De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE JEUGD DER KERK: KERKJEUGD!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE JEUGD DER KERK: KERKJEUGD!

8 minuten leestijd

Gaarne wil ook ik iets schrijven over het onderwerp dat ds. Van Dorp in „De Waarheidsvriend" behandeld heeft.
De Jeugddiensten ! „Een brandende kwestie". Zoo hoorde ik hem zeggen op onze vorige Jaarvergadering. Wel wat lang is gewacht met de brandspuit te doen uitrukken !
Het stuk bevat in de eerste plaats een beschrijving van. den noodtoestand der Jeugd en der Kerk, dat natuurlijk onze instemming draagt. Op beider nood kan niet te veel worden gewezen, 't Worde meer en meer een zaak des gebeds.
Voorts worden door m'n Haagschen collega de Jeugddiensten afgekeurd, terwijl daarna een „beteren weg" wordt aanbevolen.
Met dit laatste wil ik beginnen.
Laat nu toch niemand meenen, dat zij die onder ons voor Jeugddiensten zyn, dien „beteren weg" niet willen, 'k Meen dat 't woord „beteren wég" in dit verband misplaatst is.
Als er dominé's zijn, die des Zaterdags lanterfanten (ik kén ze niet), wordt dit door ons ten zeerste 'betreurd. Ook kan aan een „stichtelijk toespraakje" wel eens meer toewijding, liefde en kracht van den prediker geschonken zijn dan aan een lange preek, die van het begin tot het eind uit algemeenheden bestaat. Waarbij zou meer kostelijke tijd verbeuzeld zijn, bij het laatste of bij het eerste ?
Van harte ben ik het er mee eens, dat het Evangelie van den Heere Jezus Christus ontzaglijk rijk is. De prediker geve zich daarom dan ook geheel voor zijn belangrijkst werk, n.l. prediken. Veel meer dan voorheen moeten wij aan onze gewone kerkdiensten al onze krachten wijden en daarbij nooit vergeten, dat de jeugd in ons midden is. Alleen de Waarheid moet daarin ontvouwd. Alleen onze rijke, Gereformeerde Evangelie-prediking moet de kracht zijn voor de Bediening des Woords. Deze laatste is de groote hoofdzaak. Geen liturgie mag haar van haar plaats doen wijken. Maar dan geschiede het niet zooals een prediker deed, die den ganschen kostbaren kerkdienst vulde met woorden als deze : als het dan de ziele mag staan te gebeuren dat zij, in het gemis, zijnde, een toeknikje van boven ontvangt en een klein hoopje krijgt op een beloftetje enz." Moeten onze jonge menschen dat dan ook maar slikken ? Dat is voor geen mensch om uit te houden ! En als wij predikers het toch zóó niet doen, maar toch in meer of • mindere mate ons door 'n dergelijken geest laten beïnvloeden, dan hebben wij onze jeugd al lang verloren, al blijven zij uit gehoorzaamheid nog bij ons.
Toen ds. Van Dorp beloofde „over een beteren weg" in een volgend artikel te zullen schrijven, verwachtte ik dat hij bij de kerkdiensten zou gebleven zijn. „Elke ketterij is een onbetaalde rekening der Kerk". Als de jeugddiensten te veroordeelen zijn, zal men hem 't best bestrijden door in de prediking alle breedsprakigheid te mijden. Door die breedsprakigheid worden de preeken soms zeer lang. 't Zou niet te veroordeelen zijn als in plaats van zoovele overtollige woorden er eens een keer gezongen werd. Door wat meer afwisseling in de liturgie te brengen komt de godsdienstoefening wat meer tot haar recht. Laat ons het ideaal van onze kerkdiensten toch hoog houden, 'k Lees in „Jeugdontwaken" van Skovgaard—Petersen : „Alles wat jong is en geestelijk wakker, heeft iets als een zesde zintuig; ik zou het willen noemen : den zin voor het ideale, den drang naar volmaking". Waarom zouden wij van dien „zin voor het ideale" geen gebruik maken ? De „Jeugddiensten" maken wij overbodig, als wij onze gewone kerkdiensten meer laten zijn wat zij zijn moeten. Dat doet geen schade aan de Bediening des Woords. Alleen het langdradige in gebed en prediking werpen wij dan overboord. Verder moeten we niet vergeten dat dogmatisch en praktisch preeken elkaar niet uitsluiten.
Voor „den beteren weg" worden de catechisaties, huisbezoek enz. aangeprezen. Natuurlijk ! Wie zou dat niet van harte beamen ? Maar wij krijgen de jeugd niet op de catechisatie. Ge kunt er bij 't huisbezoek (de jongens, die van de Kerk vervreemd zijn, ziet ge dan niet) met de ouders lief of streng over spreken, zij antwoorden u : „onze Jan heeft dan avondschool, dan cursus enz." De jeugd moet met haar tijd mee. De dreigende werkloosheid dringt haar tot inspanning van al haar krachten om in het huidige, geweldige leven een plaats te krijgen. Zoo groeit zij op en is zij opgegroeid in jammerlijke onkunde aangaande het Evangelie. Zij is in geen enkel opzicht geschoold voor dogmatische en praktische prediking, 'k Vermoed dat menige stadspredikant het kleine getal van z'n jongenscatechisanten haast niet noemen durft. Dat ligt niet, collega van Dorp, daaraan, dat de dominé's hun tijd verbeuzelen of dat zij geen huisbezoek doen, maar dat ligt aan onzen moeilijken tijd, waarin de jeugd leeft.
De jonge menschen zijn in de week door ons niet te vinden. Die jonge menschen. die wij graag zouden bereiken. En als nu de jeugddiensten aan dien grooten geestelijken nood des Zondags tegemoet zoeken te komen, zetten wij dan een bedenkelijk gezicht ? 'k Geloof dat het beter is ons met onze „zoo kostelijke, zoo rijke, zoo ontzaglijke" prediking van het Evangelie van Jezus Christus aan dien arbeid mede te geven. Natuurlijk moet dan die prediking toegespitst worden op de bevatting van de in onzen bangen tijd opgroeiende jeugd. Maar in dat toespitsen laten wij niets weg van de Waarheid, die ons lief is. Wij verdoezelen geen enkel stuk van onze belijdenis. Als anderen dit doen, ligt dat voor hun rekening. Dan behoeven wij in ieder geval de jeugd niet in hun handen over te laten.
Nu over het „in strijd zijn met de Heilige Schrift", 't Instituut der Jeugddiensten zou onschriftuurlijk zijn. Als er dan een tekst wordt aangehaald uit Nehemia om dit te bewijzen, heb ik evenveel recht om Hand. 16 vers 13 te noemen, waar Paulus alleen tot de vrouwen sprak. Daar warende mannen en de jonge menschen niet bij. In die samenkomst op den dag des sabbats kwam Lydia tot bekeering. Welk een zegen heeft die dienst van enkel vrouwen voor de gemeente des Heeren gehad.
Als wij echter in gewone omstandigheden leefden en niet in een noodtoestand der jeugd, zou het niet gewenscht zijn zoo nu en dan een dienst te houden, waarin hoofdzakelijk jonge menschen zich onder de Bediening des Woords scharen. Daar is geen jeugdgemeente ; daar zij dus ook geen jeugdkerk. Als echter een schip op een klip is geloopen, zet men zich niet op het strand om een beschouwing te geven lover de ware stuurmanskunst. We moeten er dan opuit! Die arme kerels moeten gered worden, om hen dan later van 't goede vaarwater te spreken. De Jeugddiensten zijn mede reddingsmiddelen om de in nood verkeerende jonge menschen te brengen tot de gemeente. Abnormale tijden wettigen vaak buitengewone middelen. In den oorlogstijd hebben wij zonder eenig gewetensbezwaar telkens in de soldaten-kerken gesproken, in Tilburg, Hilvarenbeek enz. 'k Kan niet gelooven, dat dit in strijd was met de Heilige Schrift, ook al zijn wij 't hartelijk eens met Zondag 38. Wij preeken ook wel eens in de Evangelisaties, ook al weten wij heel goed, dat daar geen samenkomst der gemeente is. Onschriftuurlijk acht ik dat prediken niet. 't Is ons daarbij allermeest te doen om de verkondiging der Waarheid. Maar zie, als het dan de Jeugddiensten betreft, trekken velen van ons zich in eens terug in het bolwerk van „de gemeente". Dan trekken zij dadelijk de lijnen zeer zuiver wat het woord „gemeente" betreft.
Nu loopt het met die gewraakte scheiding tusschen de gemeente en de jeugd in de praktijk nog al bij. Vaak geschiedt een jeugddienst slechts éèn keer of twéé keer in de maand. In eiken gewonen dienst mag de jeugd vrij komen, 'k Weet ook niet, dat er ergens een wacht staat aan de kerkdeur der jeugddiensten, die ouderen afweert, 't Gebeurt meestal in den vorm van een wensch. In een dorpsgemeente uit onze buurt kon men voorheen des avonds wel haast door de kerk schieten, zonder iemand te raken. Nu er om de vier weken een jeugddienst is georganiseerd, is de kerk 2loo goed als gevuld des avonds. Zou zoo'n jeugddienst „schadelijk zijn voor onze schoone heerlijke kerkdiensten" ? 't Wil er nog bij mij niet in.
Natuurlijk moet een kerkeraad met wijsheid en voorzichtigheid in deze zaak handelen. Niet het land afzoeken naar jeugdredenaars! De eigen dominee moet de jeugd zijner gemeente leiden, dan zal die jeugd niet ongeschikt gemaakt worden voor de gewone diensten.
Dat er jeugdpredikers zijn die 't altijd schijnen te hebben over de „problemen" ja, dat is belachelijk. Wat onze Hoofdredacteur daarover schreef, is volkomen juist. Maar dat behoeven wij niet te doen. Net zoo min als wij 'behoeven te komen met „koortjes en solo's". Wij hébben deze zaken niet noodig in onze gewone diensten. Zoo ook niet in de jeugddiensten. Voor geen enkelen jeugddienst heeft men mij ooit gevraagd in de liturgie af te wijken van mijn eigen opvatting.
Als voorts ds. Van Dorp meent, dat op het punt van de belijdenis er gevaar is en schade door de Jeugddiensten, dan ligt dit ook aan hemzelf. Als onze jonge menschen „in zeer gevaarlijke omgeving" worden gebracht, is dit mede de schuld van onze gereformeerde predikers. Zij geven dat terrein bloot. Wij hebben altijd gezegd : „Voor de prediking der Waarheid hebben we de gewetens der menschen mee." Dat geldt ook van de gewetens der jonge menschen. Wij moeten de jeugd van onzen tijd tot kerkjeugd trachten te maken. Daartoe zegene de Heere ook onze jeugddiensten. Van harte onderschrijf ik wat er staat van den wasdom van boven te zaaien aan alle wateren. Wij planten en maken nat, ook onder de jonge menschen, des Zondags en in de week. Van den Heere alleen is de zegen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

DE JEUGD DER KERK: KERKJEUGD!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's