van onze afdeeling te benoemen, wat allen goedvonden, waarna hij deze aangename jaarvergadering met dankzegging sloot.
Tot ons genoegen waren velen opgekomen naar deze vergadering.
De Heere stelle onze afdeeling met onzen Bond nog tot een rijken zegen, opdat Zijn Koninkrijk moge worden uitgebreid tot eer van Zijn Naam.
W. VAN OOSTENDE, Secretaris.
P.S. Hieronder nog een circulaire, die we aan het einde van de spreekbeurt van ds. Vroegindeweij onder ons volk hebben uitgereikt tot propaganda van doel en streven van onzen Bond :
Waarde Vrienden,
Mogen wij een oogenblik uwe belangstelling vragen voor het doel van onzen Gereformeerden Bond ?
Oorzaak van zijn bestaan is waarlijk niet de lofwaardige toestand waarin de Kerk onzer Vaderen verkeert. De omschrijving van zijn doel zegt immers te dezen opzichte reeds genoeg. Wat nog voor verbreiding vatbaar is, dat is nog niet aan alle plaatsen doorgedrongen.
Zoo staat het dan ook met de Waarheid in de Ned. Hervormde Kerk. Daar zijn helaas nog zoovele gemeenten, waarin de leugen heerschappij voert over datgene, wat naar Schrift en Belijdenis is.
Hebben wij daarvan in kerkelijk Oudshoorn niet de droefste ervaring ? Voorts is een zaak, die verdediging behoeft, een aangevallen en bestreden zaak !
Wederom is dit van toepassing op de Waarheid, die door verbreiding hier en ginds en elders veld mocht winnen. Zooals onze Vaderen in vroeger eeuw gedurig een stuksken grond ontworstelden aan de woedende baren, en het dan met taaie volharding tegen de wraakzuchtige golven verdedigden, zoo stelt de Gereformeerde Bond zich ten doel met de hulp des Heeren op de erve der Vaderen terrein te winnen en te verdedigen.
Inzonderheid tracht hij dit doel te bereiken door jonge mannen, die zich tot het ambt geroepen weten en de Gereformeerde Waarheid liefhebben, te doen opleiden tot Bedienaar des Woords en der Sacramenten.
Verder tracht hij door het oprichten van Afdeelingen in alle plaatsen des lands ons volk wederom tot Schriftonderzoek te bewegen en door het organiseeren van spreek beurten onze menschen op de juiste wijze te doen voorlichten.
Zulk een Afdeeling nu bestaat ook hier te Alphen a.d. Rijn. Zij telt ongeveer 65 leden. Evenwel mogen verbreiders der Waarheid niet te spoedig over hun arbeid tevreden zijn. En daarom komen we door middel van deze circulaire ook u vragen. om mede in onze rijen op te trekken.
Is het niet een voorrecht, als de Heere ons nog tot dezen dienst in Zijn Koninkrijk wil gebruiken ? Welnu, „Kom, ga met ons en doe als wij", voor de eere van Sions Koning ! Als gij vanavond de verkondiging van Zijn Woord beluisteren mocht, wil dan ook naar dat Woord handelen en met ons schouder aan schouder staan op de verbrokkelde muren van de Kerk onzer Vaderen, waarin er altijd nog zeven duizend zijn overgebleven, die de knie voor Baal niet gebogen hebben.
En daarom : Wij wachten u !
Met troffel en zwaard ! Om in afhankelijkheid van Hem, door Wiens Geest het alleen geschieden kan, te verbreiden en te verdedigen het pand, ons toebetrouwd ! Met vriendelijke groeten en heilbede. Namens het Bestuur :
E. A. VAN DIGGELE, Voorzitter.
W. VAN OOSTENDE, Secretaris.
HAARLEM E.O. Woensdagavond 15 Febr., om 8 uur, hoopt D.V. voor ons een spreekbeurt te vervullen in de kerk der Broedergemeente (Parklaan 34) de W.Eerw. heer ds. M. C. Bakker, Ned. Herv. pred. te Opheusden.
C. VAN DEN BOSCH, Secretaris.
Rozenhagenstraat 28.
ROTTERDAM. Donderdag 16 Februari, 's avonds 8 uur, hoopt in de Chr. Geref. Kerk in de Jonkerfransstraat op te treden ds. J. C. van Apeldoorn, van Leiden.
Onderwerp : „Het Conflict".
Alle belangstellenden worden vriendelijk uitgenoodigd tegenwoordig te zijn.
DELFT. Jaarverslag van de afdeeling Delft van den Gereformeerden Bond.
„Wij vliegen daarheen". Zoo heeft reeds in de grijze oudheid de man Gods, Mozes, gezegd, in het zoo bekende gebed, ons bewaard gebleven in Psalm 90. En wie onzer zal dat niet beamen. Inzonderheid op de dagen, waarop wij mogen gedenken dat weder een jaar tot onze jaren werd toegedaan, dringt de boven vermelde waarheid zich met kracht aan ons op. Ook op den dag, waarop wij door Gods goedheid weder de jaarvergadering van onze afdeeling mogen vieren.
Het leven is een damp, heet het elders in de Psalmen. Ook deze waarheid ervaren wij dagelijks. Hoe kort is ons leven, en hoe spoedig is het voorbij. Wat een reden is er niet om met den man Gods te bidden : „Leer ons alzoó onze dagen tellen, opdat wij een wijs hart bekomen".
Een wijs hart, om naar alle geboden Gods te leven. Een wijs hart, om ook in het vereenigingsleven alles tot de eere Gods te doen medewerken. Een wijs hart, dat door de ervaring geleerd, beseft dat het leven als een damp voorbij gaat en de dagen die ons zijn toegemeten, leert tellen, om die te besteden in des Heeren dienst.
Bij het vergankelijke van het leven werd onze afdeeling ook in 1932 bepaald, toen zy op 11 Febr. '32 haar trouwen penningmeester A. J. Zoutendijk door den dood moest verliezen. Slechts 39 jaren werd hij oud. Vier jaren heeft hij het penningmeesterschap van onze afdeeling vervuld met groote nauwgezetheid. Moge ook tot hem hebben geklonken het woord van den Heiland : „Kom in, gij gezegende des Vaders, en beërf het Koninkrijk, hetwelk u bereid is van voor de grondlegging der wereld".
De door het overlijden van br. Zoutendijk opengevallen bestuursplaats werd vervuld^ *door de benoeming - bot penningmeester van diens broeder, H. Zoutendijk, in de vergadering van 17 Maart 1932.
In het bestuur hadden overigens geen wijzigingen plaats. In verband met den gezondheidstoestand van den secretaris, werd aan het bestuur toegevoegd een lid der Propagandacommissie, de heer J. Visser, die de verzorging van de notulen der vergaderingen op zich nam.
In 1932 werden 4 ledenvergaderingen gehouden, n.l. op 17 Maart, 6 October, 17 November en 15 December. In de eerste twee vergaderingen werd door den voorzitter, den heer Van Barneveld, een inleiding gehouden over Petrus Datheen, in de derde vergadering door denzelfde een inleiding over Artikel 37 der Ned. Geloofsbelijdenis, terwijl in de vierde vergadering door den heer J. Visser een inleiding werd gehouden over „de Gezangen".
Het bestuur vergaderde bovendien nog drie malen.
In 1932 werden door de Afdeeling drie spreekbeurten georganiseerd. De eerste werd gehouden op 21 Januari. Daarbij ging voor ds. J. D. van Hof, van Delfshaven, die naar aanleiding van Joh. 15 vers 5 ons bepaalde bij het waardelooze van de ranken, de bestemming van de ranken, en de zorg, die door den Hemelschen Landman aan de ranken wordt besteed.
De tweede spreekbeurt werd gehouden op 23 Februari. Deze werd geleid door ds. R. Bartlema, van Zeist. Hij bepaalde ons in verband met het woord uit 2 Petrus 1 vers 19 bij „het Woord Gods is een vast bezit, een noodzakelijk bezit en een verdwijnend bezit.
De derde spreekbeurt werd gehouden op 10 November. Ds. G. A. Pott, van Kralingen, bediende het Woord uit Lukas 9 vers 59, daarbij nader belichtende de roeping van den zondaar, de weifeling van den zondaar en de overreding van den zondaar.
Ofschoon de opkomst bij de spreekbeurten veel grooter kon zijn, is het bestuur niet geheel ontevreden. Wij hopen dat steeds meerderen het nut van deze beurten zullen inzien, ook in verband met de propaganda voor den Gereformeerden Bond en van het werk, dat mede door hare fondsen wordt verricht.
Teneinde meer bekendheid aan het werk van den Bond te geven en het ledental van de Afdeeling te vermeerderen, alsmede om te trachten het bezoek aan de ledenvergaderingen te vermeerderen, werd een propaganda-commissie gevormd, waarin zitting namen de heeren J. Blomaard, W. J. Vermeij, J. Zoutendijk en J. Visser.
Onze beste wenschen vergezellen deze commissie bij haar werk.
Het ledental bedroeg op 1 Januari 1932 70. Door bedanken en overlijden verminderde het met 4, terwijl 3 nieuwe leden toetraden, zoodat het aantal leden op 1 Januari 1933 bedroeg 69.
Het getal is niet groot en zeker nog wel voor belangrijke uitbreiding vatbaar. Wij hopen dat de pogingen daartoe mogen worden gezegend.
Terugziende op 1932 moeten wij erkennen, dat onze God onze afdeeling nog rijkelijk heeft willen zegenen. En dat niettegenstaande onze vele tekortkomingen. Want wie onzer zal kunnen zeggen, dat hij ten opzichte van het werk van den Gereformeerden Bond gedaan heeft wat hij had moeten doen. Wat is door ons gedaan tot verbreiding der Waarheid, wat tot verdediging daarvan ? Kunnen wij zeggen, dat wij met alle krachten hebben mede gewerkt om onze Vaderlandsche Kerk te helpen oprichten uit het diepe verval, waarin zij gezonken is. Hebben wij ons rekenschap gegeven van de verschijnselen, die op het erf onzer Kerk zich voordeden ? Hebben wij getracht Gods hand te zien in de oordeel en die over ons gaan ?
Of hebben wij ons zoo heel gerust gevoeld temidden van de verdeeldheid, waaraan de groep Gereformeerden hier ter plaatse ten prooi is gevallen ?
Of zitten wij er hopeloos bij neer, denkende dat er toch niets aan te doen is ?
Zeker, wanneer het onze zaak was, waarvoor wij moesten strijden, dan zou er reden zijn tot ontmoediging.
Maar wanneer wij overtuigd zijn, dat wij niet onze zaak, maar Gods zaak dienen, dan is er geen reden voor mismoedigheid. Wij hebben dan altijd goeden moed, zegt de Apostel.
Wanneer wij het maar niet van onszelven verwachten, of van ons werken, maar het alles overlaten aan Hem, die alle dingen regeert, dan hebben wij goeden moed dat de Heere Zelf onze Vaderlandsche Kerk weder zal herstellen in hare waardigheid als Kerk van Christus in deze landen. Wat bij de menschen onmogelijk is of schijnt, is mogelijk bij God.
Laat Hem besturen, , waken 't Is wijsheid wat Hij doet Zoo zal Hij alles maken Dat g' u verwondren moet.
De 2e Secretaris,
Delft, 2 Februari 1933.
J. VISSER.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's