EEUWIG UWE
Heb dank. Heer', dat ik eeuwig Uwe ben, en dat het wielend went'len mijner dagen mij stadig voert naar de eindpaal aller plagen, waar 'k nimmer meer Uw heil'ge wetten schen.
Want — schoon ik uiterlijk Uw wet mag eeren, mij willig buigend voor Uw godd'lijk woord, — diep in mij werkt een bronwei niet te keeren, die dag op dag mijn zielevreê verstoort.
In stillen nacht ruischt zacht de najaarswind Ik hoor erin een fluist'ren wonderteêrlijk moeder tot haar moegezworven kind; „Haast toen je thuis, en dan geen zonde meer".
Heb dank. Heer', dat ik eeuwig Uwe ben.... Och, dat ik daag'lijks meer me aan U gewen !
Lunteren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 1933
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's