KERKELIJKE RONDSCHOUW
DE EENHEIDSBEWEGING DER KERKEN.
Bij het Uitgeversbedrijf „De Pauw" te Culemborg heeft dr. G. Brillenburg Wurth, Geref. pred. te Rotterdam, een brochure in 't licht doen verschijnen, waarin over „de eenheidsbeweging der Kerken" gehandeld wordt. Liever dan in de rubriek „Leestafel" willen we hier bij „Kerkelijke Rondschouw" iets over dat onderwerp en dit geschrift zeggen.
Er is een streven om te komen tot meerdere éénheid onder de verschillende Kerken. We hebben daarin te doen met een zéér karakteristiek tijdsverschijnsel. Niet dat het vroeger óók niet leefde onder de belijders van den Naam des Heeren. Men denke maar aan 't geen Calvijn in deze voorstond. Maar nu komt het toch wel bizonder tot uiting. Trouwens de internationale gedachte wint op elk gebied in kracht. Pers, radio, verkeersmiddelen, enz. bevorderen dit. Men ervaart dat men elkander noodig heeft. En velen voelen dat ze behalve burgers van hun eigen vaderland óók wereldburgers zijn. Totdat de grenzen plotseling weer gesloten worden voor den nabuur en de tolmuren hoog, vreeselijk hoog opgetrokken het internationaal verkeer weer bijna onmogelijk maken.
Ook de onderscheidene nationale Kerken zijn zich veel meer voor elkaar gaan interesseeren. Het genadewerk Gods breekt de grenzen der naties door. Men voelt dat de Kerk van Christus nog andere belangen heeft dan van „Vaderlandsche" Kerken te spreken. Terwijl tegelijk de versplintering van de Christelijke Kerk voortvreet als een kanker en de grenzen eng en nauw getrokken worden
Inplaats dat het geld gebruikt wordt voor de zaak des Heeren en de uitbreiding van de Kerk onder de niet-belijders, dient het geld vaak voor kleinzieligen onderlingen concurrentiestrijd. En terwijl men op 't Zendingsterrein klaagt over gebrek aan arbeidskrachten loopt men hier elkander in stad en dorp onder den voet en verrijzen de „eigen" kerkjes als paddestoelen uit den grond, waarbij de scheidingslijn waarlijk niet loopt over hoofdzaken, maar louter over bijzaken, niet zelden over persoonlijke belangen.
Dat dit tot groote schade is voor 't Koninkrijk Gods begrijpt ieder en het werkt in de hand, dat velen onverschillig de schouders ophalen en zeggen : wat is waarheid ? Het werkt het godsdienstig relativisme in de hand. Alles krijgt „betrekkelijke" waarde en alle vastigheid en zekerheid krijgt een knauw. Want ieder voert de pretentie het alleen bij 't rechte eind te hebben.
Mee hierdoor toont de Christelijke Kerk geen kracht te bezitten en niet in staat te zijn haar invloed uit te oefenen op het leven. Zij is niet de krachtcentrale geweest, de lichtd'raagster, de verkondigster van goede boodschap, die vertrouwen genoot en invloed uitoefende. Zij is niet geweest de woonstede Gods in den Geest.
Een belangrijk deel van de schuld der Kerk hebben we te zoeken in haar verdeeldheid, haar versplintering, waarbij de splijtzwaan aldoor nog toeneemt in kracht. Wanneer een dominé in moeite komt, een godsdienstonderwijzer 't te benauwd krijgt, een ouderling z'n zin niet kan doordrijven, een paar gemeenteleden hun wenschen niet vervuld zien, dan staat er straks weer een Kerk of Kerkje naast de andere Kerken en Kerkjes. Onderweg in twist zijnde over de vraag : „wie van hen de meeste was", kregen de discipelen van den Heiland een bestraffing. Maar de twist is nóg niet ten einde. En aan de bestraffing stoort men zich niet al te zeer. En dat, waar de geestelijke en zedelijke nood zoo groot, zoo angstig groot is. Aan alle kanten maatschappelijk, politiek, religieus de meest onbeschrijfelijke misère ! En intusschen twisten de jongeren van Jezus, wie van hen toch wel de meeste is!
Is het wonder, dat het hij velen, die den Naam des Heeren belijden en voor Zijn Woord beven, is gaan leven : „zóó kan en mag het niet langer gaan" ; dat menige ziel de bede heeft geuit, dat toch in vervulling-mocht gaan de bede van den Heiland : „Vader, dat ze allen één zijn, die Gij Mij gegeven hebt!"
Niet, dat er één van de geloovigen is, die meent, dat het hier in deze aardsche bedeeling in vervulling zal gaan, dat ze „allen één zullen zijn, die in Christus Jezus zijn", maar als de bede wegsterft om plaats te maken voor eigen lust en begeerte is het vreeselijk.
Maar welke wegen moeten nu bewandeld worden om de éénheid der Kerken en de gemeenschap der heiligen te bevorderen ? Hier moet genoemd worden wat „de Wereldbond der Kerken" bedoelt en doet, hoewel dat slechts zijdelings met de eeheidsbeweging in enger zin samenhangt. Deze „Wereldbond der Kerken" is gesticht tengevolge van een Conferentie in Constanz die juist gehouden werd toen de wereldoorlog uitbrak (1914). Men had reeds lang gevoeld de roeping der Kerk om mee te werken aan de bevordering van betere verstandhoudingen onder de volkeren. Maar zou de Kerk daartoe in staat zijn, dan moesten de verschillende Kerken eerst elkander vinden. En daarom werden er later in onderscheidene landen verschillende afdeelingen van den Wereldbond der Kerken opgericht, ook in ons Vaderland (prof. dr. J. A. Cramer e.a.). De vlieger ging eigenlijk niet op. 't Waren meer particuliere personen dan Kerken die op den voorgrond traden. En later is niet ten onrechte de naam dan ook veranderd in . „Wereldbond tot het bevorderen van een goede verstandhouding tusschen de volken door de Kerken."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's