De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

JONKER VAN STERRENBURGH

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JONKER VAN STERRENBURGH

Een verhaal uit het Friesche volksleven

6 minuten leestijd

Met toestemming van den Uitgever J. H. Kok te Kampen
Zóó voelt ds. Feurman het, blijkens de prediking van dit uur, en zóó voelt ook de Jonker, als nooit te voren, dat het wezen moet. Wat nog oneindig meer zegt, zóó heeft de Heiland het den Zijnen geleerd, hun een voorbeeld nalatende, opdat zij Zijn voetstappen zouden drukken; zóó hebben de martelaren het beleefd ; zóó en niet anders zal hij het willen doorleven, het leven Gods, opdat het één worde met hem, en hij één met het leven Gods. Is dat ook voor hem niet de weg tot het eeuwige leven ? Moet ook hij alzoo niet komen tot eeuwige winst ? Zooals juist het stervend tarwegraan komt tot de vermenigvuldiging ?
In een eigenaardige gemoedsstemming verlaat hij het kerkgebouw en trekt zich, thuis gekomen, in de studeerkamer terug. Hij is zich bewust als op den tweesprong zijns levens te staan. Thans zal het er om gaan welke richting voortaan door hem 1 zal worden ingeslagen ; den weg der vernedering en der verbreking, doch om zóó te komen tot de lichtende hoogten Gods, waar zijn geprangde ziel kan ademen in 1 hemellucht, of den weg des vleesches, tot  hiertoe bewandeld, doch niets hem gevend, niets dan ijdelheid.
Nog eenmaal werpt hij een blik achter zich, naar hetgeen voorbij is. Maar niets  dat hem daar meer bekoort. Heeft hij al lang niet gewalgd van zooveel, waarmede anderen zich vermaken ? Heeft hij niet genoeg ervaren, dat zelfs 's werelds overvloed het hart eens menschen niet bevredigen kan, laat staan het twijfelachtig genot der zonde, 't welk zulk een onvrede achter laat ? En ligt daar vóór hem niet een leven van opoffering, ja, maar van toewijding tevens, waardoor er glans en gloed in dat armoedig bestaan kan komen, tot hiertoe in zelfzuchtig eigenbelang zoo doodsch en zoo kil, maar daarom ook zoo o onvruchtbaar en waardeloos ?
En weer klinkt het hoog op in zijn ziel : „voorwaar, voorwaar, zeg Ik u, indien het tarwegraan in de aarde niet valt en sterft, ; zoo blijft hetzelve alleen, maar indien het sterft, zoo brengt het veel vrucht voort. ; Die zijn leven liefheeft, zal hetzelve verliezen, en die zijn leven haat in deze wereld, zal hetzelve bewaren tot het eeuwige leven.Weer dwalen zijn oogen naar de beeltenis zijner moeder. Onwillekeurig gaat hij er vóór staan. En dan heeft er iets plaats, waarover de Engelen in den hemel zich hebben verblijd; dan heft hij de rechterhand omhoog, en, terwijl een ongekende glans straalt uit zijn oog en hemelsche blijdschap zijn ziel vervult, zweert hij bij Dien, die leeft tot in alle eeuwigheid en die de God zijner moeder was, dat hij dezen voortaan wenscht te dienen in alle waarachtigheid en trouw.
Vervolgens gaat hij naar zijn schrijfbureau om een kort briefje te schrijven, 't welk daarop door den huisknecht aan de pastorie bezorgd wordt, en waarin de Jonker ds. Feurman vraagt zoo mogelijk dien avond een uurtje bij hem te komen, „Wat mag dat beteekenen ? " vraagt mevrouw. Maar dat weet dominé zoo ook niet te zeggen. Sinds den dood van den ouden heer Van Sterrenburgh heeft hij geen voet binnen „Grovestins" gezet, omdat de Jonker altijd belet gaf of afwezig was. Geen wonder dus, dat ook hy verwonderd is en dien avond met eenige nieuwsgierigheid slotwaarts gaat.
In het weelderig ingerichte salon wordt hy door den jeugdigen eigenaar dezer  heerlijkheid vriendelijk ontvangen. Is de e eerste ontmoeting eenigszins stijf deftig, weldra geraken de heeren in eene andere verhouding tot elkander als de Jonker in het kort meedeelt, waarom hij den predikant verzocht heeft bij hem te komen.
Met groote verbazing, maar ook met niet minder blijdschap, luistert ds. Feurman in alle stilte naar het onopgesmukte verhaal van de ziele worstelingen van dezen jongen geleerde, die bij alle stelsels geen vrede gevonden heeft en nu de toevlucht neemt tot het kruis van Christus. Aan het einde zijner mededeelingen zegt hij : „En nu staat het zóó met mij, dominé. Er leven nog tal van vragen in mijn hart, waarop ik tot nog toe geen antwoord kreeg, ook niet door hetgeen ik over den christelijken godsdienst las of zoo voor en na door mij in de kerk of van Christelijke menschen gehoord werd. Er is bovendien zoo ontzaglijk veel in de openbaring van het leven dengenen, die zeggen te gelooven, dat mij tegen staat en in lijnrechten strijd met de waarheid schijnt. Maar afgezien van dat alles heb ik onder de prediking van dit morgenuur tot in het diepst van mijn ziel gevoeld waarom het gaat, en tegen welken duren prijs het heil verkregen kan worden, waarnaar ik zoolang reeds heb verlangd. Het is mijn vast besluit, en God, wien ik wensch te dienen, moge mij daarbij helpen, om naar de beginselen van de H. Schrift te leven, zooals mijn ontslapen moeder dat altijd zoo vurig gewenscht heeft. Wat ik echter zou willen vragen dat is, of u mij met uw rijke theologische kennis, zoowel als met uw persoonlijke ervaring, hierbij zoudt willen helpen, en mij wilt aannemen als iemand, die geheel van voren af aan moet worden onderricht, Want bij het vele, dat ik in de scholen dezer wereld voor mijn hoofd gekregen en  geleerd heb, is nooit rekening gehouden met de behoeften van myn hart. Tevens verbind ik my om met het mijne de belangen te behartigen van alles, wat het gemeentelijk leven betreft en voorts tot alles, wat naar uw meening noodig is voor den bloei van het Godsrijk. Het zal mij zeer aangenaam zijn als u van deze toezegging een ruim gebruik maakt, en voortaan „Grovestins" beschouwen wilt als een plek, waar uw tegenwoordigheid op hoogen prijs wordt gesteld".
Het laat zich beter gevoelen dan beschrijven wat in dit oogenblik in het hart van ds. Feurman omgaat. Hoe wonderlijk zijn de wegen des Heeren ! Wie had ooit kunnen denken, dat deze omkeering zou plaats hebben in het leven van een man, die door de menigte zoo geheel verschillend beoordeeld werd, maar van wien niemand had opgemerkt, dat er bij hem was een zoeken naar de dingen die boven zijn. Is het niet andermaal een bewijs voor de waarheid, dat de Geest des Heeren als de wind blaast waarhenen Hij wil, zonder rekening te houden met menschelijk overleg en menschenverwachting, om dan in vuur en vlam te zetten elk dien Hij aanraakt? Hoe dankt zijn hart den Heere, dat ook het woord van dit morgenuur niet tevergeefs gesproken werd, maar als een zaad des levens voor de eeuwigheid vruchten droeg!
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

JONKER VAN STERRENBURGH

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1933

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's